Jaap van Zweden: de nuchterheid in de Nederlandse muziek

Dit artikel schreven we eind 2007 over Jaap van Zweden, toen zijn eerste Amerikaanse avontuur nog maar net begon: bij het Dallas Symphony Orchestra. In twee weken had Van Zweden het Dallas Symphony Orchestra veranderd en het was op weg een van de belangrijkste orkesten van de VS te worden.

Terug uit Dallas – waar hij groot succes had met een aantal Beethovenconcerten – zit Jaap van Zweden achter zijn bureau in het souterrain van het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum. De jetlag is voorbij, ook de vermoeidheid van een doorwaakte nacht met een van zijn kinderen. De chef-dirigent van de omroeporkesten kan weer helder terugkijken op zijn opzienbarende optredens bij het Dallas Symphony Orchestra, waarvan hij volgend jaar chef-dirigent wordt.

‘Ik ben terug en sta weer met beide benen op de grond. Het mooie van Amerika is dat men zeer trots is. Een hoofdartikel van The Dallas Morning News vergelijkt mijn succes met dat Tony Romo. Hij is de quarterback van de Dallas Cowboys, een nationale football-hero. Daar moet ik dan ontzettend om lachen. Maar ze zijn wel knettertrots.

‘Mijn collega Hans Vonk, inmiddels overleden, zag ook die enorme verschillen tussen Amerika en Nederland. Met zijn St. Louis Symphony Orchestra opende hij het baseballseizoen. Hans was gevierd. Hij kwam op tv, in restaurants mocht hij nooit de rekening betalen, hij werd overal uitgenodigd. Hans werd op een troon gezet. Dat is met mij nu ook gebeurd, ik weet precies wat hij heeft meegemaakt. Toen kwam Hans terug in Amsterdam. Hij liep over de Koninginneweg en werd aangesproken door een man. ‘Ben jij niet Hans Vonk?’ ‘Ja.’ ‘Wat een lelijke kerel ben jij!’ Dat is dus Nederland. Een beter voorbeeld is er niet. Die enorme nuchterheid.’

Zweden

In 1997 speelde Jaap van Zweden (46) voor het laatst als concertmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest, waar hij op zijn negentiende was begonnen. Hij is nu tien jaar fulltime-dirigent en had vaste posities bij het Brabants Orkest, het Orkest van het Oosten en het Residentie Orkest. Sinds twee jaar is hij chef-dirigent van het Muziekcentrum van de Omroep (mco). Van Zweden kent het internationale muziekleven als weinig anderen. Hij is als orkestlid, als vioolsolist en als dirigent vrijwel overal ter wereld geweest. ‘Ja, ook in Zweden, ik heb gedirigeerd in Göteborg. Ik heb helemaal niets met Zweden. Voor mij is het een land als alle andere.

‘Elk orkest heeft een eigen, unieke groepsziel. Elk land heeft ook zijn eigen manier om orkesten te ?nancieren en dat heeft daar ook invloed op. Het Nederlandse subsidiesysteem heeft voordelen en nadelen. Er lijkt zekerheid te zijn. Maar de overheid kon ook zomaar beslissen dat het Muziekcentrum van de Omroep een kwart van het budget kwijtraakte, dat het Radio Symfonie Orkest werd opgeheven, dat er negentig banen verdwenen. Ik werkte hier met getraumatiseerde musici.

‘In Amerika heeft een aantal orkesten ?nanciële problemen, daar is geen overheid die dat oplost. Maar als sponsors en donateurs geld verschaffen, kan de overheid het orkest ook niet even schrappen. Wat ik goed vind aan het Amerikaanse systeem, is dat zo’n orkest wordt gedragen door de gemeenschap, heel direct, met enorme endowments. Hier gebeurt het via de omweg van de belasting.

‘Toen ik in Dallas aankwam werd ik opgehaald door Ross Perot jr, de zoon van de vroegere presidentskandidaat. Hij bezit enorm veel land, stadions, vliegvelden. Hij liet me met zijn helikopter een dag lang Texas zien. Dat is leuk, overweldigend. Maar uiteindelijk gebeurt het ’s avonds. Je moet het podium op, die Beethovens goed dirigeren en hard met die mensen werken. Daar draait het daar om. En daar draait het hier om.

Opwinding

‘Natuurlijk denk je wel eens: word ik wel gewaardeerd in eigen land? Aan de andere kant: stardom is zo ongeloofijk vergankelijk en onbelangrijk. Het is heel leuk om mee te maken. Maar je moet met beide benen op de grond blijven staan. Als concertmeester zag ik veel dirigenten die daarmee moeite hadden. Met het informele hier, het gebrek aan voortdurende opwinding om hen heen. Een wereldberoemde musicus is hier erg vanzelfsprekend, met die enorme hoeveelheid kwaliteit in het Concertgebouw en bij het Concertgebouworkest. Amsterdam is een wereldmuziekstad, naast Wenen, Londen, Parijs en Berlijn.

‘We zijn dus niet zo onder de indruk van wie dan ook. Een ster als de violiste Anne-Sophie Mutter werd ooit door de critici tot de grond toe afgebrand. Als je een celebrity bent, wordt het niet erg gewaardeerd als je je als zodanig gedraagt. Bij Mutter dreigt het gevaar dat het meer gaat om de buitenkant dan om de binnenkant. Ik zag het nu zelf in Amerika. Van de ene party naar de andere. En aan de andere kant verlangde ik zó naar mijn partituur, naar studeren, naar waar het om gaat.’

Het is juist die degelijkheid, die afkeer van uiterlijk vertoon en divagedrag, die zorgt voor de kwaliteit van het Nederlandse muziekleven. Er wordt hard gewerkt en daar maken we ook tijd voor. ‘In Amerika moet ik een programma in twee dagen instuderen. Hier in Hilversum heb ik er vijf, als er een wereldpremière is of een exceptionele bezetting. Voor Lohengrin in februari heb ik tien dagen. Dat is noodzakelijke luxe. De ZaterdagMatinee is op internationaal niveau. Daar ben ik ook heel trots op.

Uit zijn dak

‘Bij Stanza van Berio gaat in Dallas het publiek niet zo uit zijn dak als tijdens de Matinee. Dat is een Nederlandse verworvenheid. Niettemin doe ik volgend jaar in Dallas in de tweede week van mijn chefschap een nieuw stuk van 70 minuten van Steven Stucky. Dat gaat over Lyndon Johnson, die in Dallas president werd na de moord op Kennedy en veel deed voor burgerrechten van zwarten.’

Dallas heeft een muzikaal verleden met een aantal hoogtepunten. Sir Georg Solti was er ooit chef, ook Eduardo Mata en Antal Dorati. Maria Callas maakte Dallas beroemd als operastad: tussen 1957 en 1959 trad ze er vele malen op. Naast het Morton H. Meyerson Symphony Center in Dallas – Van Zweden vindt de akoestiek de beste in Amerika na Boston – wordt nu een nieuw operatheater neergezet voor 300 miljoen dollar.

‘Dat is zo fantastisch in Dallas. Ze hebben gevraagd ‘hebben we hier genoeg kunst?’ ‘Nee.’ ‘Willen we een kunststad zijn?’ ‘Ja, én op plek nummer één.’ Dus schraapten ze 500 miljoen dollar bij elkaar en kochten kunst, zodat de musea zich nu met de rest kunnen meten. Er is veel geld uit de olie en de hightech, Texas Instruments. ’

Nieuwe balans

In de recensies in Dallas over de wijze waarop Van Zweden Beethovens symfoniën nrs 5, 6, 7 en 8 dirigeerde, werd hij de hemel in geprezen. Zijn Beethoven klonk adembenemend, de strijkers hadden een nieuwe klank, een nieuwe présence, een nieuwe focus, een nieuwe diepte, een nieuwe textuur, er was een nieuwe balans bij de blazers. In twee weken had Van Zweden het Dallas Symphony Orchestra veranderd en het was op weg een van de belangrijkste van de VS te worden. ‘De recensies waren hartstikke goed. Ze hebben ook geweldig gespeeld, zeg ik dan altijd. Als een club voor je wil gaan, kan er iets moois gebeuren. Ze willen tot de muzikale elite behoren.

‘Dallas is zo leuk voor mij. Het is het ?nancieel gezondste orkest in Amerika, er zijn geen schulden. Ik kan de beste dirigenten en solisten uitnodigen. Na die recensies kwamen een paar mensen luisteren en meteen stonden de Amerikaanse topvijf-orkesten op de stoep om mij te contracteren. Daarom moet je na een teleurstelling niet moeilijk doen, er zijn telkens weer nieuwe mogelijkheden. Hans Vonk bleef jarenlang maar klagen dat hij Haitink niet was opgevolgd en werd daar helemaal depressief van.’

Beknibbelen

De internationale waardering voor Van Zweden stijgt explosief. Zijn cd-opname van de Vierde symfonie van Bruckner met het Radio Filharmonisch Orkest werd door het Britse blad The Gramophone op één lijn gesteld met die van historische beroemdheden als Bruno Walter, Claudio Abbado en Sergiu Celibidache. En zijn opname werd hoger aangeslagen dan die van Sir Simon Rattle en de Berliner Philharmoniker. In Nederland wordt vaak geklaagd dat we nauwelijks trots zijn op de kwaliteit van ons muziekleven. Er wordt altijd beknibbeld in plaats van gestimuleerd.

‘In Nederland gunnen we iedereen even veel. En dan kom je in de problemen. Zo gunnen we elke zichzelf respecterende stad een conservatorium en een orkest. Later blijkt dat we soms wat terug moeten. Maar die conservatoria blijven bestaan en produceren onvoorstelbaar veel musici die geen werk krijgen.’

Van Zweden prijst de vernieuwingsdrang in het Nederlandse muziekleven, componisten als Louis Andriessen, Tristan Keuris, Peter Schat, Otto Ketting. ‘De nieuwe muziek zegeviert hier constant. De Notenkrakersactie heeft veel losgemaakt. En door Ton Koopman en Frans Brüggen weten we heel goed hoe Mozart, Beethoven en Schubert dienen te worden gespeeld. Ik ben opgevoed door Harnoncourt. ‘Bitte, no Hollywoodsound’, zei hij bij repetities. Hij veroordeelde altijd Amerika, Amerikaanse orkesten, de Amerikaanse manier van spelen. Maar ik denk nu dat als Harnoncourt die Beethovens in Dallas had gehoord, hij wel tevreden was geweest.

Prestatiedrang

‘Nederland zet je altijd met twee benen op de grond, zei ik daar net. Wat ik hier wel merkwaardig vind, de laatste jaren, is de hype rond mensen die zonder al te veel prestatiedrang zéér beroemd zijn geworden. Ik heb het niet over de klassieke muziek, wel over amusement dat ik geen kunst noem. Al die realitysoaps, men kan kwaliteit niet meer onderscheiden van alleen maar bekend zijn. Ik was zelf vroeger ook een bekende Nederlander, maar ik kon wél viool spelen.’

Edo de Waart zei: ‘Als je in Nederland je hoofd boven het maaiveld uitsteekt, wordt het afgehakt.’

‘Dat is de Nederlandse nuchterheid. Je kunt het interessant vinden dat er hier zo anders tegen je wordt aangekeken. Je kunt het je ook aantrekken en denken dat je God bent, als je in het buitenland op handen wordt gedragen. Je moet het alle twee niet zo persoonlijk nemen. Gaat het om mij, om het orkest of om het resultaat? Als je in Nederland niet zo wordt gewaardeerd als elders, vind ik dat prima. Het is zoals het is.

‘Voor mij is een groot verschil tussen Nederland en het buitenland dat ik hier mijn opleiding heb gehad, als concertmeester ben begonnen. Dat slingert hier achter mij aan. In het buitenland weet men vaak niet eens dat ik viool heb gespeeld. Het is wel eens ?jn om geen verleden te hebben. Hier had ik de naam dat ik een beetje commercieel was. Toen in Dallas de voors en tegens van tien kandidaat-chefs in de krant werden besproken, was een punt tegen mij dat ik niet commercieel was. Ik zat met mijn neus in de partituren en was niet zo geïnteresseerd in het sociale gebeuren rond de orkesten!’

Was het typisch Nederlands dat u als 19-jarige bij het Concertgebouworkest werd aangesteld als concertmeester, een functie van belang binnen het orkest en bij het contact met dirigenten?

‘Ik vind het gezond dat het meestal wat oudere heren zijn. Je moet levenservaring hebben, ik was in die tijd een soort puber met alle fratsen vandien. Met het ambacht zat het wel snor, ik ben soms wel trots als ik mezelf terughoor. Toen Haitink me benoemde, zei hij: ‘Het interesseert me niet of iemand voor het eerst een symfonie speelt, maar hoe hij dat doet.’

‘Dat vind ik nu zelf ook: als ik iemand aanneem, ga ik uit van kwaliteit, niet alleen van ervaring. Maar ervaring telt. Er is de laatste tien jaar met mij wel iets gebeurd. Er is verdieping gekomen. Dat hoort bij de leeftijd. En bij een gezin met een autistisch kind, hier thuis.’