Grote fondsen: korten van pensioenen dichtbij

Vier van de vijf grote pensioenfondsen staan er slecht voor. In 2017 lijkt korten op pensioenen onvermijdelijk.

ABP grootste fonds

Grote pensioenfondsen waarschuwen dat het verlagen van pensioenen dichterbij komt. Dit jaar is het nog niet nodig, zegt Nederlands grootste pensioenfonds voor overheid en onderwijs ABP (2,8 miljoen deelnemers). „Maar de kans dat we moeten gaan korten in 2017 wordt wel groter”, staat bij de kwartaalcijfers die donderdag zijn gepubliceerd.

Ook Zorg en Welzijn (2,5 miljoen deelnemers) zegt dat het korten op de uitkering en opbouw van pensioenen „op de loer ligt”, net als de metaalfondsen PMT (1 miljoen deelnemers) en PME (625.000 deelnemers). Het verhogen van pensioenen om de inflatie bij te houden is de komende jaren sowieso „echt niet te verwachten”, aldus PME-directeur Eric Uijen.

In totaal zijn vier van de vijf grote fondsen in onderdekking met een dekkingsgraad onder de 100 procent. De dekkingsgraad is de verhouding tussen vermogen en huidige en toekomstige uitkeringen. Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) eist dat fondsen een dekking van minimaal 105 procent hebben.

Bij ABP daalde de dekkingsgraad in het laatste kwartaal van vorig jaar naar 98,7 procent en bij Zorg en Welzijn naar 97 procent, bij PMT naar 98,5 procent en bij PME naar 97,7 procent. Wie onder de 90 procent zakt, moet direct korten van DNB. Door de onrust op de financiële markten en de lage marktrente zal de actuele dekkingsgraad van de fondsen in januari waarschijnlijk verder zijn verslechterd. Dat heeft geen onmiddellijke effecten op de pensioenen. Op 31 december van dit jaar hoeven de fondsen pas balans op te maken. Voor toezichthouder DNB geldt de gemiddelde dekkingsgraad van twaalf maanden.

Het bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouw (839.000 deelnemers) heeft de pensioenen over 2015 ook niet kunnen verhogen, maar staat er beter voor met een dekkingsgraad van bijna 111 procent bij een belegd vermogen van 48 miljard euro.

De pensioenfondsen kampen met verschillende problemen. De aanhoudende lage marktrente drukt op hun vermogen, waardoor ze minder geld hebben om in de toekomst pensioenen uit te keren. Door strengere rekenregels van toezichthouder DNB moeten ze ook meer geld als buffer aanhouden dan voorheen. De lage olieprijzen en de onrust op Aziatische beurzen hebben verder een negatief effect op hun beleggingen.

Het effect is schijnbaar tegenstrijdig: zelfs met een (licht) positief rendement en een groeiend vermogen blijft de dekkingsgraad niet op peil. Bij ABP bijvoorbeeld steeg het vermogen in een jaar tijd met 9,4 miljard euro tot 351 miljard euro (een rendement van 2,7 procent), maar de verplichtingen stegen harder: van 340 naar 361 miljard euro.