In beeld

Wat muziek met kinderen doet

In Brazilië had Marco de Souza gezien wat muziek kinderen kan geven. In de Bijlmer leek muziekles slechts voor enkelen weggelegd. Om daar wat aan te doen richtte hij het Leerorkest op. Tien jaar later zijn er 36 orkesten van 23 deelnemende scholen in Amsterdam. En een boek. Dat verschijnt dinsdag, gemaakt door Patrick Meershoek, journalist van Het Parool. Marcel Molle maakte portretfoto’s van de kinderen.
Als directeur van een muziekcentrum in de Bijlmer zag Marco de Souza veel kinderen langslopen, maar ze gingen niet naar binnen. Muziekles, dat was iets voor na schooltijd, voor kinderen met talent. Vaak uit kansrijke gezinnen. Marcel Molle
Dimitri de Jong (10) uit Amsterdam Zuidoost, bariton. „Ik wilde graag bariton spelen. De tonen zijn leuk en je hoeft maar drie vingers te bewegen. Ik hoef dus niet zoveel te doen, alleen maar de knopjes indrukken. Of iets makkelijk of moeilijk is, ligt aan hoe snel de noten gaan. Als je het goed doet krijg je een opsteker van de juf of meester. Thuis heb ik een leenbariton. Ik speel niet zo vaak want ik moet veel dingen doen: judo, zwemmen, ergens naartoe of huiswerk maken. Soms speelt iemand snel een heel lage toon op de bariton. Dat is grappig, dan lijkt het een puf.” Marcel Molle
In de favelas in zijn geboorteland Brazilië had Marco de Souza gezien wat muziek kinderen kan geven: erkenning, plezier en geluk. Marcel Molle
Emil Barak (10) uit Amsterdam Oost, dwarsfluit. „Ik speelde al piano en toen ik in het Leerorkest ging begon ik met dwarsfluit. Er zitten veel voordelen aan: de noten zijn mooi, hij is mooi glimmend en je kunt hem makkelijk meenemen. Thuis speel ik een half uurtje piano en een half uurtje dwarsfluit. Ik concentreer me goed op de noten. Soms, als het niet lukt, hoor ik wat ik moet doen. Dan voel ik wat eraan komt. Gevoel is belangrijk bij muziek. Ik vind het heel goed dat door het Leerorkest kinderen die nog nooit een instrument hebben bespeeld muziek leren maken. Want dan kun je het andere mensen weer leren. Zo kun je het doorgeven.” Marcel Molle
Ieder kind heeft recht op muziekles. Net zoals ieder kind leert rekenen en schrijven, ook al wordt niet iedereen romanschrijver. Marcel Molle
Kyan Chu (11) uit Amsterdam Noord, trompet. „Ik heb trompet gekozen omdat ie lekker hard kan. Dat doe ik soms, hard spelen, maar eigenlijk mag dat niet in het orkest. We spelen vooral klassiek. Dat is leuk, omdat je dan weet waar de mensen vroeger naar luisterden. Ik ben uitgekozen om te spelen in een groot orkest. We gaan tijdens een lustrumconcert optreden voor een speciale gast. Daar heb ik heel veel zin in. We oefenen nu extra veel, we spelen O Fortuna en Beethoven. Als de repetitie goed gaat, voel ik me blij. En een beetje trots. Wie de speciale gast is weet ik niet. Ik hoop de koning.” Marcel Molle
Het Leerorkest geeft kinderen onder schooltijd een uur per week les op een klassiek instrument. En ze spelen, zo snel mogelijk, samen in een orkest. Want dat maakt muziek maken leuk. Ze mogen hun instrument lenen. Marcel Molle
Pippa Drijver (12) uit Amsterdam Zuidoost, cello. „Ik heb mijn cello geleend van de buurvrouw. Een hele mooie handgemaakte uit Frankrijk. Een keer had ik een fabriekscello, toen moest ik zelfs huilen, omdat ik hem zo lelijk vond. De klank was kil. Ik speel elke dag 20 minuten, en als ik een keer oversla, haal ik het de volgende dag in. Soms, na een lange schooldag, heb ik mijn huiswerk gemaakt en wil ik eindelijk chillen met mijn iPad, maar dan komt mijn vader: je moet nog cello spelen. Dan word ik wel boos en geïrriteerd. Dan klinkt het niet zo mooi als wanneer ik er echt zin heb. Maar aan het eind denk ik altijd: het was toch niet zo erg.” Marcel Molle
Er waren vooroordelen. Kinderen in de Bijlmer zouden geen violen willen, maar djembés. En klassieke muziek zou niet aansluiten op hun belevingswereld. Onzin, vond De Souza: ze kijken toch ook naar Harry Potter? Daar klinkt op de achtergrond voortdurend een symfonieorkest. Marcel Molle
Shennelly Cairo (11) uit Amsterdam Zuidoost, harp. „In het begin wist ik niet wat ik moest doen, hoe je de snaren moet gebruiken en noten moet lezen. Dat was heel zwaar. Toen heeft de juf het uitgelegd en nu heb ik mijn instrument onder controle. Zelf luister ik hiphop, maar als ik tot mezelf wil komen luister ik naar harpmuziek. Ik vind het belangrijk dat je iets weet van klassieke muziek, want dan begrijp je dat het mooi kan zijn en niet saai. Ik zou het leuk vinden verder te gaan met harp spelen en beter te worden. Maar ik heb ook bepaalde dromen: ontwerpster worden of danseres.” Marcel Molle
Tien jaar na oprichting zijn er 36 orkesten van 23 deelnemende scholen in Amsterdam. Vooral in migrantenwijken, waar veel kinderen wonen die niet zomaar met een muziekinstrument in aanraking komen. Marcel Molle
Tammo Begeer (11) uit Zuidoost, trombone. „Improviseren vind ik heel leuk. Beetje luisteren, een paar tonen zoeken en dan combineren. Ik zou misschien wel een paar popliedjes willen leren. Of als mensen zingen, dat ik dan mee kan spelen. Dat lijkt me leuk. Samenspelen vind ik het leukste van allemaal. Dan hoor je hoe de muziek samen met andere instrumenten klinkt. Soms is jouw partij de bas en weet je niet wat de melodie is. Met het Leerorkest mogen we voor veel mensen optreden, zelfs een keer voor de koningin. Ze kwam heel dichtbij, op drie meter afstand. Iedereen uit het orkest maakte foto’s. Ik was wel een beetje zenuwachtig.” Marcel Molle
Er is een samenwerking met het Nederlands Philharmonisch Orkest en er zijn concerten geweest voor minister Plasterk (toen van Cultuur) en Koningin Máxima. Marcel Molle
Ambities zijn er nog genoeg. Twee uur per week lestijd op scholen in plaats van één. En volgend jaar 10.000 instrumenten in het depot van het Leerorkest, zodat twee keer zoveel kinderen een instrument kunnen lenen. Marcel Molle