Italië buigt wel voor Iraanse preutsheid

Waar de Fransen een maaltijd zonder wijn niet zagen zitten, is Italië pragmatisch. In Iran is veel geld te verdienen.

Om de Iraniërs niet voor het hoofd te stoten werd dinsdag een aantal naakten in de  Musei Capitolini in Rome voorzien van houten bekisting. Foto’s Musei Capitolini, Giuseppe Lami/AP

Op zoek naar goede handelsbetrekkingen met een belangrijke opkomende economie blijkt Italië pragmatischer dan Frankrijk. Terwijl Parijs in verzet kwam na de eis van de Iraanse diplomatie om tijdens het bezoek van president Hassan Rohani in het Élysée geen wijn te schenken, serveerden de Italianen dinsdag niet alleen een speciale maaltijd, maar pakten ze in de Capitolijnse Musea in Rome ook enkele mogelijk aanstootgevende antieke naakten in.

Het bezoek was het eerste van een Iraanse president aan een Europees land in zestien jaar. In 1999 bracht de hervormingsgezinde president Mohammad Khatami een soortgelijk bezoek aan Italië en Frankrijk. Enkele jaren later werd hij opgevolgd door Mahmoud Ahmadinejad, die door zijn populistische provocaties over de vernietiging van Israël en de ontkenning van de Holocaust geen graag geziene gast was in Europa.

Onder Ahmadinejad breidde Iran bovendien zijn omstreden nucleaire programma uit. Europese landen vreesden dat Iran aan een kernbom werkte en legden – steeds zwaardere – sancties op om het verrijken van uranium te stoppen. Gevolg was dat de Europese export naar Iran terugliep van bijna 28 miljard euro voor de sancties naar 7,6 miljard nu.

Het bezoek van Rohani staat in Italië en in Frankrijk in de eerste plaats in het teken van herstel van de handelscontacten. Het zou eigenlijk in november plaatshebben, maar het werd na de aanslagen in Parijs uitgesteld. In de tussentijd zijn de economische sancties opgeheven en kunnen concrete akkoorden worden gesloten.

Economische groei is een voorwaarde voor het tegengaan van extremisme, hield Rohani 120 Italiaanse zakenlieden voor op een handelsconferentie in Rome. „Als we terrorisme willen bestrijden, is het stimuleren van groei en het creëren van banen een van de wegen die we moeten bewandelen”, aldus Rohani, die Iran het veiligste en stabielste land in de regio noemde. „Werkloosheid creëert soldaten voor terroristen.”

Die boodschap viel in goede aarde in Italië, lang de belangrijkste Europese handelspartner van Iran. Premier Matteo Renzi verklaarde dat Iran „een fundamentele rol bij de stabilisering” van het Midden-Oosten kan spelen. Maar anders dan Italië zat Frankrijk de laatste jaren ook aan tafel bij de onderhandelingen over het Iraanse nucleaire programma. De scherpe Franse positie aan het eind van die gesprekken en de kritiek van Frankrijk op de steun van Iran aan het regime in Syrië hebben de relatie tussen beide landen wel enigszins onder druk gezet.

Voor het vertrek van Rohani naar Europa liet zijn minister van Transport al weten dat het land bij de Frans-Duitse vliegtuigbouwer Airbus een bestelling van 114 toestellen wil plaatsen. Zo snel mogelijk zijn tientallen kleinere modellen nodig om de verouderde vloot van Iran Air te moderniseren. De Franse bouwsector rekent ook op grote contracten.

In Iran rijden 6 miljoen Peugeots

De grootste verwachtingen zijn er voor de auto-industrie. De Franse autobouwer PSA was tot enkele jaren geleden marktleider in Iran. Al sinds de jaren zeventig is het bedrijf met Citroën en vooral Peugeot in het land actief: in totaal zouden er zo’n zes miljoen oude Peugeots rondrijden. In 2010 was het Iran voor PSA na Frankrijk de belangrijkste markt.

Na een eerste bezoek aan Teheran om de lucht te klaren wees de Franse minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius er vorig jaar echter op dat het voor PSA „moeilijker” zou kunnen zijn om terug te keren op de Iraanse markt dan voor Renault. Tamelijk abrupt is PSA in 2012 uit Iran vertrokken en dat zou in Iran veel kwaad bloed hebben gezet, zei Fabius destijds.

Dat vertrek was ingegeven door een samenwerkingsverband van PSA met het Amerikaanse General Motors. GM eiste dat Peugeot zich per direct aan de strengere sancties van Washington zou conformeren. Terwijl Renault pas in 2013 vertrok en via een symbolische vertegenwoordiging de afgelopen jaren onderdelen voor bestaande modellen is blijven leveren, moesten Iraanse Peugeot-rijders het met kwalitatief mindere onderdelen uit China doen. Dat heeft de reputatie van het merk geen goed gedaan.

Bestuursvoorzitter Carlos Tavares beaamde onlangs dat de gesprekken met de oude Iraanse partner van PSA, industriegroep Iran Khodro, moeizaam verliepen. Maar mogelijk sluit PSA donderdag in het bijzijn een Rohani een nieuwe joint venture met Khodro. Iran is voor de Franse autobouwers sowieso een „veelbelovende markt”, zei bestuursvoorzitter Carlos Ghosn van Renault onlangs in Le Figaro. Momenteel heeft het land zo’n honderd auto’s per duizend inwoners, zes keer minder dan in de EU.

De export van Frankrijk naar Iran liep in tien jaar, van 2003 tot 2013, terug van zo’n 4 miljard euro per jaar naar 500 miljoen euro. De Franse kredietverzekeraar Euler Hermes verwacht dat door het opheffen van de sancties de Iraanse economie dit jaar met 4 procent zal groeien. Behalve de export van Frankrijk en Italië zal vanuit Europa in de eerste plaats de Duitse handel profiteren.

Ondanks het opheffen van de sancties, vraagt investeren in Iran nog altijd een meer dan gemiddeld risico, zeggen analisten. In de eerste plaats omdat in de nucleaire akkoorden nota bene op verzoek van de Fransen een zogenoemd snapback-principe is opgenomen: als Iran zich niet aan de afspraken houdt, kan het embargo direct weer van kracht worden.

Daarnaast is vooral de financiering van alle investeringen een uitdaging. Europese bedrijven kunnen weliswaar weer geld overmaken naar Iran nu de bankbetrekkingen zijn hersteld, maar Franse banken zullen huiverig zijn zaken te doen omdat dat hun licentie in de Verenigde Staten in gevaar kan brengen. Voor Amerikaanse banken blijft een handelsembargo van kracht. BNP Paribas kreeg vorig jaar in de VS een boete van ongeveer 8 miljard euro wegens schending van handelsembargo’s. Onder andere in Iran.