EU-landen maken asielbeleid strenger nu impasse aanhoudt

Ondanks pleidooien voor een Europese aanpak wordt vluchtelingbeleid juist steeds meer nationaal.

Foto Pierre Crom / ANP

Overal in Europa is te merken dat het lente wordt. Zweden en Finland gaan tienduizenden migranten uitzetten. Oostenrijk zet een stop bij 37.500 asielzoekers, minder dan de helft van vorig jaar. En de coalitie in Berlijn is het gisteren na maanden eens geworden over verscherping van het uitzettingsbeleid en beperking van de mogelijkheden voor gezinshereniging.

En dan zijn dit de EU-landen die de afgelopen maanden het meest ruimhartig zijn geweest in hun vluchtelingenbeleid. Zij bereiden zich voor op een aanhoudende impasse in Brussel en een met warmer weer aantrekkende stroom migranten - terwijl in de vier weken van dit jaar al 54.500 mensen over zee naar Europa zijn gekomen, voor 90 procent via Griekenland.

In Brussel blijft iedereen naar elkaar kijken en gebeurt er weinig, Turkije zegt beleefd wel te willen meewerken als de EU nu eindelijk eens de beloofde drie miljard ophaalt. Intussen wordt het vluchtelingenbeleid steeds meer wat het in de ogen van veel deskundigen niet zou moeten zijn: nationaal in plaats van Europees.

Wel/geen bovengrens

Oostenrijk kiest daarbij voor de botte bijl: we doen wat we kunnen, maar vol is vol. Nederland houdt het vaag, in het ‘plan-Samsom’: enkele honderdduizenden verdelen over een aantal Europese landen, als argument om mensen die in Griekenland Europa binnenkomen maar nauwelijks kans maken op asiel per kerende veerboot terug te kunnen sturen. Wat er moet gebeuren als meer vluchtelingen komen, blijft onduidelijk.

Zweden en Duitsland willen geen bovengrenzen stellen, om niet het recht van een vluchteling op bescherming aan te tasten. Ze willen wel scherper vaststellen wie recht hebben op bescherming. Zo gaat Duitsland het recht op gezinshereniging voor twee jaar opschorten voor mensen die om humanitaire redenen mogen blijven, niet omdat ze zijn gevlucht voor oorlog of vervolging. Beide landen willen sneller mensen uitwijzen.

Hierbij speelt de lijst van veilige landen van herkomst een belangrijke rol. Duitsland gaat in de wet vastleggen dat Marokko, Tunesië en Algerije veilige landen van herkomst zijn – bijna geen enkel ander EU-land heeft dat gedaan. Vorig jaar heeft Berlijn een aantal Balkanlanden op die lijst gezet, in reactie op het enorme aantal migranten uit de Balkan. De verdere uitbreiding komt nu de stroom Marokkanen en Algerijnen toeneemt, die grotendeels terechtkomen in de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Er komen in Duitsland vijf centra om mensen die nauwelijks kans maken op asiel, via een versnelde procedure te kunnen uitwijzen. Dit is ongeveer zoals de Europese hotspots in Griekenland en Italië zouden moeten functioneren, maar die zijn nog nauwelijks effectief.

Nederland heeft donderdag met Tirana een akkoord gesloten om sneller afgewezen Albanezen te kunnen terugsturen. Albanië staat in Nederland, net als in de meeste andere EU-landen, op de lijst van veilige landen.

Zweden gaat tussen de 60.000 en 80.000 afgewezen asielzoekers uitwijzen. Dat is bijna de helft van de 163.000 mensen die daar vorig jaar asiel aanvroegen.

Lees ook: Wat Samsom wil is in strijd met verdragen