Pauzeknop

Merlijn Kerkhof schrijft iedere woensdag over de schoonheid van klassieke muziek. let me tell you is te horen in de Spotify-playlist die hij bijhoudt: nrch.nl/3puf

Waarom kan ik niet op de pauzeknop drukken, dacht ik toen ik op mijn paarse stoeltje in de Rotterdamse Doelen zat. Ik hoor muziekliefhebbers weleens zeggen dat niets boven een live-uitvoering gaat, dat een opname nooit aan zo’n ervaring kan tippen, maar hier leidde het tot frustratie dat ik de muziek niet terug kon spoelen. Binnen een paar minuten zou het allemaal voorbij zijn; na de pauze zou Richard Strauss’ Alpensymfonie worden gespeeld, een muzikale stoomwals die de tere klanken zouden reduceren tot een dierbare, maar vage herinnering. Ik wilde de muziek op pauze zetten, zodat ik in een akkoord kon kruipen, zoals je stil kunt staan voor een schilderij om in alle rust de richting van een penseelstreek op je in te laten werken. 

Ik had het gevoel dat ik naar een meesterwerk luisterde, toen het Rotterdams Philharmonisch in 2014 de Nederlandse première bracht. En ik was niet de enige. Ik las één journalist die niet enthousiast was en sprak van ‘een soort van quasimodern muzikaal geaai’. Nu is het stuk door het Orkest van de Beierse Omroep op cd uitgebracht en ik heb alleen nog maar jubelrecensies gelezen. Terecht, lijkt me.

Het stuk? let me tell you, heet het, van Hans Abrahamsen (63). Deze Deen is geen overbekende naam in de wereld van de klassieke muziek: hij had zelfs 25 jaar geen werk voor groot orkest geschreven en voor vocale muziek achtte hij zich ongeschikt. Maar door het succes van dit werk zal dat veranderen. In de VS werd let me tell you bekroond met een Grawemeyer Award, met een prijzengeld van honderdduizend dollar de grootste compositieprijs.

Volgens Abrahamsen gaat het over het onvermogen jezelf uit te drukken, en misschien zit daar wel een autobiografisch element in – de componist is zelf ook geen vlotte prater. De tekst is van Paul Griffiths, die de woorden van Ophelia uit Shakespeares Hamlet nam, ze door elkaar husselde en er een nieuw, mysterieus verhaal van smeedde. Abrahamsen laat die tekst er met horten en stoten uitkomen boven een klankbed dat zowel vertrouwd als vervreemdend is: niet licht verteerbaar, maar ook niet oncomfortabel. Die klanken hebben iets ijzigs, alsof het muziek is van boven de poolcirkel.

Abrahamsen componeert filmisch. Hij schrijft bewust onidiomatisch voor instrumenten, zo kun je de contrabassisten hoog en hard op hun instrumenten horen strijken. Je hoort de celesta, het zachtaardige toetsinstrument, botsen met de piccolo’s, de hoge fluiten. Maar het meest intrigerend is wel de stem van Barbara Hannigan, de coolste sopraan around, aan wie de componist let me tell you opdroeg.

Luister dat stuk. Het is fantastisch. En je kunt het gewoon terugspoelen als je het mooi vindt.