Avontuur op de Zuidpool tot in de dood

In zijn eentje Antarctica oversteken, ruim 1.500 kilometer, op ski’s: dat was zijn droom. Hij overleefde het niet. Was Henry Worsley een held of een gek?

‘Gewoon de ene ski voor de andere zetten – daar is geen kunst aan”, zei Henry Worsley (55) in oktober nog in het BBC-radioprogramma Today. Als eerste in zijn eentje Antarctica oversteken, ruim 1.500 kilometer, op ski’s: dat was zijn droom. En dan ook echt alleen, zonder hulp van buitenaf. Geen voedselpakketten, geen husky’s, geen medische assistentie. Alleen een satelliettelefoon, voor het geval het echt mis zou gaan. Dan zou hij een noodoproep doen en gered worden.

En het gíng mis.

Op vrijdag 22 januari, op dag 71 van zijn tocht, liet Worsley via de satellietverbinding weten dat hij moest opgeven, op minder dan 50 kilometer van zijn einddoel. Uitgeput en uitgedroogd. Per helikopter werd hij afgevoerd naar een ziekenhuis in het Chileense Punta Arenas, maar de redding kwam te laat. Zondag overleed hij; orgaanfalen als gevolg van een buikvliesontsteking was hem fataal geworden.

Groot-Brittannië is in rouw. Prins William – een vriend van Worsley – roemt de ontdekkingsreiziger om zijn moed, toewijding en vastberadenheid. Voetballer David Beckham twitterde een foto van hem en Worsley, een paar jaar geleden. Dagbladen publiceren paginagrote necrologieën over de voormalige luitenant-kolonel, die afgelopen najaar na 36 jaar afzwaaide bij het Britse leger. Een nationale held is heengegaan.

In je eentje bij -44 graden Celsius 1.500 kilometer overbruggen: is dat heroïsme of hoogmoed? Wat dreef Worsley, of liever: wat drijft al die poolreizigers? Want uniek in zijn avonturiersdrang was de Brit allerminst. Wie op internet naar Antarctica-expedities zoekt, komt er tientallen tegen. ‘De eerste vrouw op Antarctica’, ‘de eerste Pool op de Zuidpool’, maar liefst 36 Sovjet-expedities tussen 1955 en 1992… Allemaal in navolging van de Noor Roald Amundsen, die in oktober 1911 als eerste mens de Zuidpool bereikte.

Sommige tochten zijn wetenschappelijk van aard, bedoeld om geologisch, biologisch of meteorologisch veldwerk te verrichten. Maar bij een groot deel gaat het puur om de tocht zelf, om het vestigen van een nieuw record: de eerste, de snelste, de heldhaftigste. Om de romantiek van het pionieren. Antarctica als laatste witte vlek op de wereldkaart: het territorium voor zelfbenoemde ontdekkingsreizigers, het continent om jongensdromen (en soms meisjesdromen) te laten uitkomen.

Het waren egocentrische odyssees

Ook bij Worsley speelde die romantiek een duidelijke rol. Een groentje op Antarctica was hij niet: twee keer eerder had hij het continent bezocht. Tochten die hij zelf later als ‘egocentrische odyssees’ bestempelde, en die vooral zijn hang naar het verleden verraadden. Worsley vertrok op die expedities als eerbetoon aan zijn held en landgenoot Ernest Shackleton (1874-1922) – als kind al was hij zo gefascineerd geraakt door de reisdagboeken van de ontdekkingsreiziger dat hij weigerde om ze tijdig terug te brengen naar de bibliotheek. Vooral de Imperial Trans-Arctic Expedition (de ‘Endurance-missie’) boeide hem: Shackletons poging, tussen 1914 en 1916, om als eerste het gehele continent Antarctica over te steken. Niet zozeer vanwege de missie zelf – die faalde, omdat het schip Endurance in het ijs kwam vast te zitten. Nee, het was vooral een van de bemanningsleden in wie de jonge Henry geïnteresseerd was: zijn verre familielid, de Nieuw-Zeelandse kapitein Frank Arthur Worsley.

Het leek dus zo mooi symbolisch om, precies honderd jaar nadat Worsleys beroemde landgenoot en zijn net iets minder beroemde naamgenoot hun tocht hadden moeten staken, de Trans-Antarctische Expeditie alsnog te voltooien. ‘Shackleton Solo’ bestempelde Henry Worsley zijn derde Antarcticareis, en dit keer zou de odyssee niet egocentrisch zijn. Hij wilde 100.000 Britse pond ophalen (ruim 130.000 euro) voor het Endeavour Fund, het fonds dat prins William en prins Harry in 2012 oprichtten voor gewonde soldaten, en dat lukte.

Lange tijd leek het erop dat Worsley zijn andere doel – de Ross Ice Shelf – ook zou bereiken. Op 14 november vertrok de Britse poolreiziger vanaf zijn startpunt Gould Bay op Berkner Island, vlak voor de kust van Antarctica. Met in zijn zak het originele kompas van Ernest Shackleton (een cadeautje van diens kleindochter) en aan zijn voeten de ski’s waarop zijn vrouw Joanna, dochter Alicia (19) en zoon Max (21) bemoedigende woorden hadden geschreven. Achter zich aan trok hij een slee met 146 kilo bagage: kleding, kookgerei, een kerstcadeautje van zijn vrouw, gevriesdroogde spaghetti bolognese en Thaise kip, de satelliettelefoon. En een fotocamera, waarmee hij selfies maakte; en een opnameapparaatje voor zijn audiodagboek – bij ruim veertig graden onder nul werken balpennen niet goed. En met verkleumde vingers is het lastig een potlood te hanteren.

Zijn Spotifylijst:

Een weggevaagde pinguïnkolonie

Die audiodagboeken geven een goed beeld van Worsleys ontberingen: de sneeuwstormen waarin hij terechtkwam (eenmaal werd zelfs een hele pinguïnkolonie ‘weggevaagd’), de eindeloze witte vlakte die op bewolkte dagen niet van de lucht te onderscheiden was, door Worsleys voorganger Roald Amundsen ooit omschreven als ‘white darkness’.

Zo’n twintig kilometer per dag legde Worsley af, geheel volgens plan. In dat tempo zou hij na 75 dagen aankomen.

Het was de kou, de uitdroging – ook bij temperaturen onder nul kun je transpireren bij inspanning, ook in koude droogte verlies je vocht. IJs is er weliswaar te over, maar het laten smelten kost tijd en energie. Bovendien: wie eenmaal aan dehydratie lijdt, heeft dat vaak niet eens meer door.

En ondanks de 146 kilo aan bagage was voedsel schaars. Worsleys lijf had geen reserves meer. 6.000 calorieën at hij op een dag, maar hij verloor er minstens 8.000. De verwachting ongeveer 12,5 kilo af te vallen was te optimistisch geweest: aan het eind van zijn tocht was hij bijna 23 kilo lichter dan bij vertrek. Vaak at hij zijn toetje al voor het hoofdgerecht, in de hoop dat een sugar boost hem wat zou oppeppen. Eenmaal verorberde hij te gretig een bevroren energiereep: hij beet erin en verloor een voortand.

Soms meldde hij lichtpuntjes in zijn audiodagboek – de vacuümverpakte kalkoen en de ‘goddelijke amandeltaart’ die hij met Kerst at, en de enige keer dat hij zichzelf de luxe permitteerde van een schone onderbroek (op dag 61). Maar vaak ook klinkt de wanhoop door: bijvoorbeeld toen hij begin januari het Britse onderzoeksstation op de Zuidpool bereikte, en vanwege de restricties die hij zichzelf had opgelegd (geen hulp van buitenaf) zelfs een kopje thee moest weigeren. Op die dagen luisterde hij naar Bob Dylan, Johnny Cash, Dire Straits, The Doors en David Bowie – die nog in leven was op het moment dat Worsley vertrok – om zichzelf weer op te beuren. Hij dacht aan zijn gezin, en aan zijn held: „Bij moeilijke uitdagingen vraag ik mezelf soms af: wat zou Shacks nu doen?”

Hoe moeilijk het ook werd, Worsley weigerde lang op te geven. Hij lag al meerdere dagen roerloos in zijn tent voor hij uiteindelijk besloot het noodtelefoontje te plegen. En zelfs toen nog niet van harte: „Ik zal mijn wonden likken, en ze zullen helen met de tijd – ik zal de teleurstelling verwerken”, is te horen in zijn audiodagboek. Voelde Worsley de hooggespannen verwachtingen van de gehele natie, was hij bang te falen? Of misschien was het toch zijn eigen koppigheid, de drang te voltooien wat zijn held Shackleton nooit was gelukt, waardoor hij pas alarm sloeg toen het te laat bleek.

De ene ski voor de andere zetten: het leek zo makkelijk. Maar in die laatste dagboekbijdrage vertelt Worsley, emotioneel, dat het hem simpelweg aan kracht en uithoudingsvermogen ontbreekt om die schijnbaar eenvoudige handeling nog langer uit te voeren.

Uit zijn verhaal klinkt, naast teleurstelling en uitputting, nog iets door: de liefde die hij, ondanks alles, voor het poolgebied koestert. De dankbaarheid dat hij 71 dagen mocht doorbrengen in die witte vlek op de wereldkaart. Zijn ontdekkingsreizigersinstinct.

Op dag 75, waarop hij had verwacht aan te komen, stond in kranten wereldwijd het nieuws van zijn overlijden.

Worsley zei het te moeten opgeven: