Met publieke kunstruimte wil Akzo leefbaarheid van Zuidas vergroten

In het nieuwe hoofdkantoor van AkzoNobel aan de Zuidas in Amsterdam opent vandaag de ‘Akzo Nobel Essential Art Space’.

De ‘Akzo Nobel Essential Art Space Foto Erik en Petra Hesmerg

„Hester, ik heb zometeen een afspraak met iemand van de gemeente. Is het goed als we even tussen de kunst gaan zitten?” Een medewerker van AkzoNobel kijkt naar Hester Alberdingk Thijm, directeur van de AkzoNobel Art Foundation. Zij is bezig de laatste hand te leggen aan de kunstruimte op de begane grond van het nieuwe hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas. De ‘Akzo Nobel Essential Art Space’ wordt vanmiddag officieel geopend door de wethouder van Cultuur, Kajsa Ollongren. Maar de verzoeken om te mogen vergaderen, lunchen of dineren tussen de kunstwerken stromen al binnen. „Natuurlijk mag dat”, zegt ze, „daarvoor is deze ruimte bedoeld.”

Bij het ontwerpen van het hoofdkantoor creëerde de architect, Folkert van Hagen, een grote, lichte ruimte op de begane grond waar de kunstcollectie van het bedrijf kan worden getoond. Het moest geen traditionele tentoonstellingsruimte worden, geen ‘white cube’, maar een dynamische plek waar zowel Akzo-medewerkers als buurtbewoners zich welkom voelen.

Alberdingk Thijm is niet bevreesd dat haar kunstruimte hetzelfde zal overkomen als de Rabo Kunstzone in Utrecht. Die moest in 2014 sluiten, drie jaar na de opening. De topman die het initiatief voor de Kunstzone nam, Sipko Schat, moest opstappen wegens de Libor-fraude. Na het schandaal besloot de bank minder geld te steken in kunst. „Het draagvlak voor onze kunstruimte is groot”, zegt Alberdingk Thijm. „Het is een wens die al jarenlang breed in het bedrijf wordt gekoesterd, en niet alleen door mijzelf.”

Zij draagt al twintig jaar lang met een klein team (3,5 fte) zorg voor de kunstverzameling van AkzoNobel. Inmiddels telt de collectie van de verf- en coatingmultinational zo’n 1.800 kunstwerken. Daaronder bevinden zich werken van kunstenaars als Marlene Dumas, Aernout Mik en Hans Op de Beeck, maar ook van minder bekende, jonge kunstenaars. Al het werk is hedendaags. Het aankoopbudget ligt „tussen de twee en drie ton”, zegt Alberdingk Thijm. „Als we iets duurs willen hebben, sparen we ervoor.”

De waarde van de aangekochte werken is in de loop van de jaren verdubbeld of soms verdrievoudigd. „Dat is mooi meegenomen”, zegt ze, „maar daar gaat het Akzo niet om. We verkopen nooit werk. We verzamelen kunst om te investeren in de ontwikkeling van jonge kunstenaars en om bij te dragen aan de leefbaarheid van onze kantoren. En nu dus ook aan de leefbaarheid van de Zuidas. We zijn overtuigd van de kwaliteit van al het werk dat we aankopen. Voor al het werk is plaats op een van onze kantoren.”

Dat Akzo zijn collectie niet in een depot laat verstoffen, is te zien. In het hoofdkantoor, dat begin deze maand in gebruik werd genomen, hangen en staan naast de circa 75 schilderijen en sculpturen in de kunstruimte op de begane grond 400 werken op de andere verdiepingen. Waar je ook kijkt, overal is kunst.

Wat opvalt is de esthetiek van de werken. Alberdingk Thijm benadrukt dat zij nooit werk kiest omdat het ‘mooi’ is of omdat de kleur harmonieert met de muren of de vloerbedekking. „We kijken alleen of werken aansluiten bij de lijnen die we in de collectie hebben. Die lijnen zijn bijvoorbeeld ‘kleur en onderzoek’, ‘individu en maatschappij’ en ‘ruimte’. Je kunt onze verzameling zien als een spinnenweb, waarbij elk kunstwerk in verbinding staat met meerdere thema’s. Dat maakt het voor ons mogelijk om kunstwerken in verschillende combinaties te presenteren.”

Vanaf de straatkant is een groot lichtkunstwerk te zien van Allard van Hoorn, Skies over Snaefell, waarbij bollen in wisselende kleurstellingen oplichten. Op een muur erachter hangt een poëtisch schilderij van Seet van Hout, getiteld Blumenzucht, waarbij de bloemen uit de titel gevormd worden door kleurige verfvlekken. De kleuren en de ronde vormen passen goed bij het werk van Van Hoorn, maar ook bij een grote sculptuur ernaast, het werk Paradise Love Bar van Aisling Hedgecock, dat eruit ziet als een uit de kluiten gewassen stuk veelkleurig koraal.

„De kunstenaar is hier geweest om haar werk te installeren”, vertelt Alberdingk Thijm. „Onze bestuursvoorzitter, Ton Büchner, liep toevallig langs en raakte met haar in gesprek, over het materiaal dat ze had gebruikt. Dat is wat we hier willen bereiken: inspirerende ontmoetingen.”