Column

Ja-campagne, regering kan hier niet onderuit

Halfhartig en chagrijnig, de stemming in Den Haag rond het Oekraïnereferendum van 6 april. Er hangt een sterke geur van 2005 omheen, toen het kabinet-Balkenende een zeperd haalde met het ‘nee’ tegen de Europese grondwet. Ook toen had niemand er zin in. Ditmaal nog minder, want men weet wat komen gaat. Toch ontbreekt in de terugblikken op die vorige campagne (NRC, 23 jan.) steeds de belangrijkste les. Het kabinet-Balkenende stond niet voor zijn handtekening. Na twee jaar onderhandelen tussen alle EU-landen ondertekende Balkenende zelf de grondwet: op 29 oktober 2004, in Rome, live op de NOS. Zo bond de premier zijn kabinet en verplichtte hij zich er thuis steun voor te vinden.

Staatsrechtelijk lag de zaak tussen drie spelers: regering, parlement, bevolking. De regering vroeg aan de Kamer: willen jullie dit verdrag ratificeren? Antwoord: ‘Wij vinden dit zo’n groot besluit, dat vragen we liever aan de kiezers; we doen een stapje terug.’ De volksvertegenwoordiging zette zich buitenspel. Toen lag de vraag tussen regering en volk. Wat zei echter de regering? ‘Wij wilden dat referendum niet, de Tweede Kamer moest zo nodig, dus die moeten maar campagnevoeren.’ Een elementaire denkfout. Maar de top van het kabinet dook en liet de arme staatssecretaris Atzo Nicolaï de klus opknappen.

Vandaag is de dynamiek net zo. Dat referendum moest zo nodig van de kwajongens van GeenPeil, wij hebben geen zin. Nou, dan maak je zin! Dezelfde smoesjes als toen komen van stal. ‘Een referendum is een staatsrechtelijk onding’: dat kan wel wezen, maar het is nu een politiek feit. ‘Het is raadgevend, niet bindend’: formeel wel, maar wie een fiks nee achteraf wil wegmoffelen stookt het wantrouwen jegens de politieke klasse verder op. Op 29 mei 2005, drie dagen voor ons ‘nee’, stemden de Fransen ‘non’. In Parijs ontsloeg president Chirac meteen premier Raffarin. De Franse regering nam zichtbaar verantwoordelijkheid voor haar falen: men geneerde zich voor de EU-partners. En in Den Haag op 1 juni? Niemand kreeg ontslag, Nicolaï danste na afloop in een café en Balkenende verklaarde bijna triomfantelijk op televisie: ‘de grondwet is dood’. Hij besefte het zelf niet, maar wat die avond vooral dood was, waren zijn eigen Europese ambities. Een regeringsleider die zijn eigen kiezers niet kan en nauwelijks wil overtuigen verspeelt zijn gezag bij collega’s in Berlijn, Parijs, Luxemburg of Rome. Want ja, in de democratieën om ons heen geldt als hoofdtaak voor de beroepsgroep: mensen overtuigen. Nederlandse politici bedrijven een ander vak. Die willen dingen regelen, problemen oplossen; voor ons maar zonder ons. Ze verwarren uitleggen hoe, met overtuigen waarom.

Toen de vorige Oekraïense president in november 2013 na aarzelen en onder Russische druk niet inging op het EU-aanbod van een Associatieovereenkomst, begon in Kiev de Maidan-opstand. Eind februari 2014 vluchtte de president. Vrijwel meteen vielen Russische soldaten de Krim binnen en grepen in plukjes Oost-Oekraïne separatisten de macht – vandaaruit werd later de MH17 neergehaald. Op 16 maart hield de Krim een referendum over aansluiting met Rusland, compleet met soldaten in stembureaus. In deze dramatische situatie zei de EU tegen de nieuwe leiders in Kiev: als jullie na dit alles nog willen – na de Maidandoden, na het Krimverlies en in deze oorlog –, ons aanbod staat nog. Aldus werd op 21 maart 2014, in Brussel, het politieke deel van het Associatieverdrag ondertekend door alle EU-regeringsleiders en de Oekraïense premier. Het was niet live op de NOS, maar toevallig was ik erbij: voor ons tekende Mark Rutte.