Niet wéér Elton John

Luister je al jaren dezelfde muziek? Spotify, Apple Music en Google Play verbreden je muziekhorizon op basis van je luistergedrag. Toch blijven tips van mensen cruciaal.

illustratie tomas schats

‘Je hebt geluisterd naar Rod Stewart; luister ook eens naar Nikita van Elton John.’ Zomaar een suggestie die fervente Stewart-fans krijgen in Spotify. Deze online muziekdienst, maar ook concurrenten als Apple Music, Google Music en Deezer, weten dat mensen steeds minder nieuwe muziek luisteren naarmate ze ouder worden.

Toch willen zij je ertoe verleiden om ook eens naar een nieuwe band te luisteren. Want, zo is de gedachte, hoe meer muziek je via ons luistert, des te groter is de kans dat je een betalende abonnee wordt én blijft.

Voor dat doel zetten deze online muziekstations steeds grotere en geavanceerde wapens in, die gevoed worden door ‘big data’. Neemt technologie de plek in van muziekkenners van vlees en bloed? Een rondgang langs zowel muziekdiensten als experts laat het tegendeel zien: de mens blijft voorlopig cruciaal bij het geven van muzieksuggesties.

Hoe komen muziekdiensten tot hun aanbevelingen? Spotify, Apple Music, Google Music en Deezer werken grofweg volgens hetzelfde basisprincipe. Stel: je bent fan van Rod Stewart. Muziekprogramma’s weten uit de luistergegevens van hun miljoenen gebruikers dat de gemiddelde Stewart-fan óók regelmatig luistert naar Elton John. Doe je dat nog niet, dan is de kans groot dat het een prima muziektip is.

Om toch onderscheidend te zijn, gooit elke dienst zijn eigen saus over deze kale benadering. In Apple Music (37 miljoen nummers) geven muziekjournalisten suggesties, gebaseerd op luistergedrag. Daarnaast biedt de Amerikaanse dienst met Beats 1 een ‘ouderwets’ radiostation waar iedereen dezelfde platen hoort, uitgezocht en gepresenteerd door muziekjournalisten.

Ook Google Music (30 miljoen nummers) zet menselijke experts in om tips te geven aan de hand van het luistergedrag. Google houdt verder onder meer rekening met het uur van de dag, en of je aan het ontbijten bent, werkt of een boek leest.

Het brein achter de tip

Het belangrijkste wapen van Spotify (30 miljoen nummers) is de persoonlijke en wekelijks bijgewerkte afspeellijst ‘Discover Weekly’, vertelt Matthew Ogle. De 36-jarige Brit werkt vanuit het hoofdkantoor in New York en is het brein achter de muziektips van de van oorsprong Zweedse dienst. Hij omschrijft de playlist als „een mixtape van twee uur die voelt alsof een vriend hem gemaakt heeft”. Omdat de lijst uit slechts dertig nummers bestaat die redelijk goed bij elkaar passen, hoopt Ogle dat mensen de ontdekkingstocht aandurven.

Toch kan zoveel nieuwe muziek nog steeds beangstigend zijn. Daar kwam Ogle per toeval achter, vertelt hij. „Door een fout in het algoritme kwam er per ongeluk muziek in Discover Weekly die je al kende. Ik zei gelijk: dat moeten we repareren. Maar luisteraars vonden dat niet erg. Als je niets herkent, dan vertrouw je de lijst ook niet. We hebben die ‘fout’ daarom weer teruggezet.”

Nu klinkt dit allemaal erg kil en afstandelijk, computers die muziektips geven. Ogle ontkracht dat graag. „Onze adviezen worden gedreven door data, maar 100 procent gevoed door mensen. Discover Weekly kijkt naar 2 miljard door mensen gemaakte playlists en bepaalt zo welke platen bij jou passen.”

Van Balkan tot metal

Bovendien zet Spotify, net als zijn concurrenten, zo’n veertig experts in die muziektips geven via wekelijks bijgewerkte playlists, variërend van Balkanbeats tot snoeiharde metal.

Het Franse Deezer (35 miljoen muzieknummers) is niettemin nóg menselijker in zijn tips, claimt Benelux-directeur Fabrizio Gentile (42). Het bedrijf heeft namelijk nog meer curatoren in dienst om de technologie te ondersteunen bij het geven van muzieksuggesties: wereldwijd zo’n vijftig stuks. Software plaatst de gebruikers op basis van hun luistergedrag in een categorie, waarna experts gerichte adviezen aan die groep geven. In Amsterdam zitten bijvoorbeeld twee redacteuren die lokale muziektrends vertalen naar muziektips en afspeellijsten.

„We wisten vanaf het begin dat we niet kunnen terugvallen op technologie alleen”, zegt Gentile. „Menselijke curatoren helpen luisteraars om buiten hun normale comfort zone te komen.”

Kenners van vlees en bloed blijven dus onontbeerlijk voor software om goede muziektips te geven. Maar hoe denken die kenners zelf over de waarde van digitale suggesties? René Passet (49), goed voor bijna 25 jaar journalistieke ervaring bij onder meer het muziekblad Oor, spot de nieuwste artiesten vaak via platenwinkels, muziekblogs en online radiostations. Geautomatiseerde tools spelen voor hem amper een rol van betekenis. „Ik vertrouw meer op de smaak van curatoren of eigenaars van platenwinkels dan op een algoritme. Spotify raadt me vooral artiesten aan die allang in mijn platenbak staan.”

We hebben hulp nodig

Wat hij wel belangrijk vindt, is dat mens en machine samen optrekken om de overvloed aan muziek het hoofd te bieden. „Er komt tegenwoordig zoveel muziek uit. Het is daarom steeds belangrijker dat iets of iemand ons wegwijs maakt. Of dat nou software of een curator is: we hebben hulp nodig.”

Hij krijgt daarin bijval van Atze de Vrieze (35), sinds 2006 muziekredacteur bij de VPRO. Zelf muziek ontdekken doet de 3voor12-redacteur vooral via festivals zoals Eurosonic en Le Guess Who?. En met de hulp van zijn collega-journalisten en muziekwebsites als Pitchfork en Stereogum. Voor hem zijn algoritmes daarom van minder waarde. „Ik loop vaak iets voor de muziek uit”, zegt De Vrieze. „De platen die ik nu luister, worden meestal pas later door Spotify getipt.”

Toch gelooft hij heilig in de toegevoegde waarde van machines om muziek te ontdekken. Door diensten als Spotify is muziek namelijk veel toegankelijker geworden. „Tegenwoordig luister je het ene moment naar Oneohtrix Point Never en het andere moment naar Justin Bieber. De toegankelijkheid van muziek en slimme algoritmes zorgen dat dit veel sneller gebeurt. Alleen de oude garde moet daar nog aan wennen.”

Voorlopers hebben weinig aan digitale muziektips. Wel zien zij geautomatiseerde aanbevelingen als een cruciaal instrument om het grote publiek te helpen kaf van koren te scheiden – én eindelijk eens iets anders te luisteren dan Rod Stewart.