‘Deze maffe travestiet was een openbaring’

is een „nogal klassiek ingestelde figuur”, toch viel hij als een blok voor het krankzinnige werk van Grayson Perry

Hij is zelf de eerste om toe te geven dat het een wat vreemde combinatie is. Sywert van Lienden (1990), de politiek commentator die altijd zo keurig gekleed bij De Wereld Draait Door aanschuift, noemt zichzelf „een nogal klassiek ingestelde figuur”. Conceptuele kunst was aan hem nooit zo besteed. Hij hield meer van oude schilderkunst, van klassieke muziek, van serieus toneel. „Het ligt dus niet voor de hand dat ik zo’n maffe Britse travestiet als Grayson Perry goed vind. Maar sinds ik zijn werk een paar jaar geleden in de Londense galerie van Victoria Miro zag, ben ik fan. Het was de eerste keer dat hedendaagse kunst zo’n indruk op mij maakte. Het voelde als een openbaring.”

Grayson Perry (1960) is een van de kleurrijkste personen uit de Britse kunstscene. Een man met een blonde bobline die graag rondloopt in zelfgemaakte soepjurken en die op een roze motor rijdt, met achterop zijn teddybeer Alan Measles. Perry werkt met klassieke media als wandkleden en keramische vazen: dragers die al eeuwenlang tot het domein van beeldend kunstenaars horen. Alleen vormen die bij Perry de ondergrond voor vileine boodschappen over incest, politiek en de Britse klassenmaatschappij.

Een van Perry’s meesterwerken is The Walthamstow Tapistry (2009), een krankzinnig gedetailleerd wandtapijt van vijftien meter breed en drie meter hoog dat de verschillende stadia van de levenscyclus verbeeldt, van geboorte tot dood. De kunstenaar liet zich voor het immense kleed onder meer inspireren door Giotto’s kapel in Padua en door het beroemde elfde-eeuwse Bayeux-tapijt, met daarop de invasie van de Normandiërs in Engeland in 1066. „Ook Perry’s kunstwerk is een invasiedoek, maar bij hem gaat het om de invasie van merken in ons leven”, legt Van Lienden uit. „De centrale figuur is een Madonna. Maar in plaats van het kindeke Jezus draagt zij een Chanel-tas in haar armen. Dat zegt natuurlijk iets over deze tijd: van een religieuze samenleving zijn we een consumptiemaatschappij geworden.”

De Guernica van de crisis

Hij kan er uren naar kijken, zegt Van Lienden terwijl hij wijst naar een illustratie van The Walthamstow Tapistry. „Het is een kunstwerk dat uit allemaal kleine verhalen bestaat. Zo is er een stuk dat gaat over de economische crisis, met het schip der dwazen, vol met bankiers die stuurloos ronddobberen. Je ziet hoe iemand zich ophangt na een verschrikkelijke vliegreis met Easyjet. De krant The Guardian is de ster aan het firmament, want dat is het pad van de waarheid, vindt Perry. De BBC is aanwezig als old granny. En het Guggenheim Museum wordt als een blinde voortgetrokken door veilinghuis Sotheby’s. Zo zit het tapijt vol visuele grapjes. Het is heel associatief, je kunt het bekijken vanuit de actualiteit van de crisis, maar ook vanuit een meer sociologische blik: wat zegt het eigenlijk over onze samenleving, dat dit de kunst is die nu dominant is? Je zou het de Guernica van de financiële crisis kunnen noemen.”

Van het tapijt bestaan ook twee kleinere versies van zeven bij twee meter, één daarvan bevindt zich in de collectie van het Bonnefantenmuseum. Bij zijn bezoek, afgelopen september, aan het depot van het Maastrichtse museum zag Van Lienden het op de grond liggen. „Meestal hangt het op zaal, maar vanwege de Ceramix-tentoonstelling was het even in de kelder beland. Ik dacht meteen: dit is mijn kans om het te tonen in het pop-upmuseum. Alleen was het werk nodig voor de solotentoonstelling van Perry in het Bonnefantenmuseum en het Aarhus Museum. Gelukkig bleek de kunstenaar nog een artist copy te hebben, en die is nu te zien in het Allard Pierson Museum.”

Van Lienden heeft zijn zaal op theatrale wijze ingericht als een soort kapel, met nissen, gedempt licht en Yves Klein-blauwe muren die weer naar het blauw van Giotto’s kapel verwijzen. Perry’s tapijt hangt niet plat aan de muur, maar buigt zich in een halve cirkel om de beschouwer heen. „Als een soort Panorama Mesdag”, aldus Van Lienden. „Of als een altaarstuk.” Ook klinkt er muziek: het stuk Einstein on the Beach van Philipp Glass. „Dat is de soundtrack van mijn zaal. Wanneer ik in een museum rondloop, luister ik altijd op mijn koptelefoon naar muziek. Voor mij is het een manier om in een bepaalde gemoedstoestand te komen. ”

Hij komt zelf uit een katholiek nest, vertelt Van Lienden. Hij groeide op in „een Pippi-Langkoushuis in de Veluwse bossen” en zat op een christelijke middelbare school in Ermelo. „Ik was misdienaar, kreeg het vormsel van kardinaal Simonis, maakte bedevaarten, deed mee aan kerkelijke zomerkampen. En op Palmzondag gingen we weleens naar de Paus in Rome. Maar in mijn tienerjaren begon dat geloof wel te wankelen.” Nu noemt hij zichzelf een ‘cultureel katholiek’: niet gelovig maar nog vol waardering voor de cultuur. „Steeds vaker voel ik een lichte heimwee naar die wereld, naar de gezangen, de beeldtaal, de geuren en de kleuren. Het geloof heeft veel mooie kunst opgeleverd. Dat is natuurlijk allemaal verdiend over de ruggen van de armen, maar een paar honderd jaar later kunnen wij er maar mooi van genieten.”

Alles hangt er door elkaar

De collectie van het Bonnefantenmuseum herbergt veel kerkelijke kunst uit de zuidelijke Nederlanden. Dankzij een schenking heeft het museum bovendien een fraaie collectie Italiaanse schilderkunst uit de periode 1300-1600 in bezit. En dan is er nog de collectie hedendaagse kunst, die het museum sinds de jaren tachtig vergaard heeft. Van Lienden: „Het leuke van het Bonnefanten is dat ze alles door elkaar heen hangen. Veel musea in Nederland zijn canoniek: ingedeeld in tijdsperiodes en thema’s. In Maastricht laten ze de kunstwerken uit verschillende periodes met elkaar in contact staan. Religieuze kunst wordt er naast profane beelden gehangen. Soms praten die met elkaar, soms vloekt het.

Ook in het depot merk je de clash tussen al die verschillende kunststromingen. „Alles ligt door elkaar. Het voelde als schatgraven. Je trekt hier en daar een lade open, gluurt in de dozen. Ik dacht in het begin echt: wat moet ik ermee? Totdat ik aan het eind van mijn bezoek een prachtige Byzantijnse Madonna zag hangen aan een soort Heras hekwerk. Zij spatte er echt uit, met haar serene blik, haar omlijsting van klatergoud, en dat kindje dat zo teder haar kin aanraakt. Opeens zag ik het verband met de profane Madonna van Grayson Perry. Zo ontstond het idee om die dertiende-eeuwse Madonna te combineren met de moderne tijd. Ik was benieuwd of er door die zevenhonderd, achthonderd jaar kunstgeschiedenis nog lijnen te trekken zijn.”

Naast de klassieke, Byzantijnse Madonna en de glamour-Madonna van Perry heeft Van Lienden in zijn kapel nog een fraaie Madonna ondergebracht. In een nis staat de sculptuur Girl Study II (2013) van Mark Manders, een prachtig melancholisch meisjeshoofd dat ingeklemd zit tussen een aantal planken. In 2013 was ze nog te zien op de Biënnale van Venetië, in het door Manders ingerichte Nederlandse paviljoen. „Het Bonnefantenmuseum heeft het recent aangekocht. Ik vond het bij toeval omdat het in een houten aankoopdoos op een plank stond. Ik was verbaasd dat dit beeld in het depot lag. Het is zo’n mooi kopje, een perfect meisjesgezicht. Voor mij is zij een tijdloze Madonna, een sobere, beetje surrealistische, maar vooral krachtige figuur.”

In de kamer van directeur Stijn Huyts werd Van Lienden gegrepen door een sculptuur van zijn leeftijdgenoot Bob Eikelboom (1991). De spiegelende halve cirkel, gemaakt van purschuim en bespoten met paarse autolak, keek hem tijdens de gesprekken met de directeur voortdurend aan, vertelt hij, „als een alziend oog”. „Het deed mij denken aan de werken van Anish Kapoor, maar ook aan de bolle spiegel in het Arnolfini-portret van Jan van Eyck. Zo’n alziend oog sluit weer mooi aan bij Perry’s cirkel van het leven.”

Niets minder dan een wonder

Het vijfde en laatste kunstwerk dat in Van Liendens kapel te zien zal zijn, is niets minder dan een wonder. Naast de halve bol van Bob Eikelboom zweeft een flesje water in een magnetisch veld. Het is een restant van de installatie Let us meet inside you, die Navid Nuur in 2013 in het Bonnefantenmuseum maakte. De Haagse kunstenaar had destijds de kraan uit zijn atelier verplaatst naar het museum. Bezoekers mochten flesjes vullen met water uit deze ‘heilige bron’.

Van Lienden: „Dichterbij de kunstenaar kun je niet komen. Je drinkt zijn water, en neemt het kunstwerk zo letterlijk in je op. Het was voor mij een symbolische laatste toevoeging aan de tentoonstelling. Het water, symbool van leven, speelt een belangrijke rol bij communie en vormsel in het katholieke geloof. Nu is het een kunstzinnige ervaring geworden – en een klein wondertje van de techniek.”