Even de kamer uit als er over subsidie beslist moest worden

De twee bestuursleden van de Stichting Democratie en Media die subsidies verdeelden gaven honderdduizenden euro’s aan projecten waar ze zelf bij betrokken waren.

SDM gaf onder meer subsidie aan Human Rights Watch.

Hoe eerlijk ging het er afgelopen jaren aan toe bij het uitdelen van subsidies door de Stichting Democratie en Media (SDM), de rijke erfgenaam van verzetskrant Het Parool?

Opinieplatform The Post Online berichtte onlangs over dubbele belangen bij bestuurders van SDM. Ze deelden geld uit aan organisaties waarbij zij zelf betrokken waren. Kort gezegd luidde de beschuldiging dat een deel van het geld naar hun eigen linkse vriendennetwerk ging.

Volgens haar statuten ondersteunt SDM „initiatieven en organisaties die een bijdrage leveren aan een sterke, integere democratische rechtstaat en onafhankelijke media.”

Uit een inventarisatie van de sinds 2010 door SDM uitgedeelde subsidies blijkt dat de stichting inderdaad honderdduizenden euro’s heeft gegeven aan organisaties waarbij twee bestuursleden betrokken waren. Het gaat om publiciste Marjan Sax, tot vorig jaar bestuurslid, en journaliste Heikelien Verrijn Stuart, inmiddels lid van de raad van toezicht.

Tussen 2012 en 2014 waren zij de enige bestuurleden in de subsidiecommissie. Het duo besliste zelfstandig over aanvragen tot 75.000 euro, waarbij elk jaar van de 150 aanvragen de helft werd afgewezen.

De inventarisatie leert dat het duo in drie porties ruim een ton subsidie gaf aan Human Rights Watch Nederland. Sax was vicevoorzitter van deze mensenrechtenstichting. Stichting Een Ander Joods Geluid kreeg tussen 2012 en 2014 45.000 euro. Sax was tot 2015 ook penningmeester van deze stichting van de progressieve stroming in de Joodse gemeenschap.

Verrijn Stuart was betrokken bij zeker vier organisaties die subsidie kregen. Zo was ze voorzitter van de stichting Movies that Matter toen SDM twee keer 50.000 euro overmaakte om filmfestivals te organiseren. De stichting is een initiatief van Amnesty International.

Er was en is niets aan de hand

De stichting The Nuhanovic Foundation (voor oorlogsslachtoffers) kreeg in 2012 een „startsubsidie” van 20.000 euro en in 2014 25.000 euro „organisatiesteun”. Volgens het handelsregister is het bezoekadres van deze stichting het woonadres van Verrijn Stuart. Zij is ook bestuurder.

Hoe zat het met de governanceregels? SDM blijkt pas in december 2014 in de statuten te hebben vastgelegd dat eigen bestuurders (nu leden van de raad van toezicht) niet mogen meepraten en beslissen over subsidies wanneer zij „een direct of indirect persoonlijk belang” hebben. Van die statutenwijziging, en van het bestaan van de daaraan gekoppelde governancecode, maakte SDM eind 2015 voor het eerst melding op de eigen website. Dat was kort nadat The Post Online had gepubliceerd.

Volgens Sax en Verrijn Stuart was, en is, er niets aan de hand. De gedragsregels stonden tot eind 2014 weliswaar nog niet op papier, maar er was wel „een mondelinge afspraak” dat ze niet meebeslisten over subsidies aan eigen organisaties.

Hoe ging dat dan in de praktijk? Sax en Verrijn Stuart zeggen dat ze „de kamer uit gingen” als een eigen organisatie aan bod kwam. Ze waren toch met z’n tweeën? Verrijn Stuart: „Dan besliste de ander, in bijzijn van de ambtelijk secretaris. Soms haalden we er ook een ander bestuurslid bij. Dat was een keiharde regel, ook al stond die toen nog niet op papier.”

Notulen? Niet ter inzage

SDM-jaarverslagen melden niets over het bestaan van zo’n regel. En de notulen van de subsidiecommissie die de lezing van Sax en Verrijn Stuart zouden kunnen staven, zijn niet ter inzage. Voormalig nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer, nu lid van de Europese Rekenkamer en voorzitter van de raad van toezicht van SDM, ziet „geen reden” om de notulen te geven. „Het betreft interne aantekeningen die niet zijn opgesteld om derden nader te informeren”, aldus Brenninkmeijer.

Verrijn Stuart: „Ik weet niet of in de notulen staat dat iemand naar buiten ging tijdens bijeenkomsten van de subsidiecommissie en welke bestuursleden aanwezig waren. Maar we zijn het erover eens dat er eerder een governancecode had moeten zijn, en meer transparantie. Dat hebben wij inmiddels verbeterd, omdat we dat zelf allang bedacht hadden.”