‘Het lijken allemaal flikkers’

De maker van LuckyTV koos portretten die door zijn Willy van commentaar worden voorzien. „Vaak plat, en soms intelligent. Maar vooral grappig.”

Portret van Maria Timmers (1683) door Caspar Netscher,Portret van Willem III (1699) door Godfried Schalcken,Portret van Willem IV (1751) door Jacques-André-Joseph Aved. Collectie mauritshuis

Hij heeft totaal geen kunsthistorische ambities, haast Sander van de Pavert (1976) zich te zeggen. De zes portretten uit de late zeventiende en vroege achttiende eeuw die hij in het depot van het Mauritshuis vond, heeft hij vooral gekozen omdat ze „niet standaard” zijn. „Het zijn markante gezichten. Er zitten mooie knaapjes tussen, duidelijk rijkeluiszoontjes. Sommige zijn zelfs homo-erotisch te noemen. Ik kan me voorstellen dat je daar juicy verhalen bij kunt vertellen.”

Verwacht dus geen onderbouwde kunsthistorische betogen in zijn zaal. De maker van de Lucky TV-filmpjes heeft een audiotour gemaakt waarbij hij zijn populairste personage laat opdraven: Willy, de Haags sprekende koning van Oranje. „Ik laat Willy beschrijven wat je ziet. Dat zullen oppervlakkige observaties zijn, maar soms opeens ook heel intelligent. Het moet wel grappig zijn. Willy zal onder meer vertellen over zijn familiegeschiedenis. Twee van de portretten, van Willem IV en koning-stadhouder Willem III, zijn familieleden van hem. Daarom wilde ik ook per se het Mauritshuis leegplunderen: dat herbergt de koninklijke collectie van Willem I.”

Als geboren Hagenees is Van de Pavert zeer vertrouwd met de collectie van het Mauritshuis. De selectie maakte hij samen met hoofd collectie Edwin Buijsen. Van de Pavert: „Ik woon om de hoek en kom er vaak. Het voelde alsof ik uit mijn eigen kelder mocht kiezen.”

Het is een mooi ensemble geworden, vindt Buijsen. „Deze personen willen zich duidelijk op een flatteuze manier presenteren. Ze zijn echt aan het poseren: kijk mij eens. De meesten behoren niet tot de adel, maar ze tonen zich wel zo. Dat is typerend voor het einde van de zeventiende eeuw. De burgerij was de nieuwe adel.”

Er zit slechts één damesportret in de selectie, dat van Maria Timmers. „Als het aan Willy had gelegen, waren het natuurlijk allemaal vrouwen geweest”, lacht Van de Pavert. Net als haar echtgenoot Maurits Le Leu de Wilhem, een hoge ambtenaar die toestemming kreeg zich tot de adelstand te verheffen, liet zij zich eind zeventiende eeuw portretteren door Caspar Netscher. „De twee schilderijen zijn pendanten van elkaar”, zegt Buijsen. „Maar ze zijn wel zes jaar na elkaar geschilderd. Dat gebeurde wel vaker in die tijd, dat de man zich liet portretteren als vrijgezel, en dat hij later, bij een huwelijk, alsnog zijn vrouw liet vastleggen.”

Van de Pavert: „Als ik naar dat schilderij kijk, zie ik vooral een bloedgeil kereltje. Het lijkt alsof hij ons wenkt: kom maar lekker dichterbij, zie mijn donssnorretje, ik ben echt al bijna volwassen. De beschrijvingen van Willy zullen zeker homo-erotisch zijn, dat is ook inherent aan die periode. In de zeventiende eeuw werd er niet moeilijk over gedaan als er eens een piemel in een ander gaatje ging. Ze zien er ook allemaal echt uit als flikkers.” Maar wat Van de Pavert als verwijfd ziet, is volgens Buijsen juist een teken van mannelijkheid: „Al die handgebaren zijn heel veelzeggend, ze hadden een betekenis. Een hand in de zij was een teken van waardigheid en weerbaarheid. ‘Akimbo’ wordt die pose wel genoemd. En bij het Portret van een man (1689) van Adriaen van der Werff is de uitgestoken hand een gebaar van: hier ben ik.”

Volgens Buijsen is Van de Pavert een opmerkzame kijker. „Hij kijkt heel objectief, ongehinderd door kunsthistorische conventies. Hij let scherp op details.” Is de conservator niet bang voor al te melige commentaren van Willy? „Nee hoor, totaal niet”, lacht Buijsen. „Het zal verfrissend zijn om deze schilderijen nu even buiten de serieuze omgeving van het Mauritshuis te zien. En door Willy zullen we ze nu op een heel andere manier beleven.”