Astronomische berekening op tablet verraadt Babylonisch genie

Babylonische astronomen gebruikten abstracte meetkunde om de positie van hemellichamen te berekenen. De Nederlandse astronoom en assyrioloog Mathieu Ossendrijver ontdekte zo’n berekening op een spijkerschrifttablet. „Waarschijnlijk is het een Babylonisch genie geweest”, zegt Ossendrijver, die de vondst deze vrijdag beschrijft in Science . „De vraag is of zijn collega’s het ook begrepen hebben.”

In de twee millennia vóór de jaartelling vertrouwden Babylonische sterrenkundigen duizenden berekeningen en tabellen toe aan het spijkerschrifttablet, vooral met astrologische doeleinden. „We hebben bijvoorbeeld lijsten met voortekenen: ‘Als er een zonsverduistering is, zal de koning sterven’”, zegt Ossendrijver, die aan de Humboldt-Universität in Berlijn werkt.

Onze indeling van de hemel in graden, minuten en seconden danken we aan de sterrenkundige obsessie van de Babyloniërs, die deze doorgaven aan de Grieken. Maar waar Grieken zich de hemel voorstelden in geometrische termen, leken de Babyloniërs zich te beperken tot pure rekenarij – tot Ossendrijver een onbekend spijkerschrifttablet zag dat stamt uit circa 350 tot 50 v.Chr.

Het tablet bleek de sleutel tot een reeks raadselachtige recepten voor de baan van Jupiter, waarin sprake is van een trapezium, een meetkundige figuur. Uit het ‘nieuwe’ tablet wordt duidelijk dat ten minste één Babylonische sterrenkundige zich de veranderende snelheid van Jupiter aan de hemel voorstelde als een grafiek. Die abstracte en meetkundige voorstelling duikt in de westerse wetenschap pas 1.500 jaar later op.

„Het is niet verbazend dat juist Ossendrijver dit gevonden heeft”, zegt Tije de Jong, emeritus hoogleraar astronomie en gespecialiseerd in de Babylonische sterrenkunde. „Die berekeningen zijn vaak droog en cryptisch omschreven. Mathieu is er echt heel goed in om daar chocola van te maken.”