Bedrijven hebben te veel geld, werknemers juist te weinig

DNB-baas Klaas Knot pleit voor loonstijging om het hoge spaaroverschot te beperken en dus de bestedingen te vergroten. Zijn betoog snijdt hout.

Werknemers van Ikea eisen meer loon. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen
 
 

Een centrale bankier die oproept tot hogere lonen? President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) zei afgelopen zondag dat Nederland wel een extra loonstijging kan gebruiken, mits de betreffende bedrijfstakken daar de ruimte voor hebben. Heeft hij gelijk?

Knots aanbeveling komt voort uit bezorgdheid. Nederland heeft een enorm tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans. Dat is, ruw gezegd, het verschil tussen de inkomens en de bestedingen. Hoe minder er wordt besteed ten opzichte van die inkomens, hoe groter het spaaroverschot. En dat vindt zijn weg naar het buitenland.

Dat geeft een internationaal probleem. De Europese normen op het gebied van begrotingsdiscipline zijn overbekend. Maar Brussel heeft ook een norm voor de betalingsbalans. Landen mogen eigenlijk geen overschot hebben van meer dan 6 procent van het bruto binnenlands product. Hier zit eigenlijk een moreel oordeel in: Nederland zadelt de rest van de wereld op met zijn overbesparingen. We rijden gratis mee op de treeplank van de internationale economie.

Dat is niet van gisteren. Ons land schiet al sinds 2003 (met uitzondering van 2008) over die 6-procentnorm heen. Dit jaar, zo voorspelt het Centraal Planbureau, wordt het overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans zelfs tegen de 11 procent. Er zijn weinig landen in de wereldeconomie die zo uit het lood staan. Van de 187 landen waarvoor het Internationale Monetaire Fonds het overschot op de betalingsbalans in 2016 voorspelt, staan we op de vierde plaats – na Singapore, Oost-Timor en Taiwan.

De Nederlandsche Bank zocht al ruim vier jaar geleden uit hoe dat komt. Het zijn volgens DNB vooral bedrijven die zorgen voor het spaaroverschot. Veel bedrijven zitten zeer goed in de slappe was. Investeren doen zij wel, maar onvoldoende in Nederland en des te meer over de grens.

Het onderzoek was een tegenwicht voor de overtuiging onder veel economen dat de onderbesteding van huishoudens de voornaamste oorzaak is voor het overschot. Maar de twee sluiten elkaar geenszins uit. Loonmatiging heeft er de afgelopen twintig jaar voor gezorgd dat de lonen sinds 1996 12,5 procent lager zijn dan de inflatie plus de stijging van de productiviteit (de ‘loonruimte’). De consumptie van gezinnen loopt, niet geheel toevallig, inmiddels zo’n 10 procent achter bij de groei van de economie.

En dan zijn de zzp’ers nog niet eens meegerekend. Het aandeel van lonen in het nationaal inkomen bedraagt volgens het CPB dit jaar jaar 76,7 procent. Dat is historisch gezien al erg laag. Maar als zzp’ers worden beschouwd als werknemers in plaats van als ondernemers, daalt het aandeel van lonen in het nationaal inkomen veel verder, tot zo’n 70 procent.

Het inkomen van bedrijven als deel van het nationaal inkomen is juist fors toegenomen. Waarschijnlijk komt dat mede door de achtergebleven loonstijgingen.

Zo lijken de overbesparingen bij bedrijven verband te houden met de onderbestedingen van consumenten. Knots oplossing blijft hetzelfde: een loonstijging waar het kan. Dan gaat er wat vet van de botten van het bedrijfsleven, nemen de bestedingen in Nederland toe en daalt het overschot op de betalingsbalans. Nu de werkgevers er nog van overtuigen dat dit in het algemeen belang is.

Lees ook: 'Investeer in vaste banen'