Recht & Onrecht

De Politiecolumn: Nieuwe korpschef krijgt alles tegelijk over zich heen

Conform de verwachtingen is Erik Akerboom vorige week benoemd tot korpschef van de nationale politie. Zijn voorganger Bouman (foto) heeft gepoogd hem bij voorbaat gerust te stellen met de opmerking dat het alleen nog gaat om de afronding van het proces. Het echte werk is al gedaan. Maar wie kijkt naar de knelpunten die recent in de publiciteit kwamen, zoals vertraging van de reorganisatie, de financiële problemen, de kritiek van politiemedewerkers en de conflictueuze relatie met de vakorganisaties ontkomt niet aan de indruk dat dit een wellicht wat optimistische verwachting is.

Bovendien is het de vraag of we hiermee alle problemen hebben gehad. Er is van meer kanten kritiek gekomen. De plannenmakers hebben er bij het begin van de reorganisatie voor gekozen vrijwel alles in één keer overhoop te gooien. Dat begint al op het departementale niveau met het onderbrengen van de politie onder één minister, die van Veiligheid & Justitie. Op het eerste gezicht sluit dat mooi aan bij één politie, maar er zitten nogal wat haken en ogen aan. Zo heeft het wegvallen van de minister van Binnenlandse Zaken tot gevolg gehad dat de politie is los geraakt van de oude, sinds mensenheugenis bestaande verhoudingen. De bestuurlijke benadering is naar de achtergrond gedrongen en de positie van de burgemeesters gemarginaliseerd. En die zijn wel altijd de belangrijkste bazen van de politie geweest.

Wat ook niet heeft geholpen is de omvangrijke kritiek die er de achterliggende maanden is geweest op het departement van V&J. Kan dat ministerie het allemaal nog wel aan? Is het niet allemaal tè groot en tè log geworden? Heeft de minister er nog enige grip op? Er is de afgelopen maanden diverse malen geopperd dat deze verschuiving van de politie een onverstandige keuze is geweest die ongedaan moet worden gemaakt. Of het hier gaat om wat losse politieke oprispingen of dat er sprake is van een serieuze wens is onhelder. Maar als het zou gebeuren, zijn de gevolgen moeilijk te overzien. Moet de politie ècht terug naar Binnenlandse Zaken? Of is het voldoende dat de minister van Binnenlandse Zaken een grotere verantwoordelijkheid gaan krijgen bij de beleidsvorming ten opzichte van de politie? En wat betekenen deze beide mogelijke oplossingen voor de rol van de burgemeesters? Hoe moeten die een grotere rol gaan spelen om hun gezagsrol inhoud te geven? Wat zullen de gevolgen zijn voor de voortgang van het reorganisatieproces, welke keuzen er ook worden gemaakt?

Ook in het reorganisatieproces zelf is ervoor gekozen om eigenlijk alles tegelijk aan te pakken. Van iets relatief simpels als een nieuw uniform tot een geheel nieuw functiewaarderingssysteem, centralisering van de ondersteunende diensten, sluitingen van bureaus, herindeling van gebieden, besluitvormingsprocedures, kwaliteit van de recherche, opleidingen, automatisering. Vaak al decennialang hoofdpijndossiers. Een deel van die ontwikkelingen lijkt in de praktijk te gaan leiden tot vormen van politiezorg die ver afstaan van wat wij gewend zijn geweest, hetgeen tot stevige reacties leidt, ook al omdat moeilijk is in te schatten wat de uiteindelijke maatschappelijke consequenties zullen zijn van de stappen die in het reorganisatieproces zijn gezet. Bovendien, al die ontwikkelingen beïnvloeden elkaar op een vooraf niet in te schatten manier, waardoor men voortdurend moet blijven bijsturen. Wat extra lastig is, nu een duidelijk doel van de reorganisatie ontbreekt. Dat kan niet anders dan leiden tot problemen.

Er is nog heel veel te doen. Akerboom wacht geen gemakkelijke taak. En hij wordt niet geholpen door veel externe denkkracht. De herijking is een weinig fundamenteel traject geweest. De evaluatiestudie onder leiding van prof. dr. Rinnooy Kan is van een zo abominabel niveau dat die geen rol zou mogen spelen bij welke inhoudelijke discussie dan ook, en discussies met wetenschap, pers en samenleving zijn de eerste jaren van de reorganisatie stelselmatig vermeden.

Het heeft in deze fase enerzijds weinig zin om alles opnieuw op de schop te nemen, maar het is anderzijds dringend nodig om tijd te nemen voor reflectie en heroriëntatie op basis waarvan de piketpalen die de toekomstige ontwikkelingen kunnen sturen opnieuw uit te zetten. Inmiddels lijkt de korpsleiding daartoe bereid. En dat stemt tot vreugde.

De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit wetenschap, bestuur en politie. Kees van der Vijver is  emeritus hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente.

Blogger

Kees van der Vijver

Kees van der Vijver (1948), was hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente, tevens directeur Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de UT. Daarvoor werkte hij als directeur Stichting Maatschappij en Veiligheid, commissaris van politie in Amsterdam, wetenschappelijk onderzoeker ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties en inspecteur van politie in Velsen.