Kan de Kamer dit ministerie vertrouwen?

De terugkerende affaire over de deal van officier van justitie Teeven gaat nu over de integriteit van het ministerie van Justitie.

Minister van Justitie Ard van der Steur dinsdag. Foto Remko de Waal /ANP

Dit is slecht voor het aanzien van de politiek, slecht voor het ministerie van Veiligheid en Justitie en slecht voor zijn eigen VVD. Zo vatte VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra gisteren de nieuwe feiten rond de ‘Teevendeal’ puntig samen.

Zijlstra wil dat de onderzoekscommissie onder leiding van oud-Ombudsman Marten Oosting zo snel mogelijk uitvogelt of sprake is geweest van een doofpot bij het zoeken naar het ‘bonnetje’ van de schikking tussen het Openbaar Ministerie en drugscrimineel Cees H. Net als de rest van de Tweede Kamer trouwens: een meerderheid wil dat Oosting zo snel mogelijk met resultaten komt, liefst binnen nu en twee maanden.

1| Wéér dat bonnetje. Waarom is deze zaak zo relevant?

Uit de mails die Nieuwsuur boven tafel kreeg, blijkt dat de ICT’ers die het afschrift van de deal, dat was de 4,7 miljoen gulden die H. in 2000 kreeg overgemaakt, bijna uit de backupsystemen hadden opgeduikeld. Er lag een tape klaar om uitgelezen te worden. Maar op 5 juni 2014 kregen ze opdracht om te stoppen met zoeken – van wie, dat is nu de vraag. Deze nieuwe informatie wijst erop dat het afschrift niet gevonden mocht te worden. 

Als dat klopt, is sprake van het afdekken van informatie, van het welbewust níet aan waarheidsvinding doen. Dat is voor een departement een ernstige zaak. De Tweede Kamer moet ervan op aankunnen dat de informatie die zij krijgt, klopt en compleet is – anders is hun controlerende taak ondoenlijk. Plus: het gaat hier ook nog eens om het ministerie van Justitie, dat zou juist extra voor de rechtsstaat moeten opkomen. 

Gisteren zeiden de voormalige minister Ivo Opstelten (VVD) en oud-staatssecretaris Fred Teeven (ook VVD, nu Kamerlid) in een reactie dat zij geen idee hebben wie binnen het departement de opdracht gegeven kan hebben om te stoppen met zoeken naar het afschrift. Opstelten: „Ik heb al die tijd maar één belang gehad, dat het afschrift zo snel mogelijk werd gevonden.”  

Een chronologie van de 'Teevendeal':

2| Waarom schreef de onderzoekscommissie hier niet over?

Niemand heeft het hun verteld. De leiding van de ICT-afdeling, die onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken valt, heeft de commissie wel een brief geschreven. Daarin stond wat zij wisten van de oude back-ups met financiële gegevens. Maar geen woord over de back-up die in juni 2014 dus praktisch klaarstond.

Op het intranet van het departement en het Openbaar Ministerie deed de commissie-Oosting een oproep aan alle ambtenaren om informatie over de deal met hen te delen. Als het niet anders kon mocht dat ook vertrouwelijk, stond erbij. Dat was kennelijk geen reden voor degenen die van deze mails wisten om zich te melden.

Het instellen van een onderzoekscommissie is normaal gesproken voor ministers en parlement een mooi middel om dit soort gevoelige kwesties helemaal uit te pluizen. Dat is hier niet gelukt.

3| Maar is hier nou sprake van een doofpot? 

Voor het antwoord op die vraag is het wachten echt op de commissie-Oosting. In december vorig jaar kwam die, zonder deze nieuwe informatie, al tot de conclusie dat op het ministerie niet veel moeite was gedaan om het ‘bonnetje’ te vinden. Nu schrijft Oosting in een brief dat als hij deze mailwisseling had gekend, hij beter had kunnen beoordelen „of hier daadwerkelijk en op goede gronden kan worden gesproken van een situatie van een doofpot”.

Oosting noemde het onderzoek dat Opstelten destijds liet uitvoeren om het betalingsbewijs te vinden, „inadequaat” en „onvoldoende grondig”. Het OM stelde voor om Kees Vendrik van de Algemene Rekenkamer, erop te zetten. Maar Opstelten koos voor Henk van Brummen. Hem kende Opstelten uit zijn tijd als burgemeester van Rotterdam. Van Brummen was daar toen hoofdofficier van justitie.

Van Brummen kreeg twee beperkingen: hij mocht niet zelf spreken met Fred Teeven, die de deal sloot. Dat deed een topambtenaar van Opstelten. En hij moest binnen twee weken zijn conclusie hebben getrokken.

Van Brummen concludeerde dat „geen zekerheid worden geboden” over de hoogte van het bedrag. Twee dagen nadat Ivo Opstelten deze bevinding naar de Tweede Kamer had gestuurd, mailde de ICT’er zijn collega dat de back-up niet meer uitgelezen hoefde te worden.

Bovendien bleek het, toen Oosting naar het afschrift liet zoeken, ineens nogal makkelijk om een tweede betalingsbewijs van die overboeking van 4,7 miljoen gulden te vinden. Dat bleek gewoon in één van de andere strafdossiers van Cees H. te zitten.

4| Hoe groot is dit probleem voor de VVD?

Het blijft een pijnlijk verhaal voor de liberalen. Binnen de coalitie stelt de PvdA zich hierover redelijk en rustig op. Alle gedoe op justitieterrein begint bijna routine te worden, verzuchtte een PvdA’er laatst.

Maar als informatie doelbewust is toegedekt, zit VVD-minister Ard van der Steur opnieuw met een ernstig probleem. Hij had er al genoeg, de afgelopen maanden. Rutte zou er ook niet zonder schade afkomen. Die zei „in alle oprechtheid” in december dat er niets is toegedekt. „Wat zou daar het belang van geweest zijn?”

Binnen de VVD wordt gehoopt dat deze nieuwe feiten heel misschien nog in het voordeel van de liberalen kunnen uitpakken. Als blijkt dat een topambtenaar buiten Opstelten om de opdracht heeft gegeven met zoeken te stoppen, is de minister beduveld waar hij bijzat. 

5| Moet hier geen parlementaire enquête over komen?

Dat is te veel gedoe en het kost te veel tijd, vindt een meerderheid van de Tweede Kamer. Vaak duurt zo’n enquête meer dan een jaar. Bovendien: de commissie-Oosting heeft de zaak al tot in detail uitgezocht. Snel vervolgonderzoek door Oosting vindt de Kamer logischer.

ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers wil wel graag de hoofdrolspelers onder ede kunnen horen.Zo’n snelle ‘parlementaire ondervraging’ kan nu juridisch nog niet. Maar Segers’ plan komt binnenkort op de politieke agenda. Een adviescommissie gaat zijn plan „een dezer weken” aan de Tweede Kamer aanraden, zegt de voorzitter van die commissie, Ronald van Raak (SP).