Column

Versviering

Op het moment dat je dit leest, is het niet zomaar een dag maar, boem paukeslag, Nationale Gedichtendag. In tegenstelling tot Secretaressedag en Dierendag geven we vandaag geen doos bonbons of zak kluifjes aan onze ondergeschikten, maar is het de bedoeling dat de Nederlander een etmaal voor de poëzie openstaat. Dichters treden door het hele land op, de media besteden extra aandacht aan de verskunst en er is zelfs een gratis (en zeer mooie) dichtbundel beschikbaar voor iedereen die in de betere boekhandel voor meer dan vijftien piek aan poëzie besteedt.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

Hoewel de meesten denken dat ik mijn brood verdien met het deelnemen aan tv-quizzen, bestaat het grootste deel van mijn dag uit poëzie schrijven, lezen en verspreiden. Gedichtendag is voor mij de drukste dag van het jaar. Ik heb er, terwijl u dit leest, reeds vier optredens op zitten: gisteravond twee in Amsterdam, net om zeven uur ’s ochtends één in Haarlem en om twee uur treed ik op in Groningen, om vervolgens terug te keren naar de Randstad, waar nog twee podia wachten.

Het enige minpuntje van Gedichtendag is dat er om onduidelijke redenen is besloten dat die ieder jaar plaatsvindt op de laatste donderdag van januari. In tegenstelling tot in andere landen, waar de nationale poëziefeestdag in de lente of zelfs in de zomer wordt gehouden, moet de Nederlandse dichter/poëzieliefhebber de druilregen in om de verskunst te vieren. Ingmar Heytze verzuchtte naar aanleiding daarvan eens dat degene die dat heeft bedacht, de poëzie wel moet haten: het regent of sneeuwt, je komt regelmatig te laat bij een optreden vanwege een vastgelopen trein of een file op de autobaan en je publiek heeft ook al niet de pretpet op vanwege de kou en druilerigheid. Bijna iedere dichter heeft na zo’n gedichtendag een keel- of longontsteking.

Voor u denkt dat dit een klaagrede wordt: de meeste dichters die ik ken, zouden zelfs tijdens een sneeuwstorm nog de straat opgaan om zieltjes te winnen. Voor één dag zijn we evangelisten die, met De Dikke Komrij onder de arm, van gemeente naar gemeente trekken. Omdat we zelf nog precies weten hoe het was, die eerste keer dat een gedicht je raakte. Om te ontdekken hoe poëzie, door magische regels als ‘Alles van waarde is weerloos’ (Lucebert) of ‘Ontwaken is een parachutesprong uit je dromen’ (Tomas Tranströmer) luikjes in hoofd opent, waardoor je wereld groter wordt. Om het besef dat je niet de enige bent die bepaalde gedachten heeft, dankzij regels ‘het zou eenzamer zijn / zonder de eenzaamheid’ (Emily Dickinson) of ‘Bij de HEMA kan je je hele leven terecht / van rompertje tot doorlekzeil’ (Kira Wuck). Dus: probeer vandaag één gedicht te lezen. Wij hebben er onze longen voor over om meer lezers te krijgen. Ik beloof je dat je er intelligenter, slanker en vooral een stuk belezener van wordt.