Verlangen in Rotterdam

Ik zit in de hal van het Centraal Station te wachten op Hester Knibbe, onze stadsdichter en winnares van de VSB Poëzieprijs 2015. De komende weken rijdt er een tram door de stad met daarop een dichtregel van haar hand. Ik heb Hester nooit ontmoet en weet niet hoe ze eruit ziet, maar als ik een vrouw zie staan die duidelijk ook op zoek is naar een onbekend gezicht, weet ik dat zij het is.

We gaan naar buiten. De winter lijkt voorbij te zijn. Ik zie mensen met open geknoopte jassen en loshangende sjaals. En niet alleen het weer zit vandaag mee. De tram met Hesters regel komt net aanrijden. In witte letters prijkt op een kleurrijke achtergrond: Wij zijn van ons verlangen de uitvinders.

Het voelt een beetje als haar tram. We gaan naast elkaar zitten en slingeren door de stad; door het centrum, over de Westzeedijk, langs de Euromast, en van Delfshaven naar Spangen. Lijn 8 rijgt veel wijken aan elkaar, een lange rit, maar ik heb nauwelijks tijd om uit het raam te kijken. Hester en ik praten over het werk, het schrijven, het verschil en de overeenkomsten tussen proza en poëzie, en natuurlijk over verlangen. Het verlangen dat ons uitvinders allemaal – al dan niet bewust – voortstuwt.

„Zonder verlangen is er stilstand”, zegt ze. Het is fijn om naar haar te luisteren. Hester is nuchter, wijs tussen neus en lippen. In elke zin die ze uitspreekt klinkt ervaring door. Het schrijven ziet ze als een ambacht. Zoals er meubelmakers en vuilnismannen zijn, zo zijn er dichters en schrijvers. En voor iedereen geldt dat het erop aankomt te weten wat je verlangens zijn.

Dan zijn we ineens bij de eindhalte, de Spartastraat. De hemel boven Het Kasteel is helderblauw. We lopen een rondje om het stille stadion. Op wat onderhoudswerkers en smoezelige duiven na is er niemand. Boven één van de ingangen hangt een boodschap van een sponsor die de toeschouwers een prettige wedstrijd toewenst. „Het leven is een wedstrijd”, merkt Hester op. „Het is de kunst steeds van jezelf te winnen.”

Als we terugkomen bij de halte is haar tram alweer vertrokken. Terug naar de andere kant van de stad, terug door al die verschillende wijken, langs al die verschillende Rotterdammers, met al hun verlangens.