Zo scoort de school van jouw kind op de rekentoets

Steeds meer leerlingen halen een voldoende voor de rekentoets. Maar de verschillen tussen scholen zijn enorm. 

Vijf Kamerleden maakten vorig jaar een rekentoets op het Plein in Den Haag, op verzoek van leerlingenorganisatie Laks. Ze zakten allemaal. Foto Phil Nijhuis

Iedereen kan vanaf nu zien hoe de rekentoets op zijn of haar school is gemaakt. Het ministerie van Onderwijs heeft namelijk donderdag alle resultaten per onderwijsinstelling op de website geplaatst, in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De verschillen zijn groot; er is een school waar maar 12 procent van de leerlingen vorig schooljaar is geslaagd en er zijn gymnasia waar alle scholieren een voldoende scoren.

Vorig jaar maakte staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) globaal de resultaten van de rekentoets bekend. Toen bleek al dat eindexamenleerlingen in het voortgezet onderwijs voor de toets iets hogere cijfers hadden gehaald. In 2014 lag het gemiddelde op een 5,9, en in 2015 was dat een 6,1. Uit de nieuwe cijfers blijkt inderdaad dat het gemiddelde cijfer van de scholieren is gestegen. En dat steeds meer leerlingen een voldoende halen. Vooral scholieren in het vmbo, van elk niveau, hebben een inhaalslag gemaakt.

Zo heeft de helft van de leerlingen op het laagste vmbo-niveau (vmbo-basis) vorig schooljaar een voldoende gehaald. Een jaar eerder was dit nog ruim 40 procent. Van de leerlingen die vmbo-kader volgt, haalt bijna 60 procent een voldoende, tegenover ruim 40 procent in 2014. Van de scholieren die vmbo gemengd theoretische leerweg doet, slaagt bijna 70 procent, terwijl dat eerst nog bijna 60 was.

Op de havo doen scholieren het iets beter dan eerst; nu haalt bijna 54 procent de test, voorheen stond het percentage op ruim 47 procent. De vwo’ers doen het het best. Daarvan haalt ruim 90 procent een voldoende, tegenover 89,7 procent een schooljaar eerder.

Grote consequenties

Het zijn belangrijke resultaten; er is vanuit het onderwijs en de politiek ontzettend veel kritiek op de rekentoets. Te veel eindexamenkandidaten halen de test niet, zeggen kamerleden en onderwijsorganisaties. En dat heeft grote consequenties. Want wie faalt voor de toets, kan zijn of haar diploma niet halen. De kamer stemde een paar maanden geleden in met een plan om de toets nog alleen voor eindexamenleerlingen op het vwo mee te laten tellen. Omdat er op andere schoolniveaus anders te veel kinderen zouden zakken. En de leerlingen mogen niet de dupe worden van slecht rekenonderwijs op hun school, zo luidde de voornaamste argumentatie.

Geharrewar

Er is al jaren geharrewar over de toets. Staatssecretaris Dekker heeft zijn plannen geregeld bij- en uit moeten stellen. Zo heeft hij de norm verlaagd, om ervoor te zorgen dat minder leerlingen zouden zakken. Wel met als voorwaarde dat de toets ieder jaar een beetje moeilijker wordt – een leerling mag dus minder fouten maken om een voldoende te halen. Jongeren moeten nu een 5 halen om de test te halen. Bovendien heeft Dekker aangepaste versies laten maken voor kinderen die moeilijk rekenen. En heeft hij besloten dat scholieren drie keer mogen herkansen.

Bekijk op de kaart hieronder de resultaten van iedere schoolvestiging in Nederland. Zoom in om individuele scholen te bekijken.

De rekentoets is geïntroduceerd door toenmalig staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) die zo hoopte het rekenniveau van studenten op te krikken. Want dat niveau is al jaren onder de maat: bijna tien jaar geleden kwam aan het licht dat eerstejaars pabo-studenten, die leraar willen worden, slechter bleken te rekenen dan goede leerlingen uit groep acht van de basisschool. Reden om het rekenprobleem al bij de vooropleidingen aan te pakken. En zo kwam Van Bijsterveldt met de rekentoets, voor het voortgezet onderwijs én het mbo.

Lawine van kritiek

Er volgde een lawine van kritiek. Want kinderen zouden niet beter gaan rekenen door de dwang van een toets. Het rekenonderwijs in Nederland moest gewoon beter worden, zeiden experts. Want daar zou veel mis mee zijn. Het rekenonderwijs zou veel te ‘talig’ zijn – sommen zitten verstopt in verhaaltjes. En kinderen vinden dat lastig. Er zou bovendien te weinig aandacht zijn voor bijvoorbeeld stampen van tafels en hoofdrekenen.

Ook was de rekentoets zelf een monster, zeiden critici. Naast de talige vragen, was er weinig exact rekenen, maar waren er wel gemene instinkers en onbegrijpelijke opdrachten. Dekker liet de toets aanpassen. En de resultaten die leerlingen daarbij haalden zijn nu dus bekend.