'Vlees is niet onveilig, vlees is een natuurproduct'

Voor het eerst reageert de voorman van de vleessector uitgebreid op alle kritiek die de afgelopen jaren over de bedrijfstak is uitgestort. „Wie niet horen wil, moet voelen.”

Een vleesverwerker bakt plakjes bacon in vleeswarenfabriek Henri van de Bilt in Beuningen. Foto Merlin Daleman

Het is al bijna drie jaar geleden dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een inval deed bij Willy Selten in Oss. Die vleesverwerker zit intussen in de cel, omdat hij paardenvlees verkocht als rundvlees. Maar de reputatie van de vleessector liep meer averij op. Een jaar na de inval oordeelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) dat de vleesbranche ernstig tekortschiet. Vorig jaar kreeg de sector ook publiekelijk op zijn lazer van de NVWA.

Jos Goebbels reageert, voor het eerst, uitgebreid op alle kritiek. Hij is sinds zes jaar voorzitter van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), de belangenbehartiger van werkgevers in de roodvleessector (met name slachterijen van runderen, kalveren en varkens). De COV-leden zijn samen goed voor ruim 90 procent van de totale Nederlandse omzet van vlees (ruim 8 miljard euro per jaar).

De Onderzoeksraad voor Veiligheid constateerde talrijke en zorgelijke hygiënische tekortkomingen in de slachterijen. Wat zegt u daarop?

„De OVV heeft op ad-hocbasis gekeken. Maar de NVWA, die dagelijks toezicht heeft, heeft nooit aanleiding gevonden om op te treden. Omdat niet alle tekortkomingen relevant zijn voor het product. Een aantal dingen hebben we overigens intussen aangepakt, zoals de bezoedelingen van karkassen met mest. Daar hebben we een programma op losgelaten en die bezoedeling is nu nagenoeg nul.”

De NVWA schrijft het terugdringen van poep op het vlees op haar eigen conto.

„We hebben dat samen gedaan. Ik moet zeggen dat het rapport van de Onderzoeksraad heeft gezorgd dat we het sneller hebben opgepakt. En een stok achter de deur, van de NVWA, is goed: vreemde ogen dwingen. Maar wij hebben besloten ons er niet tegen te verzetten. Dus het ligt ook aan de positieve attitude van de slachterijen.”

De Onderzoeksraad sprak ook over het gebrek aan verantwoordelijkheid in de sector. Afnemers spreken elkaar niet aan bij misstanden, de fraudegevoeligheid bij vlees is groot.

„Daarover hebben we gelijk gezegd: hier zijn incidenten tot norm verheven. Selten ging over de schreef. Met wie zich niet aan de wet houdt, willen we niks te maken hebben. Selten, geen COV-lid, heeft de sector volledig in diskrediet gebracht.”

De OVV had het ook over structurele problemen bij de slachterijen.

„Die herkennen wij niet hoor.”

Heeft u last gehad van het rapport?

„Ja, met name omdat de OVV tot de conclusie komt dat vlees onveilig is. Dat werpen we verre van ons. Vlees is niet onveilig. We zeggen wel: vlees is een natuurproduct, het is niet verhit en niet steriel, dus de consument moet gewoon zijn verantwoordelijkheid nemen. Vlees moet je verhitten, tenzij dat niet de bedoeling is.”

De NVWA heeft ook kritiek op de vleessector. In deze krant zei NVWA-baas Harry Paul bijvoorbeeld dat bij een steekproef geen enkel etiket klopte.

„Als dat zo is, moet de NVWA optreden. Het benoemen, daar heb je niks aan. Wie niet horen wil, moet voelen.”

Vindt u de NVWA niet streng genoeg?

„Ik wil de NVWA niet zwak noemen, zeker niet op ons terrein. Slachterijen zijn de enige voedingsmiddelenproducenten die permanent onder toezicht staan. Je mag niet slachten voor de dierenarts van de NVWA is gearriveerd. Meer toezicht kun je niet hebben.”

U heeft ook kritiek op de NVWA, met name wat de kosten betreft.

„Ja, we zijn bijna de enige sector die zelf de keuring en het toezicht moet betalen. Ruim 50 miljoen euro per jaar. Terwijl de horeca toezicht krijgt op kosten van de overheid. We willen dat ons toezicht ook uit algemene middelen komt. Daar zijn we al een poos mee bezig, ook in Den Haag. Maar we vinden onvoldoende gehoor.”

De politiek haalt ook regelmatig naar u uit. De vleessector heeft geen moraal, klonk het in de Tweede Kamer.

„Er is te vaak negatieve beeldvorming die niet is gebaseerd op feiten. De affaire-Selten wordt altijd aangehaald als het over de vleesbranche gaat. Maar als je kijkt naar de statistieken van fraude en voedselveiligheid, staat vlees veel lager dan mensen denken. Er is veel meer fraude bij non-food. Maar bij vlees komt veel emotie. Het komt van dieren. Dat is toch anders dan als je over een kropje sla praat. En iedereen eet het. We hebben ruim 100 miljoen consumenten van Nederlands vlees, per dag. Toch hebben we al jaren geen echte voedselveiligheidsschandalen gehad. Maar die ratio wordt nooit gevolgd. Ik vind dat vlees onheus bejegend wordt.”

Vorig jaar zei u op de ledenvergadering dat „het goed zou zijn als politiek, pers en publiek wat minder zouden meehuilen met de wolven”; te weten dierenrechtenorganisaties. Maar het lijkt of steeds meer mensen vinden dat dieren onheus bejegend worden. Moet de vleessector niet duurzamer produceren?

„De markt bepaalt. Zeggen: ik heb hier een duurzaam stuk vlees en jij moet daar meer voor betalen, dat duw ik je door de strot, dat gaan we niet doen.”

De consument vraagt er toch om?

„Maar het mag niet te veel kosten. Een deel van de consumenten wil wel 10 procent meer voor rundvlees betalen, zie ik in mijn supermarkt. Maar ik woon mooi op de Utrechtse Heuvelrug, daar leeft niet de gemiddelde consument. We merken, in heel Europa, dat een iets hogere prijs moeilijk ligt.”

Het aandeel van biologisch vlees in de schappen stijgt toch? Dan is er dus stijgende vraag.

„Ja maar dan nog. Kijk naar de echte getallen. Als ze zeggen: het aanbod van biologisch vlees is 20 procent gegroeid, klinkt dat mooi, maar op alle vlees die wij produceren is het niks. In de Nederlandse schappen is het aandeel maximaal 2 procent en in de export is het nog veel minder.”

De consument eet ook steeds minder vlees. De vleesconsumptie daalt al jaren.

„Dat is grotendeels te verklaren door de economische omstandigheden. Vanaf 2008 zie je een lichte daling, met name aan de onderkant van de markt. We verwachten dat die curve met het herstel van de economie weer om zal buigen.”

Heeft uw sector er last van?

„Uiteraard. Maar we bedienen ook markten die enorm stijgend zijn. We exporteren 70 tot 80 procent van ons vlees en onze bijproducten. De vleessector exporteert jaarlijks voor 700 miljoen euro naar landen buiten Europa. En de stijging tussen 2009 en nu is 100 procent. Naar China sturen we per jaar voor 200 miljoen euro aan varkensvlees. En we zijn niet pessimistisch over de groei daar.”

Hoe zit het met Rusland?

„Rusland was een heel belangrijke markt, ongeveer even groot als China. Maar die zit nu dicht. Door de politieke boycot mag een deel van ons rundvlees niet naar binnen. En ons varkensvlees komt er niet in door een veterinaire boycot, omdat er Afrikaanse varkenspest is tegen de oostgrens van de EU, dus wel op Europees grondgebied. Daar hebben we veel last van. De varkensboeren verkeren in crisis.”

Wat merken de slachterijen van de varkenscrisis?

„Wij worden meer beïnvloed door de exportmarkt dan door de varkensboeren. Als het slecht met hen gaat, wil dat niet zeggen dat het slecht met ons gaat. Maar als de prijzen laag zijn, is dat voor ons ook slecht. Bij goedkope producten heeft iedereen lage marges.”

Je hoort de supermarkten niet klagen over lage marges.

„Tja, de keten is een omgekeerde trechter, waarbij de supermarkten veel macht hebben, omdat ze met weinig zijn.”

Misbruiken supermarkten hun macht?

„Wat is misbruiken? Als de consument voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten, spreekt niemand over misbruik. Maar het is allereerst de consument die moet accepteren dat voedsel een eerlijke prijs verdient. Eten is zó goedkoop geworden. In de jaren vijftig was de consument 30 tot 40 procent van zijn besteedbaar inkomen kwijt aan voeding, nu is dat rond de 10 procent. We zijn zó verwend geraakt.”