Spotlight-werk zorgde voor kettingreactie

De vasthoudendheid van het Spotlight-team van The Boston Globe maakte een einde aan een wereldwijde doofpotcultuur.

De aftiteling van Spotlight vermeldt niet dat The Boston Globe-journalisten van het onderzoeksteam Spotlight in 2003 een Pulitzerprijs wonnen voor hun onthullingen over de jarenlange seksuele misstanden binnen de katholieke kerk in Boston. Dat wilden de reporters niet, het ging niet om hen maar om de feiten. Feiten die de The Boston Globe eerder had kunnen onthullen dan in 2002, het jaar waarin de krant zo’n 600 verhalen over de misstanden publiceerde. Al in 1993 waren er aanwijzingen voor de grote schaal van het misbruik. Een bericht daarover werd indertijd weggestopt in een secundair katern.

In 2001 bijten de onderzoeksjournalisten van Spotlight zich vast in de geruchten dat enkele priesters in Boston zich schuldig hebben gemaakt aan het seksueel misbruik van minderjarigen, vaak jongens. Hoe meer ze zich in de zaak verdiepen, hoe groter die wordt, ook de verwevenheid met andere instituties - politie, advocatuur, media - komt aan het licht. Deze officiële doofpotcultuur (de zogenaamde Crimen sollicitationis) maakt slachtoffers zowel razend als moedeloos.

Dat verandert dankzij de vasthoudendheid van het Spotlight-team dat zich op verzoek van hun nieuwe hoofdredacteur, Marty Baron (tegenwoordig hoofdredacteur van The Washington Post), richt op de systematiek van het misbruik. Tegen priesters die werden betrapt, werd geen aangifte gedaan maar ze werden door hooggeplaatste kardinalen stiekem overgeplaatst naar een andere parochie, waar het misbruik zich herhaalde. Zo hield in Boston aartsbisschop Law onder anderen John Geoghan de hand boven het hoofd, die naar schatting 130 kinderen misbruikte. Bij de kerk was dit bekend. Hij werd keer op keer overgeplaatst, net als een andere priester die bovendien openlijk de North American Man/Boy Love Association ondersteunde - iets wat de film jammer genoeg niet haalde: te ongeloofwaardig?

Na de publicatie over dit omvangrijke netwerk, waarbij de betrokkenheid van 70 priesters werd aangetoond, volgde een kettingreactie. Elk dag meldden zich meer slachtoffers, en in andere Amerikaanse steden bleken soortgelijke dingen aan de hand. Zo’n 6.500 Amerikaanse priesters maakten ruim 17.000 slachtoffers. Daarna volgden verhalen in Canada, Ierland, Engeland, Latijns-Amerikaanse- en andere landen. Ook in Nederland, waar de commissie-Deetman na berichtgeving in NRC Handelsblad en de Wereldomroep, concludeerde dat 10.000 tot 20.000 kinderen seksueel zijn misbruikt tussen 1945 en 1985. De katholieke kerk was de afgelopen jaren volgens schattingen wereldwijd tussen de twee en drie miljard euro kwijt aan schikkingen, smartengeld en schadevergoedingen.