‘Het gekibbel over geld nekt de EU’

De EU zit gevangen in een „foute psychologie”. Zij zou eigen inkomsten moeten heffen zodat de ruzies tussen lidstaten ophouden, zegt het Nederlandse lid van de Europese Rekenkamer. „We moeten de jaloerse blik van ‘zij krijgen meer dan wij’ uitbannen.”

Alex Brenninkmeijer aan het woord bij zijn afscheidsbijeenkomst als Nationale Ombudsman. Foto Bart Maat / ANP

Twee jaar draait Alex Brenninkmeijer nu mee als Nederlands lid van de Europese Rekenkamer, en dat valt niet mee. Europa draait vierkant, waarschuwt de oud-ombudsman. Het zit gevangen in een „foute psychologie”, waarbij landen elkaar weinig meer gunnen en wel van alles eisen. Hoe doorbreek je dat?

Die vraag staat donderdag centraal op een grote conferentie in Amsterdam, georganiseerd door Nederland, op dit moment roulerend EU-voorzitter. Het overkoepelende thema is de Europese begroting. Dat lijkt niet erg spannend, maar volgens panellid Brenninkmeijer is het juist die starre, in beton gegoten begroting die de Europese daadkracht ernstig ondergraaft, juist nu de vluchtelingencrisis snel handelen vereist.

Neem de EU-deal met Turkije: 3 miljard euro kunnen de Turken krijgen als ze meer doen aan het tegenhouden en opvangen van vluchtelingen in eigen land. Het besluit viel eind november, maar intussen is er ruzie. De Europese Commissie stelt een half miljard beschikbaar uit de EU-begroting. De lidstaten willen dat dat meer wordt, zodat zij zelf minder extra hoeven af te dragen. Italië blokkeert de deal zelfs, omdat het niet wil dat het geld wordt meegeteld in zijn begrotingstekort.

Het maakt een weinig serieuze indruk, ook op Brenninkmeijer. „De Europese Unie is geen unie, maar een club, met ontrouwe leden”, zegt hij tijdens een gesprek in zijn kantoor.

Waarom loopt de EU steeds tegen dit soort problemen aan?

„Binnen de EU-begroting is geen voorziening voor incidentele uitgaven. Daar begint het gewoon mee. De begrotingsstructuur van Europa is fundamenteel niet flexibel. De creativiteit van de Europese Commissie is groot, maar uiteindelijk ligt het geld voor vele jaren vast: voor landbouw, cohesiefondsen, externe betrekkingen.”

Waarom is dat eigenlijk zo?

„Daar is ooit voor gekozen om een jaarlijkse discussie over de invulling van de begroting te vermijden. Het was bedoeld als vredesakkoord tussen de lidstaten. Maar het resultaat is wonderlijk: nadat we extern iets voor elkaar krijgen, gaan we er intern over kibbelen. Voor de legitimiteit van Europa is dat niet goed.”

Hoe los je dit op?

„Allereerst met meer flexibiliteit, bijvoorbeeld een verschuiving van landbouw naar andere bestedingsdoelen. Maar ook dan blijft het begrotingsstelsel kwetsbaar. In mijn ogen moet Europa een echte financiële ruggengraat krijgen en die kan alleen gevormd worden door eigen inkomsten. Het hoeft niet om een enorm substantieel bedrag te gaan, als het er maar is.”

Geen populaire boodschap...

„Nee, maar de EU-begroting wordt nu te veel beschouwd als een lief-en-leed-pot: je brengt geld bij elkaar en met verjaardagen kan de vereniging iets aardigs doen. En dan is de filosofie natuurlijk dat iedereen zijn gelijke deel krijgt. Vroeger had Europa voor een belangrijk deel inkomsten uit de heffing van douanerechten, maar toen die wegvielen is het evenwicht aan de inkomstenkant heel sterk verschoven naar nationale bijdragen. Nu hebben we netto-betalers en netto-ontvangers, en daarmee is de afgunst in het systeem terechtgekomen. I want my money back!”

Is er wel draagvlak voor een andere filosofie?

„De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble stelde onlangs voor om in heel Europa belasting te heffen op benzine, om de vluchtelingencrisis te financieren. Daar is eigenlijk niks mis mee, en het dient ook nog een milieudoel. Maar binnen vier uur was het ook weer van tafel, omdat landen dit per se niet willen. Het debat over eigen inkomsten voor Europa is haast een no go area.”

Meende Schäuble het? Hij zei dit ook een beetje om landen die nu moeilijk doen over het opnemen van vluchtelingen onder druk te zetten.

„Nou ja, hij liet zien waar de grenzen liggen. Dat was in een keer evident. Dat neemt niet weg dat zijn idee een goede oplossing zou zijn. Het zou verstandig zijn om de foute psychologie uit Europa te halen, om die jaloerse blik van ‘zij krijgen meer dan ik’ uit te bannen. Daar komt nu ontzettend veel nadruk op te liggen omdat iedereen direct in die pot stort.”

Op wat voor manier kan dit Europa volgens u helpen?

„Europa bevindt zich in een proces van verelendung, van verpaupering. Alles wat zich nu voordoet, leidt tot een verder verlies aan legitimiteit. Burgers denken op basis van alle berichten: wat is dat voor rare club. Kijk ook naar wat er gebeurt met onze democratieën: in Nederland hebben we meer dan vijftien partijen, het vinden van meerderheden is een manifest probleem geworden en in Spanje, Italië of Griekenland zie je iets soortgelijks. De onmacht op nationaal niveau maakt het heel moeilijk om te komen tot krachtige Europese samenwerking. Aan de andere kant zie je juist heel krachtig de noodzaak opkomen om samen te werken. De geopolitieke onrust, migratie, milieu, economie – dat kunnen lidstaten individueel niet meer oplossen. Dat is gewoon een fact of life.”

U ziet het vrij somber in.

„Ik geloof dat de Europese samenwerking ook de potentie heeft om nu weer een stap verder te zetten. Het frustreert zo nu en dan, omdat je sneller vooruit zou willen. Maar nee, ik ben en blijf optimistisch. Na de eurocrisis zijn hele bijzondere hervormingen doorgevoerd. Dat kan dus ook. Met een nieuw soort begroting zou er minder gekibbel en gedoe over geld zijn. En dan zouden we ons weer kunnen richten op de kernvraag: wat is de toegevoegde waarde van de EU?”

    • Stéphane Alonso