Column

Passie op kantoor? Ieuw, onsmakelijk

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met #jeukwoorden op kantoor.

Vroeger, toen ik 14 was, haalde ik mijn ‘passie’ uit de Bouquetreeks. O, de passie! Die kwam als hij „eindelijk zijn arrogante masker liet vallen”, hij zijn „hoekige kaaklijn vertrok in een grimas van emotie”, er een „waas van begeerte over zijn donkere ogen kwam”, en hij haar in „zijn mannelijke armen nam” – ik zeg het nu even uit mijn hoofd, dus het kan zijn dat ik de volgorde verkeerd heb onthouden.

Ik weet niet wát er gebeurd is, maar tegenwoordig is er ook passie op kantoor. Ik weet nog goed toen ik het voor het eerst hoorde. Het was een verkoopster van een IT-systeem voor vakantiedagen en „mijn passie”, zei ze, „is het snijpunt van HR en IT”. Een particuliere fetisj, dacht ik toen nog, maar heden ten dage heeft iedereen passie. Zo is er ‘passie voor sales’, ‘passie voor communicatie’, ‘passie voor matrixsturing’, ‘passie voor focus’ en dat is nog maar wat ik in drie minuten bij elkaar googelde.

Laatst zei iemand dat de passie naar kantoor kwam toen hij verdween uit de slaapkamer, maar ik denk dat het ergens in de jaren negentig begonnen is toen Paul Jambers nog op tv was en hij bijzondere Vlamingen filmde die [zet Vlaams accent op] „overdag een eenvoudige boekhouder” waren maar „’s nachts hun passie voor spreadsheets” uitleefden.

Inmiddels zit de passie zelfs in karnemelk, zo noteerde mijn medestrijder tegen de holle frasen en jeukwoorden, Teun van de Keuken, al eerder in zijn column in de Volkskrant. Hij ontdekte ook brood met passie, autoverzekeraars met passie, een plantenkweker met een passie voor prei – er blijkt zelfs een heel concern te zijn met een „passie voor media”, godbetert.

Jongens, ik denk dat iemand het moet gaan zeggen en dan ben ík het maar, maar we gaan ermee stoppen, met al die passie buiten de intieme sfeer. Ik gun iedereen zijn lolletje, maar ik vind het te plat geworden. Het is ook doodvermoeiend, al die mensen die de hele dag in een opperste staat van opwinding rondlopen. Maar ook doodeng: al die passie zal op een gegeven moment toch érgens heen moeten, denk ik dan.

Ik vind het ook gewoon onsmakelijk, get a room zeg. Neem die collega met een passie voor spreadsheets. Zit-ie daar te blozen achter zijn Excel. „Nog iets leuks gedaan dit weekend?” „Ja, even al mijn databases een grondige beurt gegeven.” Call me old fashioned, maar ieuw. Bovendien: what’s next op kantoor? Hartstocht, tantra, massages, ontlading?

Maar het ergste: iedereen boven de 27 weet wat er gebeurt met passie – juist, die dooft uit, dat lees ik tenminste altijd in de Linda. En wat doe je als de passie weg is, ga je dan ook op kantoor zitten als in een uitgeblust huwelijk, of moet je dan weer een nieuw, jonger baantje? Jongens, wat is er mis met je werk gewoon ‘leuk’ vinden. Daar hoeven wat mij betreft écht geen tissues aan te pas te komen. Mensen die het op kantoor steeds over passie hebben, zijn óf binnen drie maanden uitgeblust, óf komen thuis iets tekort, óf staan alles te faken.