Stuur Mozes maar de berg Tavan Bogd op

Jarenlang trok ze door woestijnen, maar die verruilde ze voor Zuidwest-Siberië. Desolaatheid, ruigte en een hard klimaat waren de voorwaarden, onderzoek naar geest en landschap was het doel, hoofdpijn het gevolg.

Arita Baaijens in het Altajgebergte

Het vinden van een nieuwe obsessie, dat is het doel van ontdekkingsreiziger Arita Baaijens als ze voor het eerst naar Siberië vertrekt. Eerder doorkruiste ze twintig jaar lang woestijnen en hoefde ze niet na te denken over een doel in het leven. Toen die liefde opeens bekoelde, zocht ze een nieuwe, met desolaatheid, ruigte en een hard klimaat als voorwaarden.

Het werd Zuidwest-Siberië, waar op het vierlandenknooppunt van Rusland, Kazachstan, China en Mongolië het Altajgebergte ligt. Hier, in de bakermat van het sjamanisme, bevindt zich volgens de overlevering de toegang tot Shambhala, het paradijs. Een potentiële obsessie van jewelste, die op maat lijkt gesneden voor een avonturier als Arita Baaijens. Na enkele verkenningen maakt ze in de zomer van 2013 een rondreis van honderd dagen om het gebergte heen, grotendeels te paard. Over die reis gaat Zoektocht naar het paradijs.

Om te begrijpen waarom velen bijzondere aardse krachten toedichten aan het Altajgebergte houdt Baaijens tijdens de tocht haar gemoedstoestand bij in gekleurde lijnen op een stuk leer. Een empirisch onderzoek naar hoe landschap en geest elkaar beïnvloeden.

Erg concreet wordt dat onderzoek niet. Waarom houdt ze bijvoorbeeld alleen haar eigen stemming bij, en vraagt ze niet aan haar mee reizende Amerikaanse partner om hetzelfde te doen? En waarom noteert ze van elke plaats coördinaten, hoogte en landschapskenmerken, maar analyseert ze niet hoe die overeenkomen met haar verschillende stemmingen?

We leren veel meer van het verslag dat ze doet van de manier waarop de lokale bevolking – een herder hier en een jager daar – samenleeft met de natuur. Niet meer nemen dan strikt noodzakelijk, de aarde respecteren als een levend wezen, aanvaarden dat het bestaan spartaans en gevaarlijk is en in ruil daarvoor weten dat deze harmonie tussen mens en natuur in principe eeuwig kan doorgaan.

Dáárin schuilt de heiligheid van de Altaj, dat die bergen bevolkt worden door mensen die hebben begrepen dat zij en de natuur hetzelfde zijn. Een fijne les, want die kunnen we allemaal overal toepassen.

Wat verbaast zijn de vele bozige gedachten van de auteur. Velen krijgen ervanlangs als er problemen zijn: de gidsen, de geliefde, de paarden, een regenjas, de videoapparatuur. En dat terwijl al deze onverlaten staan opgelijnd om haar van dienst te zijn. Ze krijgt er veel hoofdpijn van. Dat verwacht je niet, van iemand die zo extreem ervaren is.

De positieve kant van die emotie leidt tot een mooi, enthousiast reisverslag: ‘Als ik de Bijbel mocht herschrijven zou ik Mozes de Tavan Bogd op sturen om God te aanschouwen. Wat een berg!’

Baaijens heeft een schitterende reis gemaakt en doet de bewoners van het Altajgebergte eer met dit boek. Als reisverslag is het een stuk geslaagder dan als onderzoek.