En toen

Ellen Deckwitz kiest elke woensdag een gedicht bij de stemming van de dag.

Je ging door met je verhaal alsof iemand

nog luisterde; je stond op en wandelde

heen en weer; hield even stil bij de tuinmuur

om te zien wat er zou gebeuren. En de geliefen

gingen zo op in de nacht dat ze vergaten

wie hen daar bracht; ze gingen door tot het licht

eindelijk aankwam, onverzoenlijk, en dit keer

zonder jou. Zo begon het, de vele stemmen

die samenkwamen, de taal die je dacht te hebben uitgevonden

loste op in ruis die niet meer te vatten was,

het niet opmerken van de boom waarin vogels

onbevreesd raakten, waar je jezelf liet afdwalen, de zon

in je ogen, het stof: jij, die niet langer meer wist

waarheen te gaan, hoe ver je al was gekomen.