Voorwaarts, naar het glorieuze verleden

China schudt haar communistische veren af en neigt weer naar het Confucianisme. Zo wordt niet alleen de weg naar een democratisch China afgesloten, maar wordt een nieuwe territoriale expansie gelegitimeerd, eventueel met geweld.

Illustratie Joost Hölscher

China is een eenzame macht en is daar scherp van doordrongen. De niet aflatende stroom regeringsleiders die de veel reizende Chinese president en partijleider Xi Jinping jaarlijks ontmoet, doet daar niets aan af. Terug op het wereldtoneel speelt China op geopolitiek en economisch gebied weer een hoofdrol, maar het heeft weinig ideologische vrienden. De atheïstische communist Xi Jinping doet net zo soepeltjes zaken met de opperste leiders van islamitisch Iran als met de boeddhistische Aziatische buren of de christelijke, westerse leiders. In China en de barbaren stelt sinoloog en ondernemer Henk Schulte Nordholt (1953) dat Beijing geen vrienden, maar contracten heeft. ‘Buitenlands beleid is niet gebaseerd op realisatie van idealen die door de internationale gemeenschap worden gedeeld, maar op maximalisatie van het eigenbelang en het sluiten van deals gebaseerd op wederzijds voordeel.’

Wat China een bijzonder en ook lastig voorspelbaar land maakt, is de combinatie van culturele uitzonderlijkheid en een autoritaire Communistische Partij die machtsbehoud heeft verheven tot absolute prioriteit. Hoe de Partij de klassieke cultuur, de oude boeken over normen en waarden en de inrichting van de samenleving gebruikt om zich opnieuw te legitimeren, vormt de ruggengraat van Schulte Nordholts knappe, scherpzinnige boek.

Zijn uitgangspunt is dat de Communistische Partij al geruime tijd beseft dat het huidige model, gebaseerd op het marxisme en het maoïsme, zijn tijd heeft gehad. Mao is door de meeste Chinezen allang vervangen door Mammon en de Partij lijkt niet in staat de grote economische en milieuproblemen op te lossen.

Machtigste mannen

Schulte Nordholt beschrijft hoe de Partij stilletjes afscheid aan het nemen is van het marxisme en hoe ‘de oude orde’ begint door te sijpelen in officiële teksten. De buiten China onbekende Liu Yunshan is als lid van het Staand Comité van het Politbureau een van de zeven machtigste mannen van China. Hij zit ook de Leidende Groep van Ideologie en Propaganda voor. In die functie heeft hij in 2014 de ‘vijf dimensies van legitimiteit’ van de Partij op papier gezet. De drie belangrijkste zijn: de Partij is een historische noodzakelijkheid, de Partij heeft door goed bestuur de steun van het volk en de Partij is ingebed in de Chinese cultuur.

‘Wat dat document zo spannend maakt is dat er de facto afscheid is genomen van het marxisme’, aldus Schulte Nordholt. Daarvoor in de plaats is een door de Partij geëntameerd en gecontroleerd nationalisme gekomen, gebaseerd op een selectieve heropleving van oude denkbeelden. Bijvoorbeeld dat China een ‘unieke, superieure beschaving was, die ver verheven was boven die van de barbaren’. Bij de barbaren wordt onderscheid in beschaving gemaakt. Zo zijn er de ‘binnenste barbaren’(Koreanen, Tibetanen, Oeigoeren) en ‘meest onwetende barbaren’ (Hollanders, Engelsen, Portugezen) die ook nog stonken. Blanke buitenlanders worden in China doorgaans hoffelijk behandeld, maar iedereen is wel eens voor ‘buitenlandse duivel’ uitgemaakt. Zwarte en gekleurde buitenlanders, onder wie Afrikaanse studenten, voelen zich vaak racistisch behandeld.

Respect

De klassieke boeken van Confucius (551-479 v.Chr.), Mencius (372-289 v.Chr.) en andere denkers worden voortdurend herdrukt; hun ideeën over volmaaktheid (van mens en bestuur), het humanisme en de ‘Grote Harmonie’ worden in tijdschriften, op internet en tv besproken als hoogstactuele denkbeelden. Zelfs in lifestylebijlagen duiken verhalen op over de juiste Confuciaanse omgangsvormen met ouders, bazen en collega’s. Dat Chinezen elkaar niet erg aardig behandelen, is een bron van staatszorg. Waarden als respect voor ouderen en meerderen, deugdzaamheid, voorkomendheid en vriendelijkheid worden gepropageerd als traditionele waarden die hoognodig herstel behoeven.

Het ‘glorieuze verleden’ biedt de Partij alle mogelijkheden voor het produceren van een ‘nieuw, verbindend verhaal’, toont Schulte Nordholt. De verhalen over zeevaarder Zheng He en de 18de-eeuwse keizer Qian Long, die China uitbreidde met Mongolië, Tibet en stukken Rusland, spreken tot de verbeelding van Chinese nationalistische denkers. Ze winnen alleen maar aan kracht omdat de communisten kunnen claimen dat zij een einde hebben gemaakt aan de ‘Eeuw van Vernedering’ (1839-1949) – een periode van twee Opiumoorlogen, het vernietigen van het Zomerpaleis door een Frans-Engelse expeditie en de Japanse bezetting, die van China tot 1945 in feite een half-kolonie maakte. Nog steeds wordt Japan beschouwd als de vijand, alle economische banden ten spijt. Dat het niet de communisten waren die een einde maakten aan de ‘Vernedering’, weten Chinese scholieren niet, zoals zij ook niet weten dat een Amerikaanse atoombom en het Guomindang-leger van de later naar Taiwan gevluchte Chiang Kai-shek de Japanse legers uit China verjoegen.

Nu China hersteld is van de ‘Eeuw van ‘Vernedering’ is het volgens Xi Jinping tijd voor de ‘grote verjonging van de Chinese Natie’. Schulte Nordholt ziet in de speeches en gedragingen van president en partijleider Xi Jinping talrijke verwijzingen naar het verleden. Xi gedraagt zich als een keizer; hij heeft vrijwel alle militaire, economische en politieke macht naar zich toe getrokken. Nog net niet dicht de Chinese propaganda hem een Hemels Mandaat toe.

Goed voorbeeld van klassiek denken is volgens Schulte Nordholt Xi’s anticorruptie-campagne, de langste en meest volhardende in de Chinese geschiedenis. In keizerlijke tijden dienden ambtenaren, dienaren van de soeverein, beschaafd, geletterd en deugdzaam te zijn. Zonder deugdzame ambtenaren geen deugdzame keizer. Alleen deugdzame keizers regeerden lang, terwijl tirannieke keizers ten onder gingen, vaak na natuurrampen, hongersnoden, overstromingen en corrupte gedragingen van ambtenaren.

Naar historisch voorbeeld werpt Xi zich in de staatsmedia op als de grote weldoener. Tekenend is dat Xi in zijn bespiegelingen over de ‘Chinese Droom’ met geen woord meer spreekt over Marx of Mao. Wel komt het ‘socialisme met Chinese karakteristieken’ vaak ter sprake. Maar dat is een verwaterde vorm van socialisme waaraan door de jaren heen steeds meer Confuciaanse elementen toegevoegd zijn.

Het komt natuurlijk goed uit dat Confucius noch andere wijsgeren uitspraken deden over de wil van het volk en over democratie. Net als de keizers zien de partijleiders zich boven het volk gesteld en hebben ze de taak voor welvaart en glorie te zorgen. Het volk willen dienen is in klassieke en moderne Chinese opvattingen wezenlijk iets anders dan naar het volk luisteren, laat staan door het volk verkozen worden. Helemaal verwaterd is het communisme nog niet: de partij beslist na discussie en verwacht daarna absolute gehoorzaamheid.

De heropleving van klassieke Chinese waarden baart Schulte Nordholt ook zorgen. Niet alleen wordt met de omhelzing van het Confucianisme de weg naar een democratisch China afgesloten, maar met het verheerlijken van sommige keizerlijke dynastieën wordt ook nieuwe territoriale expansie gelegitimeerd.

Dat China bezig is om zijn invloed in Azië te vergroten is duidelijk. Liefst worden heel Azië en Europa morgen nog op Chinese spoorwegnetwerken en olie- en gaspijpleidingen aangesloten. Bij de uitbreiding van het grondgebied wordt echter heimelijker en listiger te werk gegaan. Hoe vaak Xi en zijn generaals ook zeggen dat de opmars van China vreedzaam zal zijn, de nieuwe assertiviteit van China in de Zuid-Chinese Zee baart veel onrust in Azië. Niet verwonderlijk voor wie de landingsbanen en witte gebouwen bekijkt op nieuwe eilanden in de Zuid-Chinese Zee. Wat Poetin in 2014 openlijk deed met de Krim, doet Xi Jinping in het geheim in de Zuid-Chinese Zee. In plaats van soldaten en tanks stuurt Xi zandzuigers en graafmachines het maritieme strijdperk in. Koraalriffen worden in hoog tempo uitgebouwd tot Chinese eilanden met luchthavens, maritieme installaties en zelfs al een hotel. Die listige werkwijze is uiterst succesvol. Andere landen met claims of grote belangen, waaronder de VS, protesteren heftig, maar doen niets.

Officieel heeft China een moderne vloot en luchtmacht nodig om een nieuwe ‘Eeuw van Vernedering’ te voorkomen. Schulte Nordholt citeert ministers, denkers en militairen die duidelijk andere bedoelingen hebben. Annexatie van de Zuid-Chinese Zee is zelfs verheven tot een ‘kernbelang’, een term die China ook gebruikt voor Taiwan en Tibet.

Zachte overreding

In keizerlijke tijden hanteerden de machthebbers in de omgang met barbaren de tactiek van de zachte overreding, ‘wen’. Buitenlandse vertegenwoordigers werden altijd met cadeaus en de beste wensen ontvangen en heengezonden, een tactiek die nog altijd wordt gebruikt. Alleen tegen opstandige barbaren die de superioriteit van China niet wisten te waarderen, werden de wapens (‘wu’) ingezet. Chinese leiders en nationalistische denkers maken er geen geheim van dat de politieke en militaire barometer eerder richting ‘wu’ dan naar ‘wen’ beweegt.

Schulte Nordholt citeert een Chinese topdiplomaat die voorspelt dat er ‘gebulder van kanonnen’ zal klinken als landen als Vietnam en de Filippijnen zich niet neerleggen bij de Chinese toe-eigening van de Zuid-Chinese Zee. Of als China het plan opvat om Taiwan te heroveren, of als het Mongolië weer wil inlijven. Niets is uitgesloten als het gaat om het behoud van de macht, denkt Schulte Nordholt.

Opdoemende grote vraag is natuurlijk of de Chinese opmars in de Zuid-Chinese Zee zal ontaarden in een onvermijdelijke oorlog tussen China en de Pacifische grootmacht Amerika. Niemand die lang in China woont en werkt kan zich voorstellen dat China in staat is militair meer te presteren dan het organiseren van een parade of, zoals in de dramatische dagen van juni 1989, het onderdrukken van een demonstratie. Schulte Nordholt was daar als jonge bankdirecteur bij en hield daar bepalende herinneringen aan over.

List, verhulling, manipulatie – alle door militair strateeg Sunzi aanbevolen tactieken – zullen worden toegepast, maar een openlijk conflict met de Grote Hegemoon zal worden vermeden. Oorlog met Amerika zou onherroepelijk het einde inluiden van de Communistische Partij, die niet voor niets de grootste en rijkste ter wereld is geworden en dat ook wil blijven. Eenzaamheid is tegen die achtergrond een lage prijs en wie zou er nu werkelijk bevriend willen zijn met de barbaren.