Populair op Facebook? Dat zegt niets over hoeveel vrienden je echt hebt

Foto ANP

Die vriend die altijd van die geweldige, sociale en gelukkige foto’s op Facebook deelt met zijn of haar meer dan 900 vrienden - die hebben we allemaal. Bij de Britse universiteit Oxford proberen ze al jaren te bewijzen dat die ‘populaire’ vriend in het échte leven lang niet per se meer échte vrienden heeft. En nu is dat gelukt.

Het tijdperk vóór Facebook

De discussie tussen wetenschappers over hoeveel vrienden iemand écht kan hebben speelt al lang. In 1993 begon Oxford-psycholoog Robin Dunbar met het onderzoeken van een deeltje in de hersenen dat in verband leek te staan met het gedrag van mensen in sociale situaties. Uit zijn onderzoek kwam het getal van Dunbar voort: gemiddeld gezien kunnen we tussen de 150 en maximaal 250 vrienden, familieleden en kennissen in onze sociale kring hebben. Met kennissen doelt Dunbar op de mensen die je niet heel goed kent, maar die je wel regelmatig spreekt of ziet.

Mensen worden sowieso beperkt door de tijd: het is bijna onmogelijk om met honderen mensen contact te houden. Tenminste, als je ze ook regelmatig wilt zien.

Sociale netwerken zoals Facebook zorgden er in een keer voor dat alles niet meer zo zwart en wit was. Vanachter je computer kon je opeens met heel veel mensen tegelijk praten, ongeacht waar ze vandaan kwamen en zonder elkaar ergens te hoeven ontmoeten. Dit zorgde ervoor dat de tijddimensie in vriendschappen niet meer zo’n beperkende rol hoefde te spelen. Zou de sociale kring van mensen zich nu opeens kunnen uitbreiden? Dunbar besloot de afgelopen jaren zijn twintig jaar oude bewering nog maar eens te testen.

Cognitieve beperking

In Engeland ondervroeg hij ruim 3000 mensen die allemaal regelmatige gebruikers van sociale media zijn. De testpersonen kwamen uit verschillende leeftijdsgroepen en hadden een wijd uiteenlopend aantal vrienden op Facebook.

Wat bleek? Sociale media hebben niets veranderd aan het getal van Dunbar. Regelmatige communicatie op Facebook heeft er volgens hem niet voor gezorgd dat de sociale kring van mensen groter is geworden, maar ook niet kleiner: stevig gebruik van Facebook en Twitter veranderen je ook niet automatisch in een kluizenaar.


Volgens Dunbar hebben mensen ook op sociale media een ‘cognitieve beperking’ in het aantal relaties dat zij kunnen onderhouden. Oftewel, dat kleine gedeelte in je hersenen dat bepaalt hoe sociaal je bent, kan maar een maximaal aantal mensen in je sociale kring aan. Om vriendschappen te onderhouden moeten mensen elkaar regelmatig blijven zien en daar speelt vrije tijd weer een rol. Sociale media veranderen hier dus niets aan, zegt de psycholoog. De volgende methode zal door Dunbar dan ook niet serieus worden genomen:

Per persoon is het type contact dat zij met mensen hebben uniek. Dit noemt Dunbar de “sociale vingerafdruk” van iemand. Gedurende het hele leven blijft deze gelijk. Tussen mannen en vrouwen is er wel een verschil in hun sociale cirkel gevonden: die blijkt voor de vrouwelijke testpersonen groter te zijn.