Asielzoekers die zeulen met een kerstboom

„Spreekt jouw psychiater Nederlands?”, vraagt Mahsun (Gökhan Girginol) aan mede-asielzoeker Bipul (Tarek Halaby). Het antwoord is negatief. Ook Mahsuns vervolgvraag, of ze dan Engels of Farsi spreekt, moet hij ontkennen. Bipuls psychiater spreekt Frans. Maar die taal spreekt hij zelf niet, merkt Mahsun op. Het helpt om vrij te communiceren schokschoudert Bipul. 

De tragikomische scènes volgen elkaar op in Problemski hotel van Manu Riche, losjes gebaseerd op een novelle van Dimitri Verhulst uit 2003. Hij verbleef als research enkel dagen in een asielzoekerscentrum. Riche die eerder alleen documentaires maakte, ensceneerde Verhulsts observaties in een kale, tot opvangcentrum verbouwde, bank. Het levert bevreemdende beelden op: vluchtelingen die eindeloos met een kerstboom door een trappenhal zeulen, of iemand die zichzelf leert fietsen in de reusachtige zalen. (Om vervolgens in het middelste vak van een driebaansweg in Brussel deze ‘skills’ in de praktijk te brengen, tussen angstig toeterende automobilisten.)

Een beladen onderwerp als asielzoekers combineren met vervreemding en humor klinkt cru. Maar de verhalen en wanhoop van de bewoners voelt hierdoor telkens als een nieuwe mokerslag.

Minder geslaagd is Riches keuze het hoofdpersonage te laten lijden aan geheugenverlies. Bipuls rol als observator met een liefde voor T.S. Elliot, heeft iets gekunsteld. Een probleem waar ook sommige acteurs, geselecteerd op hun migratie-achtergrond, last van hebben als ze droogkomische zinnen uit Verhulst novelle declameren.