‘Een albino wordt tot niets gereduceerd’

(44) vraagt zich af hoe ver je kunt gaan om iemand te isoleren. Ze schreef een boek over de enige vrouw in Zimbabwe die op de doodstraf wacht.

Ze keerde terug naar Zimbabwe, na jarenlang als advocaat in Genève te hebben gewerkt. Ook had ze een succesvol debuut op haar naam: de verhalenbundel De danskampioen. Aanleiding voor haar terugkeer waren de verkiezingen van 2013, die even het begin van het einde van dictator Robert Mugabe leken in te luiden. En daar schreef Petina Gappah Het boek van Memory, een roman over een albinovrouw die in de gevangenis op haar executie wacht, omdat ze veroordeeld is voor de moord op haar blanke adoptievader.

Inmiddels woont Gappah weer in Genève, zodat haar zoon naar een Europese school kan. Maar ze overweegt terug naar Zimbabwe te gaan. Het schrijven in haar geboorteland heeft haar genuanceerder gemaakt, stelt ze, als ze in Den Haag is voor het Writers Unlimited Festival.

U schreef uw verhalenbundel in Zwitserland, uw roman in Zimbabwe. Maakte dat iets uit?

„Ja. De verhalen zijn geschreven vanuit een buitenstaanderpositie. Dat had z’n voordelen, het is gemakkelijker. Maar die afstand brengt ook nadelen met zich mee. Ik kreeg in de roman bijvoorbeeld meer vat op de taal, op de toon die hoort bij Zimbabwe. Dat repeteren van zinnen, zoals we vaak doen – vier keer hetzelfde zeggen in een andere taal: Engels, slang Shona, ouderwets Shona of formeel Shona – heb ik nu gebruikt.”

Dus de onvertaalde Shona-zinnen in uw roman zijn geen gebaar naar de westerse lezer om te benadrukken dat dit zijn of haar wereld niet is?

„Nee, beslist niet. Ik heb geen middelvinger willen opsteken naar de westerse lezer, ik wil dat iedereen me begrijpt. Elke Shona-zin wordt in het Engels herhaald. Bij deze roman kreeg ik, anders dan bij mijn verhalen, te horen dat mensen zich erin herkenden. Ik denk dat ik de afstand nu beter heb overbrugd.”

Is afstand het enige verschil?

„Nee. In de verhalen zit veel woede. Ze zijn totaal zwart-wit wat de politieke werkelijkheid betreft. Ik was ongelukkig toen de verhalen werden getypeerd als ‘de wereld in Mugabes Zimbabwe’, maar eigenlijk klopte dat wel. De politieke verhalen gaan inderdaad in tegen de regering. Als ik die verhalen in Zimbabwe had geschreven, waren ze genuanceerder geweest, zonder helden en schurken. In Zimbabwe merkte ik: van welke politieke partij ook, het zijn allemaal fuckers – sorry dat ik het zo zeg. Het enige verschil is: je hebt hufters met macht en hufters zonder macht. Ik ben in Zimbabwe cynischer geworden: ik koester niet langer de illusie dat tegenstanders van Mugabe oké zijn. Als ik de verhalen nu had geschreven, dan waren ze dieper ingegaan op de complexiteit van de samenleving.”

Koos u vanwege die complexiteit een albino als hoofdpersonage voor uw roman?

„Dat kwam vooral doordat ik een boek over ras wilde schrijven, zonder dat mijn hoofdpersonage een ras had. Zimbabwe is een racistisch land, we hebben ons land erop gebouwd. Een albino heeft het extra zwaar te verduren en gaat door het leven als ‘nepblanke’. Je wordt in feite tot niets gereduceerd. Het leek me interessant om een albino te plaatsen in een door ras geobsedeerd land.”

In Zuid-Afrika gaat het nu vaker over economische apartheid. Is Zimbabwe meer geobsedeerd door ras dan haar buurlanden?

„Ja, de herverdeling van het land is immers kleurbepaald. De economische verhoudingen zijn te verwarrend, het gaat in Zimbabwe echt om kleurindeling. Blank staat nu voor verslagen zijn. En we hebben een president die ons er iedere dag aan herinnert wie die verslagenen zijn. Blank is iets monsterlijks geworden. Er is veel hate speech over blanken, omdat er zoveel mislukt is in ons land. Zimbabwe is een raar land.”

En toch wilt u terug?

Lachend: „Ja, het is immers mijn rare land, we moeten ervoor vechten. Het heeft buiten de politiek veel te bieden. De regering hindert je weliswaar in je ontwikkeling, maar als je die ontloopt gaat het prima. Ga naar een privéschool en je hebt uitstekend onderwijs.”

In uw verhalenbundel zijn vrouwen slachtoffers en mannen daders. In uw roman wordt een blanke homo vermoord, die missionaris is. Is dat een moord op westerse idealen of wilde u kijken of een mannelijk slachtoffer ook interessant kon zijn?

„In de roman zijn de vrouwen ook slachtoffer, maar niet meer alleen doordat een man hen iets heeft aangedaan – dat is een ander verschil met de verhalenbundel. Vrouwen zijn hier ook slachtoffer van andere vrouwen. Wat onderlinge strijd betreft zijn mannen minder interessant, daarom koos ik weer voor vrouwen. Dat er een missionaris in voorkomt, betekent niets. Ik ben dol op missionarissen, iemand als David Livingstone blijft fascineren: dat je zomaar op ontdekkingsreis ging zonder je aan te passen – verbazingwekkend. Waarom het slachtoffer in mijn boek ook nog homo is, daar moet ik over nadenken, dat weet ik nu niet zo gauw.”

Wellicht omdat het u om de outsider gaat?

„Dat is waar. Ik was als kind al een buitenbeentje. Telkens had ik het verkeerde accent te pakken. Ik begon op een grotendeels blanke school en werd daar uitgelachen om m’n huidskleur. Daarna ging ik naar een zwarte missieschool, daar lachten ze me uit om m’n blanke accent en omdat ik te slecht Shona sprak. Als puber kwam ik met m’n ouders in Oostenrijk terecht. Daar was ik de ultieme buitenstaander. Ik ben gefascineerd door eenzaamheid.

„Toen ik las dat er in heel Zimbabwe maar één vrouw was die op de doodstraf wachtte, dacht ik: die moet zich geïsoleerd voelen. Die heeft niet eens lotgenoten. Ik fantaseerde behalve over het gevangenisleven ook over de vraag hoe ver je kunt gaan in het isoleren van iemand. Dus een ter dood veroordeelde in een gevangenis vol vrouwen die uitkijken naar hun vrijlating, kan je het nog moeilijker maken door haar een albino te laten zijn. En als het dan ook nog een geadopteerd kind is dat in een blanke wereld is geplaatst vanwege haar huidskleur, ga je weer een stap verder. Ik ging op zoek naar de ultieme isolatie.”

In Nederland verscheen onlangs een proefschrift [‘Het uur der waarheid’ van Maarten Asscher] met de stelling dat verhalen die buiten de gevangenis over gevangenissen geschreven zijn meer vertellen over het gevangenisleven dan boeken die in de gevangenis tot stand kwamen.

„Dat is een leuke stelling en het klopt natuurlijk ook. Als je in de gevangenis zit, wil je eraan ontsnappen. Als je dan naar Zimbabwe kijkt, dan sta je als gevangene om 5 uur op, je krijgt om 10 uur lunch, om 3 uur avondeten en dan word je opgesloten in je cel met niets tot de volgende dag. Het enige papier dat er is, is een bijbel en dat papier heb je nodig als wc-papier, want je krijgt maar één rol voor de hele maand. Die ervaring wil ik als buitenstaander opschrijven, maar in de gevangenis zelf heb je die luxe niet.”

Toon me uw gevangenissen en ik zeg u in wat voor maatschappij u leeft, zei Churchill ooit.

„Absoluut. Een gevangenis zegt alles over een land. Zimbabwe is nog steeds een postkoloniaal land zijn. Gevangenissen zijn een westerse uitvinding. Voordat de Britten ons koloniseerden, werd je als misdadiger uitgestoten. Je kinderen en kleinkinderen werden vervloekt – geen gevangenis kon op tegen die sociale sanctie. De Britten konden niets met een straf op basis van angst. Mensen die in opstand kwamen, werden opgehangen, dat was makkelijker dan ze in de gevangenis te stoppen. Straf werd een politiek instrument. De meeste doodstraffen werden uitgevoerd in de jaren tachtig, toen Zimbabwe net onafhankelijk was, dat is veelzeggend.”

Behalve gevangenen schetst u een kunstenaar die het liefst bomen schildert, maar ook maatschappijkritische kunst maakt omdat die goed verkoopt aan blanken. Dit is authenticiteit, denken blanken. In recensies werd u geprezen omdat uw roman zo authentiek is – een argument dat voor westerse romans zelden wordt gebruikt. Hebben we het over authenticiteit, schijnauthenticiteit of...?

Terwijl de vette lach verandert in ergernis: „Hoe weet iemand van jullie hier nu of het authentiek is?”

Dat was mijn vraag aan u eigenlijk.

„Ik noem geen namen, maar er is een veelgeprezen roman over Zimbabwe waarin de strijd tegen Osama Bin Laden een belangrijke rol speelt. Dus vroeg iemand me: zijn jullie in Zimbabwe ook zo bezig met Bin Laden? Nee, zei ik, daar houdt echt niemand zich mee bezig. Er komt een huis in voor waar een portret van de Britse koningin hangt naast dat van Ian Smith, de man die in 1965 het toenmalige Rhodesië onafhankelijk van Engeland verklaarde. Zo’n fotocombinatie is eigenlijk ondenkbaar. Smith haatte de koningin en iedereen die koningsgezind was in Rhodesië, haatte Smith. Van zulke dingen begrijp je toch niets. Het is een prachtige roman met Zimbabwe als decor, die niets met dat land te maken heeft. Het getuigt van een nauwe blik om romans te waarderen op basis van realistische weergave of authenticiteit.”