Hou op met janken over islam, geloven doe je in je eigen tijd

Dwing moslims niet tot integratie, betoogde Samira Dahri zaterdag. Ebru Umar legt aan de hand van haar opvoeding uit waarom aanpassen wél de sleutel tot succes is.

Asielzoekers in de noodopvang Heumensoord doen mee aan een Hollandse spelletjesdag, georganiseerd door de scouting. Foto Flip Franssen / Hollandse Hoogte

De Turken die bij mijn ouders over de vloer kwamen, waren het allemaal met elkaar eens: ‘Ebru doet het goed’. Smalend luisterde ik als student naar hun ‘complimenten’. Sukkels vond ik ze. Want als Ebru het zo goed doet, waarom zorg je er dan niet voor dat je eigen kinderen het ook goed doen? Het antwoord op de nooit gestelde vraag was simpel: dan zouden zij hun kinderen óók tot Nederlanders moeten opvoeden – net als mijn ouders gedaan hebben.

Niet dat dat van harte ging. Ook zij kwamen naar Nederland in de veronderstelling dat ze ooit terug zouden gaan. Carrière maken, geld verdienen en dan als god in Frankrijk, pardon Turkije, leven. Zodoende werd er thuis Turks gesproken, wat niet anders kon, mijn ouders moesten zelf nog Nederlands leren. Hetgeen tot ellende leidde; toen ik naar de crèche ging, sprak ik geen woord Nederlands en kon ik niet duidelijk maken dat ik moest plassen. Ik gilde het hele gebouw bij elkaar en werd voor ‘straf’ vastgebonden op bed. Of ik het ondergeplast heb, weet ik niet, maar de juf werd ontslagen. De les in huize Umar: wil je dat je kind slaagt in de omgeving waarin het opgroeit, leer dan snel de taal.

Desondanks ben ik niet opgevoed met Annie M.G. Schmidt – mijn ouders wisten niet van het bestaan van die boeken. Bovendien werden we naar internationale scholen gestuurd want tja, als mijn ouders ‘later’ terug zouden gaan, konden we maar beter onze talen goed spreken. Gevolg was dat ik op mijn achtste Turks, Engels en Duits sprak, maar nog tijdens mijn gymnasiumjaren bijles Nederlands kreeg. Dat ik het beheers zoals ik het doe, heb ik helemaal te danken aan mevrouw Hagenbeek die twaalf jaar achterstand wist weg te werken.

Als je in Nederland geboren en getogen bent, is de kans groot dat je hier zult werken, belasting betalen en begraven zult worden. En dat is het antwoord op de vraag waarom Nederlandse jongeren uit migrantengezinnen moeten integreren en aanpassen. De Nederlandse taal, cultuur, waarden en normen zijn hier de maatstaf – het heet hier niet voor niets Nederland. Vreemdelingen zijn altijd welkom geweest, al moeten ze tot op de dag van vandaag hun plaats kennen. Buitenlandse diploma’s hebben minder aanzien dan Nederlandse – en terecht. Waarom zou je je eigen normen ondergeschikt maken?

Kinderen die hier geboren zijn uit migrantengezinnen, zijn Nederlanders. Al leren ze thuis nog een andere taal. Ouders die hun kinderen bijbrengen dat zij ‘anders’ zijn, zijn crimineel. Hoe haal je het in je hoofd om je kind kansen te ontnemen? Hoe haal je het in je hoofd om je kinderen bij te brengen dat jij een geloof aanhangt dat je beter maakt dan diegenen met wie je in een land leeft, werkt en bevriend bent? Hoe haal je het in je hoofd om te eisen dat de maatschappij zich maar aan jou, migrant en minderheid, aanpast in plaats van andersom? Nederlanders maken hier de dienst uit, en net zoals we in Nederland Nederlands spreken, stellen we Nederlandse eisen aan mensen die hier functioneren. Plat gezegd: alleen Nederlandse moslims hebben tijd om vijf keer per dag te bidden. In islamitische landen moeten ze gewoon werken. Hou ‘es op met janken over wat de islam je zogenaamd voorschrijft en ga aan de slag. Als een Nederlander. Geloven doe je maar in je eigen tijd.

Toch werd ook ik afzijdig gehouden. Naar godsdienstles hoefde ik niet. Jammer, want nog steeds heb ik geen idee wat Pasen, Hemelvaart en Kerst zijn. Tegelijkertijd weet ik ook niets van islamitische feestdagen; huize Umar kende andere prioriteiten dan het geloof maar respecteerde ieders overtuiging zolang er geen mishandeling van vrouwen en kinderen aan te pas kwam.

Ook studeren was een dingetje: op kamers terwijl je in dezelfde stad woont waar je studeert? Mijn moeder verbood het (lees: weigerde te betalen, maar hield dat uiteraard niet vol. Beter een recalcitrante dochter mét dan een dochter zonder diploma). Bovendien had ik maling aan verboden en liet me met mijn koffers ophalen door een vriendje.

Het hele concept studentenvereniging kende ik niet, sterker nog het hele concept vereniging en teamsport kende ik niet – tot op de dag van vandaag heb ik er moeite mee in groepen te functioneren. Het is zó Nederlands dat Nederlanders niet eens beseffen dat het Nederlands is. Tot mijn verbazing vormden studenten uit migrantengezinnen hun eigen verenigingen. Dommer werd het niet in mijn beleving.

Samenwerken met Nederlanders, samen studeren, samenleven: dát is de sleutel tot succes – althans, als je in Nederland woont. Simpeler wordt het niet. Uiteraard was die stageplek geen probleem: Shell, ABN Amro, ING – de toppers van toen – ze vochten om me. Dat grietje met die rare naam, die bekakte stem en heldere praatjes. O, en niet onbelangrijk: die succesvolle opleiding. Ja, die Turken die bij mijn ouders over de vloer kwamen hadden gelijk: in mijn studententijd deed ik het goed.

Dat ik halverwege mijn leven mijn geld verdien met stukjes tikken, anno 2016 zou je dat eigenlijk best als mislukt kunnen bestempelen. Maar iemand moet niet alleen de salafisten van repliek dienen maar ook Nederlanders, die hun oren laten hangen naar diezelfde salafisten en menen dat Nederland van iedereen is – behalve van Nederlanders.