Nonnenlol van nu toch oud

De lol ligt hoog opgetast, in de musical Nonsens. Vijf nonnen organiseren een benefietavond ter financiering van de begrafenis van vier dode medezusters, die nu nog in de vriezer liggen. En daar gaan ze, malle liedjes zingend, gekke dansjes doende en een kinderachtig quizje met de zaal spelend. Terwijl de moeder-overste per ongeluk een snufje van een onduidelijk goedje neemt en vervolgens lang niet meer zo streng in de leer is als voordien.

Nunsense werd in 1985 geschreven door de Amerikaanse theatermaker Dan Goggin en is in het Nederlands al drie keer eerder uitgebracht. Dit is de vierde versie, in een nieuwe, spitsvondige vertaling van Jeremy Baker. Het wemelt in zijn script van de nieuwigheden, van chillen via de plofkip tot de knipoogtekst „elk Godsoordeel heb z’n voordeel”.

Mede door het veel hogere tempo dat regisseur Paul van Ewijk heeft ingevoerd, is deze Nonsens wel enigszins opgeknapt. Wat in de vorige versies nog een ouderwets schoolcabaretje tussen de schuifdeuren leek, is nu een stuk energieker geworden. Zelfs de habijten komen pas in de laatste scènes uit de kast. Verder dragen deze nonnen vaalgetinte rokken van non-descripte Waterloopleinsnit.

Maar des te meer geldt dat malligheid met nonnen dezer dagen nauwelijks meer een komisch effect heeft. Nu de non uit het straatbeeld is verdwenen, hebben ook nonnengrappen niets meer te beduiden.

Het speelplezier van de musicaltalenten Marjolein Touw, Mariska van Kolck, Wieneke Remmers, Brigitte Heitzer en Renee van Wegberg is soms aanstekelijk. Maar de show zelf wordt er niet door gered.