Veteraan slaat machtsgreep liberale rivaal in Vietnam af

Behoudende communist Trong blijft aan leiding.

Trong eerder donderdag.  Foto Na Son Nguyen / Reuters

Als je Nguyen Phu Trong (71) mag geloven, was hij liever met pensioen gegaan. Maar de uitdagingen waar Vietnam voor staat, zijn zo groot dat de secretaris-generaal van de Vietnamese Communistische Partij niet anders kon dan een nieuwe termijn als leider van zijn land te accepteren. „Ik had het niet verwacht dat ik opnieuw voorgedragen en met bijna 100 procent van de stemmen herkozen zou worden”, zei Trong donderdag na afloop van het partijcongres dat eens in de vijf jaar plaatsvindt.

Kenners zijn er echter van overtuigd dat Trong in werkelijkheid achter de schermen een slimme en tactisch handige campagne heeft gevoerd om een machtsstrijd te winnen van Nguyen Tan Dung, die al twee termijnen premier was. Dung stond bekend als een politieke wildebras die bereid was de economie te hervormen maar ook zijn macht consolideerde via vriendjespolitiek en nauwe banden met bepaalde zakenlieden. Ook Dung zou secretaris-generaal hebben willen worden. Die poging is dus afgeslagen door Trong.

Economische voorspoed

Nu Dung van het toneel verdwijnt is het aannemelijk dat de economie minder snel zal liberaliseren. Al blijft Vietnam wel verdragspartij bij het Trans-Pacific Partnership, een vrijhandelsverdrag tussen landen aan de Stille Oceaan als Japan, de Verenigde Staten en Maleisië. Ook zal Vietnam een belangrijk productiecentrum blijven. Technologiebedrijven als het Koreaanse Samsung en Taiwanese firma’s als Foxconn hebben er de afgelopen jaren miljarden dollars geïnvesteerd in nieuwe fabrieken.

Waar landen als China, Indonesië en Maleisië de laatste jaren juist minder hard groeiden, ging het economisch steeds beter met Vietnam onder premier Dung. In 2013 was de economische groei 5,4 procent, dit jaar zal dat 6,4 procent zijn.

Het wordt interessant hoe het nieuwe Politburo omgaat met China. De twee communistische landen kennen een ingewikkelde relatie, ondanks hun verwante ideologische grondslagen en economische banden. Regelmatig ontsteekt Hanoi in machteloze woede als China aantoont met gemak de betwiste eilanden in de Zuid-Chinese Zee te controleren, die Vietnam ook voor zich opeist. Ook toen China enkele weken geleden een commercieel vliegtuig liet landen op een pas aangelegde betonnen landingsbaan op een eiland op Fiery Cross Reef reageerde Hanoi fel: dit was „een ernstige inbreuk op de Vietnamese soevereiniteit”.

Vietnam heeft de afgelopen jaren gekozen voor een strategie van balanceren. Dus zoekt Vietnam bondgenoten tegen China. De banden met de VS zijn sinds het einde van de Vietnamoorlog niet zo nauw geweest. Er zijn politieke bezoeken op het hoogste niveau en de Amerikaanse marine werkt samen met de Vietnamese in de Zuid-Chinese Zee.

Vorige week bleek hoe uitgekiend de Vietnamese strategie is. Hanoi sloot een overeenkomt met die andere Aziatische grootmacht in wording, India, om samen een radar- en satellietfaciliteit te bouwen in Ho Chi Minh-stad. Beide landen zouden toegang krijgen tot de beelden die Chinees scheeps- en vliegverkeer in het betwiste gebied beter in kaart brengt.

De Zuid-Chinese Zee is voor Vietnam meer dan een internationale kwestie. In 2014 braken bij Chinese en Taiwanese fabrieksterreinen in Vietnam rellen uit, die de autoriteiten met moeite onder controle wisten ten brengen. De onlusten waren een reactie op aanvaringen tussen Vietnamese en Chinese marineschepen nadat een Chinees olieboorschip volgens Hanoi in Vietnamese wateren werkzaam was geweest.

Het is aan Nguyen Phu Trong zulke situaties in goede banen te leiden. „Er is veel werk te doen”, zei hij. Zijn pensioen moet nog even wachten.