Column

Huilen

De Noorse schrijver Karl Ove Knausgård vertelde onlangs dat hij eens, toen hij bijna veertig was, onbedaarlijk in huilen moest uitbarsten bij de muziek van countryzangeres Emmylou Harris. Helaas vermeldde hij niet bij welk nummer dat gebeurde.

Als ik een gooi mag doen: Love Hurts, de sublieme smartlap die ze ooit met de veel te jong gestorven Gram Parsons zong? Love hurts, love scars/ Love wounds and mars/ Any heart not tough/ Nor strong enough/ To take a lot of pain, take a lot of pain/ Love is like a cloud, holds a lot of rain.

Ze zongen het zó doorleefd dat we ons daarna nog lang hebben afgevraagd of er ook ‘iets’ tussen hen geweest was; Emmylou heeft het antwoord altijd omzeild.

Het zou een goede vraag zijn voor een krantenrubriekje: bij welke muziek heeft u moeten huilen? Met een korte uitleg over plaats, tijdstip en omstandigheden. Het zou veel lange diepte-interviews overbodig maken.

Zangeres Adele heeft eens gezegd dat ze pas zeker weet of een eigen song goed is als ze er zelf om moet huilen. „Om vertrouwen in mijn nummers te hebben, moet ik erdoor geraakt worden. Dan barst ik in tranen uit in de opnamestudio en heb ik even een momentje voor mezelf nodig.” Tijdens een concert in New York moest Adele huilen na het zingen van When We Were Young.

Adele zingt nogal wat tranentrekkers; ik vermoed dat het een van de redenen is waarom ze zo populair is. Er is onderzoek verricht naar de manier waarop haar muziek emoties oproept; The Wall Street Journal berichtte daar enkele jaren geleden over.

Volgens experts bevatten nummers als Someone Like You onverwachte versieringsnoten, die net genoeg met de melodie botsen om een dissonant geluid te creëren. Het onverwachte veroorzaakt emotionele spanning bij de luisteraar. Als Adele vervolgens bij het zingen van het woordje ‘you’ even haar stem laat dalen, ebt die spanning weer op een prettige manier weg.

Men heeft het de songwriters van Adele voorgelegd, maar die zeiden verbaasd dat ze zulke noten niet bewust aanbrachten, ze deden het puur intuïtief, zoals (volgens mij) Adele ook puur intuïtief haar stem liet dalen.

En de luisteraar maar huilen. Ik moest denken aan Mick, het meisje uit Carson McCullers roman The Heart is a Lonely Hunter, dat ’s avonds de straat opgaat om de klassieke radiomuziek uit het raam van een (rijk) huis te horen. Als het is afgelopen voelt ze ‘hevige pijn en leegte’. Ze slaat met haar vuisten op haar dijen „tot de tranen over haar wangen liepen”.

Van mezelf kan ik me geen tranen bij muziek herinneren, wel ontroering. De aria Ombra mai fu uit de opera Serse van Handel hoorde ik voor het eerst in de uitvoering van de schitterende Engelse tenor Webster Booth (1902-1984). Ik heb die talloze malen beluisterd en nog elke keer als Webster Booth „Shadows so sweet” begint te zingen, voel ik dezelfde vervoering en ontroering – twee woorden die terecht op elkaar lijken - als de eerste keer, toen ik nooit eerder van deze aria, laat staan van Webster Booth, gehoord had.

Op de hoestekst valt me nu dit zinnetje op: „His parents [van Webster Booth] were not interested in the prospect of a musical career for their son and for a time he worked in accountancy.

Zelfs zo’n zinnetje krijgt opeens iets ontroerends.