Dit jeugdboek is ook voor ouderen een aanrader

Ze zitten in een kast, door een kier valt licht, en ze praten over vrijheid. ‘Vrijheid is naakt door een weiland rennen’, zegt Jan. ‘Onderwijl schijtend.’ Het is die jongensachtige bravoure, die onaangepastheid, waar de 15-jarige Kees heel dichtbij kan komen door zijn vriendschap met Jan.

Al is die bravoure misschien ook de reden dat Jan er niet meer is. Koos Meinderts tweede roman voor jongvolwassenen De zee zien begint met de scène waar alles om draait – misschien wel het hele leven van de nu 69-jarige Kees, die terugkijkt. Zo’n oude man is een ongewoon perspectief in de jeugdliteratuur, maar werkt hier schitterend en geeft het verhaal diepte. Het toont hoe tekenend één gebeurtenis was: het moment waarop Jan zingend in een schoorsteen klom, zwaaide, iets riep en viel. Kees keek toe. Glipte Jan weg? Sprong hij? Of, genuanceerder: liet hij los? Die vraag speelt op de achtergrond van Meinderts’ roman, die verder draait om de psychologie van die jongensvriendschap, om opgroeien in 1959, in een wereld waarin je niet naakt door een weiland rende. En om Kees, een jongen die zich niet mannelijk voelt en toch man wordt. Dat is mede te danken aan Jan en zijn zus, die hem wel ziet zitten, en hij haar.

Op alle terreinen excelleert Meinderts, of het nu gaat om de beschrijving van de psyche van de verliefde knaap of om de eenmalige, sombere tirade van Jan dat de wereld ‘er niet voor hem is’. Alles hangt met alles samen, dat voel je, maar hoe het einde van Jan precies te duiden is, blijft nét ongrijpbaar en onbegrijpelijk.

Dat geeft deze magistrale jeugdroman een melancholische diepte en een menselijkheid die beklijft. Meinderts ontroert en neemt adolescente lezers zeer serieus; het zou mooi zijn als deze grote literatuur niet alleen gezien wordt door lezers van jeugdboeken.