Waarom Kamerleden opstappen? Er is een patroon

Voor Kamerleden die weten dat ze laag op de kandidatenlijst komen, is nu het moment om uit te kijken naar een nieuwe baan.

Met het cliché dat het „tijd is voor een nieuwe uitdaging”, kondigde Bart de Liefde (VVD) woensdag zijn vertrek uit de Tweede Kamer aan. De Liefde wist dat hij na volgende verkiezingen niet terug zou keren. Dus hij was vast gaan zoeken. „Als er dan iets moois voorbij komt, pak ik die kans”, zei hij woensdag tegen journalisten. Taxi-app Uber bood hem een baan aan, als lobbyist – een functie waarvoor ex-Kamerleden vanwege hun grote politieke netwerk zeer gewild zijn. 

De VVD’er is de 25ste die in deze periode vroegtijdig het parlement verlaat, de 13 volksvertegenwoordigers die mochten doorschuiven naar het kabinet niet meegerekend. Eén op elke zes Kamerleden is sinds 2012 zo vervangen. En De Liefde is vast niet de laatste die vertrekt nog voor er nieuwe verkiezingen zijn, uiterlijk in maart volgend jaar. In Lubbers III, Paars I en II vertrok een vergelijkbaar deel van de Kamerleden, maar de huidige hebben als het kabinet standhoudt nog ruim een jaar te gaan. 

Beweeg over de afbeelding voor namen van de opgestapte Kamerleden (en meer informatie):

Wie de redenen waarom Kamerleden opstappen bestudeert, kan een patroon ontwaren. Eerst mag er een aantal naar het kabinet. Dan worden andere oud-gedienden beloond met een nieuwe baan, zoals Mariëtte Hamer (PvdA) die de Sociaal-Economische Raad ging leiden. Intussen stappen er wat leden op die niet voor het Kamerwerk gemaakt blijken, zoals PvdA’ers Myrthe Hilkens en Désirée Bonis.

Later vertrekt een bups wanneer er wethouders, gedeputeerden en burgemeesters nodig zijn. Ziekte, pensioen en andere persoonlijke omstandigheden zijn van alle tijden. Net als integriteitsrelletjes, die met Johan Houwers, Matthijs Huizing, Mark Verheijen en René Leegte, die deze periode exclusief de VVD troffen.

Wie precies op tijd moeten gaan, zijn de strategische vertrekkers, zoals Bram van Ojik (GroenLinks) en Arie Slob (ChristenUnie). De nieuwe fractievoorzitter voor wie zij plaats maken moet immers tijd krijgen om zich te ontpoppen tot ideale lijsttrekker.

Het naderende einde

Nu is de periode aangebroken voor Kamerleden die hun einde zien naderen. Met zicht op verkiezingen werken alle partijen op dit moment aan hun kandidatenlijsten. Sommigen houden het zelf voor gezien, maar onzichtbare of juist lastige Kamerleden krijgen te horen dat ze niet op of laag op de lijst zullen komen. De grote coalitiefracties van VVD en met name PvdA zullen volgens de peilingen bovendien een flink aantal zetels verliezen. Wie straks niet met wachtgeld thuis wil zitten, gaat nu vast op zoek en vindt soms al snel. Omdat sinds Paars II geen kabinet zijn vierde jaar haalde, kwam dat sinds 2002 niet meer voor.  

Liever wachtgeld dan afsplitsers

Dan zijn er nog de absurde varianten. Henk Krol (50Plus) en Johan Houwers (ex-VVD) keerden terug nadat ze de Kamer na aanklachten hadden verlaten. Peter Oskam (CDA), die in stilte burgemeester leek te worden, gaf in een interview toe dat hij zijn Kamerlidmaatschap én het CDA alleen had gezien als opstapje. En de uitschieter bleek Wassila Hachchi (D66). Die vertrok vorige week plotsklaps en zonder afscheid of toelichting. Ze zou voor de verkiezingscampagne van Hillary Clinton gaan werken, maar die baan is onzeker en voorlopig rekent ze op wachtgeld.

In reactie op Hachchi klinkt hier en daar het pleidooi om Kamerleden die vrijwillig vertrekken wachtgeld te ontzeggen. Maar zo’n maatregel kan betekenen dat parlementariërs om het geld blijven zitten als ze ruzie hebben met hun partij. En dat zou weer een héél ander parlementair probleem aanjagen: versplintering door afsplitsers die beticht worden van zetelroof.