Column

Doofpot?

‘Het bonnetje’ is weer helemaal terug van amper weggeweest. Ik ben daar bedroefd over, want ik had de afgelopen maanden een grote hekel aan dat ding gekregen. Hier was sprake van een zogenaamde slepende affaire, waarbij je vooral als mediaconsument voortdurend heen en weer werd gesleept tussen bewindslieden die van alles verhulden en journalisten – Bas Haan van Nieuwsuur voorop - die ditzelfde ‘alles’ schaterlachend onthulden.

Het ging tot overmaat van ramp gepaard met een eindeloos Kamerdebat, waaraan niemand meer een touw kon of wilde vastknopen. Dat leidde uiteindelijk tot niets: een motie van afkeuring die afgekeurd werd.

De verantwoordelijke bewindslieden, Opstelten en Teeven, waren toen allang afgetreden, al ging in het geval van Opstelten het eigenaardige gerucht dat hij eigenlijk nooit écht was aangetreden. Alles op zijn ministerie ging fout, en werd vervolgens verdoezeld door iemand die meer op een parodie van een minister leek (uit de Bromsnor-jaren van Swiebertje) dan op een heuse minister.

Als Opstelten tegen de Tweede Kamer zei: „U moet het met deze informatie doen, dat is een kwestie van vertrouwen”, dan wist je met grote zekerheid dat het parlement schaamteloos genept werd. Misschien niet eens zozeer door Opstelten zelf – want neppen veronderstelt een zekere mate van raffinement en sluwheid – als wel door een of meer van zijn paardenfluisteraars aan de top van zijn departement.

Ik probeer me soms voor te stellen hoe Opstelten thuis op zijn pantoffels naar al die onthullingen in Nieuwsuur over zijn bewindsperiode zit te kijken. Zijn verbijstering als er weer een nieuwe, belastende mail opduikt. „Maar Ivo”, zegt zijn vrouw ontsteld, „heb jij dat allemaal onder de pet gehouden?” „Welnee”, bast hij terug, „acht je mij daartoe in staat?” Ze schudt het hoofd, gerustgesteld.

Na de jongste onthullingen resten nog enkele belangrijke vragen, zoals: welke gevolgen heeft dit voor zijn opvolger, Ard van der Steur? Tot dusver viel deze niet op door zijn probleemoplossend vermogen, eerder door zijn vermogen problemen onnodig te vergroten. Men prijst hem om zijn intelligentie en eloquentie, dus ik vermoed dat hij straks in de Tweede Kamer wel een handig antwoord weet op de vraag of hier inderdaad een heuse doofpot in het geding is.

„Ik zou het eerder een stoofpot willen noemen”, zal hij met een studentikoos lachje zeggen. „Maakt u er nu niet een semantisch grapje van”, zal de ernstige christen Gert-Jan Segers hem voorhouden. „Nee”, zegt Van der Steur, „want doven veronderstelt een handeling, terwijl stoven neerkomt op iets met matige warmte langzaam gaar laten worden, een soort sudderen of smoren. En aangezien deze affaire al vanaf 2000 duurt…”

Het zou mij niets verbazen als Van der Steur met zo’n antwoord wegkomt, ook omdat ze bij de PvdA nog helemaal geen zin hebben in nieuwe verkiezingen. Er dreigt eerder een ander gevaar voor hem: die welingelichte bronnen van Nieuwsuur-journalist Bas Haan. Wat hebben zij tot dusver onder hún pet gehouden – bij wijze van een laatste, fatale dolkstoot? Weten zij wie op het Ministerie van Veiligheid en Justitie de opdracht heeft gegeven om het onderzoek naar het bonnetje te staken?

Als ik Van der Steur was, zou ik ervan wakker liggen. Zijn voorganger niet, die slaapt gewoon door.