Waarom wordt ‘modderpoel’ bij Justitie steeds groter?

Wat is er mis op het ministerie van Veiligheid en Justitie? De vraag is moedeloos makend, vooral omdat zij de laatste jaren zo vaak moest worden gesteld. Deze week moest spoorslags de Commissie-Oosting worden herbenoemd, na een nieuwe verwikkeling in de fameuze Teevendeal. Die leek vorig jaar afgewikkeld, met behoorlijke politieke schade voor de premier en minister Van der Steur. Die is het vak aan het leren door regelmatig de Kamer ergens zijn excuses voor aan te bieden. Waarna de Kamer hem met afnemend enthousiasme politiek verder laat leven.

Uitgerekend Ruttes zelfvoldane conclusie destijds dat vast stond dat het kabinet nooit iets had toegedekt, staat nu ter discussie. De tv-rubriek Nieuwsuur wist met interne e-mails van IT’ers bij Justitie aannemelijk te maken dat zij onder het bewind van minister Opstelten juist niet mochten doorzoeken in de databases naar een zoekgeraakte schikking met een crimineel. Dat was namelijk politiek ongewenst, althans onnodig.

Waarom zou dat zijn? Mogelijk omdat de minister de Kamer daarover steeds verkeerd had ingelicht? En de eventuele bevestiging daarvan niet in zijn politieke belang was? De reacties in de Kamer op deze spectaculaire ontwikkeling waren heftig. Uitdijende ‘modderpoel’. Kwalijk, schadelijk, verbijsterend, onbetrouwbaar.

Niet alleen de VVD-leiding op het departement staat ter discussie, ook de wijsheid van het kabinet om Justitie zo fors uit te breiden met de nationale politie overtuigt steeds minder. De coalitie lijkt zich hier collectief te hebben vertild.

Het is verleidelijk om op het onderzoek naar politieke manipulatie vooruit te lopen. Het zou namelijk wel passen in het patroon van mediabeïnvloeding waar het ministerie onder Opstelten en Teeven berucht om werd. Dat valt samen te vatten als een mix van bluf en bravoure gedrenkt in opportunisme.

Het inmiddels onvrijwillig vertrokken hoofd voorlichting placht ieder nieuwsincident door de bril van het ministersbelang te zien. „Alles wat goed is voor de minister en het ministerie dient bevorderd. Al wat slecht is, dient bestreden”, was haar credo, annex ‘verdienmodel’. Geheel gebaseerd op het nauwkeurig doseren van informatie, op maat voor een doelgroep. Die cultuur van totale dienstbaarheid aan het politieke belang van de bewindsman dreigt het ministerie nu duur komen te staan.

Van der Steur, die deze kwestie in essentie erfde van zijn voorganger, wist overigens zichzelf ook te blameren. Hij legde de schuld van ‘de fout’ ronduit bij de IT’ers op zijn ministerie. Mogen wij daar alvast weer een ministerieel sorry voor tegemoet zien?