‘Britsheid van BG blijft beschermd’

Ondanks de nodige twijfels over banen en beleid, stemden ook de aandeelhouders van BG donderdag voor de overname door Shell.

Met de overname van BG Group wordt Shell de grootste producent van vloeibaar gas ter wereld. Foto BG Group / Flickr

Enige weemoed was er donderdagochtend wel onder de kleine aandeelhouders van BG Group. BG zou verdwijnen als zelfstandig bedrijf. Toch stemde 99,53 procent van de aandeelhouders in met de overname door Shell. De Nederlands-Britse oliemaatschappij wordt hiermee de grootste producent van vloeibaar gas (LNG) ter wereld.

President-commissaris Andrew Gould zei dat BG Group, de olie- en gaswinningstak van het voormalige British Gas, ook zonder overname door Shell de aandeelhouders winst zou blijven opleveren. Het „unieke LNG-model maakt ons een van de leiders in de sector”, zei hij. Maar samen met Shell valt er nog meer winst te boeken, menen hij en de rest van het bestuur. Unaniem gaven ze een positief advies.

Veel kleine BG-beleggers stammen uit de tijd van ‘Tell Sid’, de beroemde advertentie waarmee de regering-Thatcher in 1986 de Britten adviseerde aandelen in British Gas te kopen. In een massale campagne op de televisie werd de gewone man, ‘Sid’, opgeroepen om mee te doen aan de privatisering en aandelen te kopen. Anderhalf miljoen Britten gaven er gehoor aan. Nog altijd is de frase in het Verenigd Koninkrijk synoniem voor een succesvolle privatisering. Wie zijn aandelen sindsdien slim belegde, heeft zijn inleg met 4.000 procent vergroot.

Avontuurlijk BG

Het bedrijf is echter al ouder. Het ontstond in 1812 als de Gas Light & Coke Company. Na de Tweede Wereldoorlog werd het genationaliseerd tot de Gas Council, wat vervolgens British Gas werd. De BG Group ontstond elf jaar later na de privatisering van 1986, toen British Gas opsplitste in het leveringsbedrijf Centrica (dat onder de naam British Gas huishoudens van gas voorziet) en BG dat zich op exploratie en productie van gas en olie richtte. Het bedrijf is inmiddels actief in meer dan twintig landen en heeft meer dan 5.000 werknemers, van wie de meesten buiten het Verenigd Koninkrijk werken.

Onder directeur exploratie Frank Chapman, tussen 2000 en 2012 de hoogste baas van BG, kreeg het bedrijf de reputatie van ‘boekanier’, avonturier. In die jaren deed het zestien grote vondsten, wat voor zo’n relatief klein bedrijf bijzonder was. BG werd onder zijn leiding een lieveling op de beurs. Particuliere beleggers spraken donderdag de zorg uit dat het „wendbare BG” na de overname door „ dinosaurus” Shell in een „nog tragere dinosaurus” zou veranderen.

Gould hield hen voor dat de belangstelling van Shell juist gebaseerd was op die exploratiesuccessen, met name in Brazilië en Australië. En bestuursvoorzitter Helge Lund zei dat exploratie „het belangrijkste gespreksonderwerp” was geweest: „De combinatie zal de exploratie van olie juist meer optimaliseren dan elk bedrijf afzonderlijk kan doen.”

Braziliaanse voorraden

In Brazilië, door Shell-topman Ben van Beurden „het meest opwindende gebied voor de olie-industrie genoemd”, investeerde BG hevig (in 2014 2,4 miljard dollar). Daar ligt naar schatting voor 50 miljard vaten aan olie voor de kust, een volume dat vergelijkbaar is met dat van de top van olieproducerende bedrijven.

BG heeft bronnen in onder meer het Santos-basin, dat een van de hoogste volumestromen in de industrie heeft, en boorrechten in Iara, Sapinhoá, Lapa en Lula.

Het gecombineerde bedrijfzou in 2020 550.000 vaten olie-equivalent per dag kunnen produceren in Brazilië. „Politieke uitdagingen en corruptie” hadden tot dusver geen invloed gehad, zei topman Lund donderdag. Wettelijk zijn buitenlandse olie- en gasbedrijven verplicht in Brazilië samen te werken met staatsbedrijf Petrobas, dat verwikkeld is in verschillende omkoopschandalen.

Uiteraard vroegen de aandeelhouders donderdag uitgebreid naar de lage olieprijs. Sinds het overnamebod in april vorig jaar bekend werd gemaakt, is de prijs van een vat Noordzee-olie (Brent) met 44 procent gedaald, en de waarde van het aandeel BG met 24 procent. Goulds antwoord dat de aandeelhouders van BG „een beetje beschermd” waren doordat Shell 30 procent van de aandeelprijs in cash uitbetaald, leek velen te overtuigen. Net als het argument dat Shell „meer Brits” dan Nederlands wordt door de overname. „De aandelen die gebruikt zullen worden, komen van het register in Londen, niet van dat uit Nederland. De Britsheid van BG is beschermd.”

Zorgen over werkgelegenheid kon hij echter niet wegnemen. Shell had al aangekondigd dat er 2.800 arbeidsplaatsen worden geschrapt, deels als gevolg van de overname, deels door de lage olieprijs. Meerdere aandeelhouders vroegen of Gould wel alles had gedaan om de BG-banen te beschermen. Zijn antwoord: „Het beste talent zal aanblijven. Maar als het bedrijf eenmaal van hen is, is die beslissing aan hen.”