Bijwerkingen van antidepressiva verdoezeld

Onderzoek voor de markttoelating van antidepressiva in Europa vertoonde ernstige tekortkomingen.

De moderne antidepressiva (SSRI’s) die in de jaren negentig op de markt kwamen verdubbelen de kans op agressieve uitbarstingen en bewegingsonrust bij depressieve jongeren, ten opzichte van depressieve jongeren die geen SSRI’s slikken. Overduidelijk is dat de registratie van deze zeldzame, maar ernstige bijwerkingen in de onderzoeken, die in de jaren negentig zijn uitgevoerd, ernstig tekortschiet.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Kopenhagen donderdag in The BMJ. Zij veegden de gegevens van 70 onderzoeken bij elkaar die door de fabrikanten van vijf antidepressiva waren ingediend bij Europese registratie-autoriteiten om toestemming te krijgen de medicijnen op de markt te brengen. Dat SSRI’s bij kinderen en jongvolwassenen ook de zelfmoordkans verhogen is al langer bekend en leidde tot veel onrust.

Bij volwassen SSRI-gebruikers lijkt er minder zelfdoding voor te komen, en meer agressie en bewegingsonrust. Maar die uitkomsten zijn statistisch niet overtuigend.

Er is de afgelopen jaren veel gepubliceerd over vermeende toename van zelfdoding en agressie bij SSRI-gebruik. Ook is duidelijk dat in gepubliceerde en ongepubliceerde onderzoeksverslagen gegevens zijn weggelaten of verkeerd zijn weergegeven.

In dit onderzoek is gewerkt met de oorspronkelijke gedetailleerde rapporten van de klinische onderzoeken waarin ook gegevens over de individuele patiënten staan. Verreweg de meeste van die rapporten waren nog nooit onderzocht. De onderzoekers verwerkten 65.000 A4-tjes, met gegevens van 18.526 mensen.

Onderzoeksleider was epidemioloog Peter Gøtzsche, die uiterst kritisch is over de farmaceutische industrie. De onderzoekers concluderen dat veel ernstige bijwerkingen verstopt waren in de patiëntverslagen.

Van de 16 deelnemers die tijdens de onderzoeken overleden, waren er bijvoorbeeld 4 verkeerd ingedeeld, wat „in alle gevallen (-) gunstig uitpakte voor het medicijn”. Eén deelnemer zou bijvoorbeeld 21 dagen na de laatste dosis zijn overleden, maar hij stierf 21 dagen vóór hij die zou slikken.

Een andere patiënt deed een zelfmoordpoging. Hij werd als ‘overleden na afloop van de studie’ geregistreerd. Hij overleefde zijn poging echter vijf dagen en was ondertussen uit het onderzoek gezet. Wellicht waren er zelfs nog meer ernstige bijwerkingen, want de patiëntverslagen waren bij sommige onderzoeken niet compleet aanwezig.

Bekend is dat niet alleen beginnen maar ook stoppen met SSRI’s riskant is. De registratie werd echter vaak zo snel na stoppen van de medicatie gestaakt dat de stopbijwerkingen vaak zijn gemist. Bovenal, schrijven de onderzoekers, mochten mensen met een verhoogde kans op zelfmoord aan tweederde van de 70 onderzoeken niet meedoen.