Chinese mijnwerkers zijn na 36 dagen gered

De mijnwerkers konden al die tijd in leven blijven doordat door een smal boorgat eten en water werd gestuurd.

Meer dan 400 reddingswerkers waren de afgelopen tijd bezig om de ingesloten mijnwerkers te bereiken. Foto AP

Bij een reddingsactie in een gipsmijn in de Chinese oostkustprovincie Shandong zijn na 36 dagen nadat de mijn instortte, vier mijnwerkers gered. Dat meldt de Chinese staatszender CCTV.

Zeventien mensen zaten opgesloten nadat de mijn eind december was ingestort. Vier van hen bleken nog in leven, zeker één mijnwerker is overleden. Het lot van de anderen is nog onduidelijk.

Meer dan 400 reddingswerkers waren de afgelopen tijd bezig om de ingesloten mijnwerkers te bereiken. Op verschillende plekken boven de grond werden gaten geboord om bij de mijnwerkers te komen. De operatie duurde enkele weken, omdat er niet aan een stuk door geboord kon worden vanwege nieuw instortingsgevaar. De mijnwerkers konden al die tijd in leven blijven doordat door een smal boorgat eten en water werd gestuurd.

Vaker incidenten

Daags na het incident maakte de politie bekend dat er maatregelen getroffen zouden worden tegen de verantwoordelijken van de gipsmijn. Daarop sprong de eigenaar van de mijn in een waterput bij de mijn en verdronk.

In China komen vaker rampen voor en volgens NRC-correspondent Oscar Garschagen worden die vaak veroorzaakt door mensenwerk in een combinatie van onwaarschijnlijk snelle groei, halfslachtig uitgevoerde veiligheidsinspecties en regelrechte corruptie.

Zo vielen er in december doden en raakten zeker zeventig anderen vermist toen een aardverschuiving ontstond toen bouwafval op een overvolle strotplaats in Shenzhen in beweging kwam. Door de kracht werden 33 gebouwen bedolven onder een dikke laag aarde, waaronder fabrieken en slaapzalen voor fabrieksarbeiders.