Column

Iederéén onder opiniërend toezicht

We worden zo platgepeild en sufgerankt dat we er ontevreden en onrealistisch van zijn geworden, betoogt Christiaan Weijts.

Callcenter Teleperformance in Zoetermeer. Foto Lex van Lieshout / ANP

Waarom heb ik eigenlijk nog een vaste telefoon? Ik merk dat die alleen nog rinkelt voor overbodige bellers: colporteurs, enquêteurs en steeds vaker ook callcentermeisjes met wie ik dit type gesprekken voer:

– U bracht vorige week uw auto naar de garage, en ik wilde éventjes nagaan of alles naar wens is.

– Ja, er is een lampje vervangen.

– U heeft in onze webwinkel een fiets gekocht. Gefeliciteerd met uw aankoop. Ik wilde éventjes nagaan of hij goed bezorgd is. He-le-maal top... En hoe beoordeelt u de kwaliteit van de montage op een schaal van één op vijf?

– Tsja… die man heeft er trappers opgeschroefd en het stuur recht gedraaid, that’s all.

– Ik móét echt iets invullen. Een vijf dan maar doen?

Je kunt geen telefoongesprek voeren zonder na afloop naar een enquêtemenu te worden doorverbonden. En dan zwijg ik nog over die mailtjes die na elk hotel- of restaurantbezoek om een recensie bedelen. Dat wij, die zo vaak onze mening moeten geven, nog steeds niet dag en nacht omringd zijn door helpende lakeien en harems vol bereidwilligen is beslist een wonder.

Of een schande. Want wie z’n mening geeft – ‘alles naar wens, meneer?’ – mag verdomme toch verwachten dat daar gehoor aan wordt gegeven!

Dat is de misvatting. In de diensteneconomie werkt dat soms zo, maar de overheid is geen dienstverlener, laat staan de politiek.

Neem het vluchtelingenprobleem. Niemand wíl dat die vluchtelingen hier komen, zelfs de rabiaatste Merkeliaan vroeg er niet om, maar we zijn zo platgepeild en sufgerankt dat we niet meer kunnen geloven dat de status quo níet de som van al onze wensen kan zijn, dat er nog iets kan gebeuren buíten onze wil. Ober, wie heeft die schaal Syriërs besteld? Ik weiger hiervoor te betalen!

In 360 Magazine las ik een Amerikaans artikel dat liet zien hoe neurotisch Uberchauffeurs worden van de beoordelingssystemen van de deeleconomie, en hoe veeleisend en arrogant de klanten erdoor worden.

Ik vrees dat het nog veel verder gaat dan die deeleconomie. Iederéén staat onder opiniërend toezicht – leveranciers door klanten, docenten door studenten, artsen door patiënten, overheden door burgers, vrienden door volgers.

De wereld als Tinder en Iens. Dat kan weleens een van de brandhaarden zijn van onze fameuze onvrede. Onze meningssterretjes zijn toch zo heilig? Hoe kan er dan toch nog een asielzoekerscentrum komen? Terwijl we zelf nota bene wél worden afgerekend op allerlei anonieme beoordelingssterretjes! Of we nu fietsenmaker of universitair docent zijn, we moeten op eieren lopen want een leger aan enquêteurs en opiniepeilers loopt al onze gangen na.

Misschien is dat waarom ik mijn vaste telefoonlijn maar aanhoud. Als een spambox, die ik onbeantwoord kan laten overgaan.