Column

Tijd voor grondig onderzoek naar het Indische verleden

Vijf mannen die een meisje van achttien verkrachtten. Het gebeurde op 19 februari 1949 in het dorp Peniwen. Dat ligt in Oost-Java, tussen Malang en Blitar. Een daad die ver van ons verwijderd lijkt in ruimte en tijd. Maar de verkrachters waren militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). En Java was op dat moment nog altijd het hoofdeiland van de toenmalige kolonie Nederlands-Indië.

Dat maakt dat deze ernstige misdaad nog steeds heel dichtbij is. Ook al omdat het slachtoffer niet anoniem is verzonken in vergetelheid. Het gaat om de inmiddels hoogbejaarde mevrouw Tremini, en zij had de moed voor de Nederlandse rechter te getuigen. De Nederlandse Staat betoogde dat de kwestie is verjaard. Mevrouw had maar eerder over haar verkrachting moeten verklaren.

Dat verweer werd woensdag terecht niet gehonoreerd, omdat er sprake zou zijn van een misdaad tegen de menselijkheid. De rechter stelt de Staat wel degelijk aansprakelijk voor de verkrachting en bepaalde dat mevrouw Tremini een schadevergoeding moet krijgen.

Dit oordeel sluit aan bij eerdere uitspraken. In 2011 bepaalde de rechter al dat de standrechtelijke executies op 9 december 1947 van mannen en jongens in het Javaanse dorp Rawagede door Nederlandse militairen niet was verjaard. Door de uitspraak van woensdag is duidelijk dat ook andere ernstige delicten gepleegd uit naam van de Nederlandse Staat niet onder het stof van de tijd dienen te verdwijnen.

Maar hoezeer de rechtbank ook lof verdient voor deze oordelen, de Nederlandse geschiedenis dient door historici te worden geschreven. Wat zich in plaatsen als Peniwen en Rawagede afspeelde, waren geen geïsoleerde excessen. Uit recent onderzoek is gebleken dat het geweld tijdens de zogeheten Politionele Acties tussen 1945 en 1950 structureel, extreem en op grote schaal werd toegepast.

Tegelijkertijd ontbreekt nog veel informatie. Ook aan Indonesische zijde werd extreem geweld tegen burgers gepleegd. Het pleidooi van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en het NIOD voor financiering van onderzoek om de feiten te kunnen vaststellen, werd eerder niet gehonoreerd door toenmalig minister Timmermans.

Argument hiervoor was dat het ontbrak aan internationale inbedding, omdat Indonesië het onderzoek niet steunde. Achter dit schriele argument hoort Nederland zich niet te verschuilen. Nederland heeft de verantwoordelijkheid de eigen mogelijke oorlogsmisdaden uit het verleden grondig te onderzoeken.