Van Zweden bereikt nieuwe top

In 2018 begint Jaap van Zweden als chef-dirigent bij de New York Philharmonic. Hij treedt in de voetsporen van Mahler, Toscanini en Bernstein.

Jaap van Zweden, de Berliner Philharmoniker dirigerend in het Concertgebouw in Amsterdam, in 2013. Foto Olivier Middendorp

‘Een van de gelukkigste dagen van mijn leven”, noemde hij het gisteren zelf. De benoeming van Jaap van Zweden (Amsterdam, 1960) tot nieuwe chef-dirigent van het New York Philharmonic Orchestra, een van de beste orkesten ter wereld, was natuurlijk nog veel meer dan dat: een grote gebeurtenis in het internationale muziekleven én voor Nederland.

Van Zwedens naam (in de Amerikaanse pers uitgesproken als ‘Yahp van ZVAY-den’) zong al een tijd rond. Toen The New York Times eerder deze week bekendmaakte dat de race alleen nog ging tussen Van Zweden en de qua profiel minder goed bij het orkest passende Manfred Honeck, kon de champagne al koud worden gezet.

De benoeming bekroont Van Zwedens gestage beklimming van de muzikale wereldtop. Een stukje levende geschiedenis: Hij begon als violist; hij was een wonderkind dat op zijn achttiende, na een vormende tijd aan de Juilliard School of Music in New York, werd benoemd tot concertmeester van het Concertgebouworkest in Amsterdam, als allerjongste ooit.

Op die stoel zag Van Zweden alle grote dirigenten het orkest leiden. Het was Leonard Bernstein die hem uiteindelijk aanraadde zelf het stokje op te nemen. Nadat hij in 1995 zijn viool vaarwel zei, ging het snel: chef-schappen bij het Orkest van het Oosten (illustere Mahlers), Residentie Orkest in Den Haag (lekker felle Beethoven-cyclus, op cd nog steeds zeer overtuigend) en het Radio Filharmonisch Orkest in Hilversum (prachtige Wagner-opera’s én een keur aan eigentijds repertoire) lanceerden zijn internationale carrière – ook omdat hij muzikaal en technisch zijn orkesten steeds naar een hoger plan wist te brengen. In 2008 werd hij chef in Dallas, in 2012 gevolgd door Hongkong. Intussen werden ook zijn gastdirecties steeds imposanter: Berliner Philharmoniker, successen in Chicago en New York – onder veel meer.

In mei wacht nog een cruciaal debuut: dan dirigeert Van Zweden bij de Wiener Staatsoper Wagners Lohengrin. Een operahuis leiden is óók een van zijn ambities. Aan zijn afwezigheid bij het Concertgebouworkest, dat hij sinds 2008 niet meer dirigeerde, komt ook een eind: hij leidt het KCO in mei 2017 in Sjostakovitsj, en ook voor het seizoen daarna staat een programma gepland.

Een van de ‘Big Five’

In de VS geldt New York Phil als een van de ‘Big Five’, de vijf beste orkesten van het land. Maar excellent speelde het afgelopen jaren niet steeds.

De era onder chef Alan Gilbert, zoon van twee orkestmusici, gaat de boeken in als een periode van sterke, integere programma’s: intellectueel avontuurlijk, muzikaal uitstekend, sympathiek. Gilbert wordt door New York gekoesterd, hij vertrekt in harmonie. Maar muzikaal echt opwindend waren zijn concerten zeker niet altijd.

De vier programma’s die Van Zweden sinds 2012 bij het orkest leidde, werden door de Amerikaanse pers meestal wél gevierd met termen als ‘dynamisch’, ‘fantasierijk’ en ‘diepgeworteld’, maar zijn benoeming werd woensdag lauw ontvangen.

The New York Times schreef de uitkomst niet verwacht te hebben. Van Zweden leek „te voorspelbaar: een solide, gedisciplineerde, middelbare Europese maestro”. De krant vreest dat het orkest een te „veilige koers” kiest, omdat Van Zwedens betrokkenheid bij nieuwe muziek in Dallas minder was dan die van Gilbert in New York (waarbij niet wordt meegenomen dat New York een andere stad is dan Dallas, en Van Zweden als chef in Hilversum wél veel eigentijdse muziek dirigeerde).

‘Bitterzoet’ en ‘curieus’

The Washington Post noemt de benoeming „een beetje bitterzoet”. „Wat het NY Phil ontbeert is een dynamisch, charismatisch figuur die opwinding weet te creëren rondom concerten. Het is onduidelijk of Van Zweden dat straks wel biedt.” The New Yorker noemt de benoeming „curieus”, maar stelt ook dat de keuze „misschien toch een gelukkige zal blijken”.

Wat is waar? Voorspellen hoe de relatie tussen een orkest en een chef zich ontwikkelt, is ondoenlijk als bij een huwelijk. Maar het profiel van Van Zweden – de onvermoeibaar energieke en gedisciplineerde selfmade man die opklom vanuit Amsterdam-West – lijkt geknipt voor New York.

Van Zweden treedt aan in 2018. Volgens zijn contract, voorlopig voor 5 jaar, werkt hij 12 weken per jaar in New York. Hem wacht een roerige tijd. Er moet 360 miljoen dollar worden opgehaald om de David Geffen Hall (voorheen: Avery Fisher) te renoveren. Opwinding gecreëerd om publiek te trekken in die thuisloze periode. En gewerkt aan de relatie met de musici, die – net als de soms explosief veeleisende Van Zweden zelf – bekendstaan als niet de makkelijksten.

Maar hij schrikt daar niet voor terug: „Ik verheug me er juist op.” En dat hij excelleert in de externe aspecten van het 21ste-eeuwse dirigentenschap (sponsorwerving, relatiebeheer, de benaderbare frontman zijn van het orkest in de stad), dàt bewees hij, met Amsterdamse nuchterheid en echtgenote Aaltje als geheime wapens, de afgelopen jaren al in Dallas.