‘In elke noot ligt betekenis’

brengen Noorwegen, Afghanistan, Duitsland en (een klein beetje van) Nederland bij elkaar in één spiritueel jazzalbum. Dat klinkt als zonlicht op ijskappen.

Foto Hans-Fredrik Asbjørnsen

Hoe sneeuwvlokken sereen en geruisloos neerdalen uit de ruimte. De afstand tussen de vlokken, het onvermijdelijke plakken aan de volgende. Dat is de jazz van de prominente Noorse jazzpianist Tord Gustavsen; alles draait om meditatie en contemplatie. Een spel van licht en duisternis, van schoonheid en grilligheid, van koud en warm. Stuk voor stuk doemen in de muziek van Gustavsen Noorse landschappen op. Zonlicht op de ijskappen of andere panorama’s; stil en onbereikbaar, lieflijk of juist onherbergzaam. Een weerspiegeling van zijn karakter en een spirituele levenshouding.

Tord Gustavsen (Oslo, 1970) is onderweg. Ook dát zou je spiritueel kunnen opvatten, maar in dit geval is het heel concreet: hij stapt zo met zijn nieuwe jazztrio op het vliegtuig voor een Europese tournee. De Noor Jarle Vespestad, een drummer die subtiel kleuren kan, maar die ook harde grooves in huis heeft, is al heel lang een muzikale bondgenoot. Nieuw erbij is de Duits-Afghaanse zangeres Simin Tander. Haar bijdrage aan het nieuwe album What Was Said van Tord Gustavsen is opvallend: zij zingt de Noorse hymnes die hij in zijn jeugd hoorde in de Afghaanse taal Pashto.

„Ik heb nog nooit zoveel concerten achter elkaar gegeven”, vertelt Simin Tander (Keulen, 1980) via Skype vanaf het vliegveld. Ze spreekt perfect Nederlands, opgedaan toen ze in Nederland woonde. Nu haar naam prijkt op een ECM-album, het kwaliteitsjazzlabel dat veel Scandinavische muziek uitbrengt, gaan deuren voor haar open. „Dit voelt als een grote stap. We staan op uiteenlopende plekken, van kerken tot clubs in Parijs. Er komen deze zomer ook festivals aan in Noorwegen en Canada.”

Tord Gustavsen hoorde haar album en was geraakt door Tanders stem en verleidelijke frasering. Maar ook haar meertaligheid, inclusief het Pashto, sprak aan. „Zij is een solist, een interpretator van melodieën, maar evengoed ook een improviserend lid in het gelijkwaardig bewegend trio”, zegt hij. Na een ontmoeting bij een van zijn concerten nodigde hij haar uit voor een samenwerking. Een gouden match, aldus Tander. „Meer dan een half jaar kwam ik elke maand naar Oslo. Daar probeerden we van alles uit. Dat voelde nooit als repetities, want in elke noot wordt betekenis gelegd.”

Gustavsens esoterische jazz kan met zijn gedragen melodieën en dromerige insteek wat verheven overkomen. Daarbij speelt de Noor op een zeer intense manier. Terwijl zijn vingers lijken te verdwijnen in de vleugel, trekt zijn hele lichaam krom en houdt hij zijn hoofd dicht bij de toetsen.

In Gustavsens jeugd klonken de hymnes die hij speelt overal. „Thuis, op de zondagsschool en in de kerk waar ik in koren zong. De Noorse volksmuziek waarop kerkhymnes gebaseerd zijn, zijn liedjes die ik en vele musici met mij al jaren herinterpreteren. Ze vormen het hart van mijn muzikale vorming, en zijn blijvende inspiratiebronnen. Zoals de Afrikaans-Amerikaanse spirituals en gospelmuziek een basis legden voor de Amerikaanse jazz.”

Muziek was haar veilige plek

Al op het Nederlands Jazz Concours in 2009 toonde de Duits-Afghaanse Simin Tander zich een authentiek talent dat haar jazz kruidt met oriëntaalse klanken en vrije, intuïtief geplaatste noten. Met haar mooie mysterieuze stem, rijk aan klankkleuren, en een fantasievol repertoire, sprong ze eruit. Tander is de dochter van een Afghaanse vader, ooit radiojournalist in Kabul, en een Duitse moeder. Thuis in Keulen hing een altijd „losse sfeer waarin dingen konden ontstaan”. Tander was een uitbundig kind, die met haar zusje toneelspeelde en liedjes zong. Op jonge leeftijd verloor ze haar vader, haar moeder was een tijd ernstig ziek. Muziek was haar „veilige plek”. Door te zingen sloot ze zich af van alles.

In 2002 werd ze aangenomen op het conservatorium in Arnhem. Negen jaar woonde Tander in Nederland. Ze maakte albums, waaronder het vorig jaar verschenen mooie Where Water Travels Home, en toerde met haar Nederlandse band. Vier jaar geleden verhuisde ze terug naar haar geboorteland Keulen. „Als je in Nederland woont, bouw je niet automatisch in Duitsland een naam op. Ik wilde graag iets gaan betekenen in mijn geboorteland. Keulen heeft een levendige jazzscene en is nabij Nederland. Mijn tweede album kwam uit bij een Duits label, en dat heeft in 2014 veel concerten opgeleverd, in theaters en clubs en bij de diverse Kulturinitiativen.” Ze geeft les aan het conservatorium van Osnabrück.

Zingen in het Pashto

Pashto is de taal van Tanders Afghaanse vader, die stierf toen ze vier was. En hoewel Tander de taal hoorde bij de Afghaanse familie die ze heeft in Duitsland, heeft ze die moedertaal nooit bewust geleerd. „Eigenlijk wacht ik nog op het moment dat er een diepe klik is. Ergens moet dat toch diep in mij zitten.” Maar helemaal ver is het niet. Ze herinnert zich de eerste keer dat ze zong in het Pashto. „Het was raar, ik moest heel diep huilen. Tords wens om iets met deze taal te doen, viel daar zo mooi mee samen. Eerder was ik daar denk ik niet klaar voor.”

Pashto is een bijzonder lastige taal om te spreken. Het heeft een zachte vloeiende klank die zich mengt met scherpe medeklinkers. „Je rolt je tong bij sommige letters op heel andere wijze dan in het Nederlands of Duits”, zegt Tander. „De klank is heel ritmisch. En heeft een mysterieuze sfeer.” In haar taalles leerde ze dat het nauw luistert qua intonatie; de betekenis verandert direct als je een woord niet juist uitspreekt.

What Was Said brengt oude Noorse traditionals op Afghaanse wijze. De Afghaanse dichter Hamsaaya vertaalde teksten, de oude Noorse christelijke teksten werden uit hun conservatieve jasjes gehaald. What was Said is daardoor een soort soefi-christelijke muziekdialoog.

De titel What Was Said is ontleend aan een van de gedichten op muziek, What Was Said To The Rose. Het is een referentie aan alle talen, alle werelden die versmelten. „Het is onze buiging naar de traditie, maar verbonden met iets nieuws”, aldus Tander. Maar ze laat ook de stem van haar vader horen.

Sommige liedjes hebben een popkarakter, omdat de melodie heel duidelijk is. Naast piano produceert Gustavsen ook klanktapijten via synthbass en orgel. Hoewel de muziek heel goed beluisterd kan worden zonder de achtergrond te kennen, of de betekenis te kennen van de teksten, onderstreept hij de spirituele inhoud. „De transformaties van de Noorse teksten in het Pashto roepen een dialoog over de eeuwen op. We haalden het hart van de hymnes uit de tekst en zetten dat in een gelijk spiritueel universum waar het mystieke soefisme en liberale christendom elkaars wijsheiden uitwisselen.”

Dat conservatieve christenen in Noorwegen zouden er misschien aanstoot aan kunnen nemen, realiseren de musici zich goed. Maar zie het vooral niet als een rationeel vernieuwingsproject. „Het is voor ons een uiting van onze spiritualiteit. Wat ligt besloten in deze oude christelijke teksten vind je ook terug soefistische gedichten. Het gaat ons om die verbinding, die inspiratie en kracht. Dit is geen bewust politiek statement, enkel een positieve boodschap in deze tijd.”