‘Als alles zo blijft, is het wachten op het holy shit-moment’

Omwille van het klimaat moeten veel fossiele brandstoffen niet worden opgestookt, vindt de Britse expert. Maar ook omwille van het geld: „Er is 1.400 miljard dollar aan geïnvesteerd vermogen in gevaar.”

Foto Bloomberg

Wat doet Shell om te voorkomen dat de gemiddelde temperatuur op aarde met meer dan twee graden Celsius stijgt? Welke projecten worden gestaakt omdat ze niet passen in die tweegradenwereld?

En wat gebeurt er met het geld dat daardoor overblijft? Wordt dat gestoken in nieuwe projecten voor fossiele brandstof?

Mark Campanale, directeur van Carbon Tracker Initiative, hoopt dat dit soort vragen deze woensdag worden gesteld op de aandeelhoudersvergadering van Shell. Oliemaatschappijen moeten een strategie ontwikkelen om zich uit de sector terug te trekken, vindt hij. Hij waarschuwt voor investeringen in grote bedrijven als Shell en BP. Niet als milieuactivist, maar als financieel analist.

De Brit werkte jarenlang voor financiële instellingen als Jupiter Asset Management, AMP Capital en Henderson Global Investors. Hij spreekt dus de taal van de City. Hij was onlangs in Nederland om institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, te wijzen op de risico’s van investeren in fossiele brandstof.

Die risico’s zijn enorm, zegt Campanale in de lobby van een Amsterdams hotel. Recente studies, onder andere van de universiteit van Cambridge, concluderen dat financiële markten wel eens 40 tot 50 procent van hun waarde kunnen verliezen als klimaatverandering gewoon doorgaat.

„Terwijl op de klimaattop in Parijs in december is afgesproken dat broeikasgasemissies met 25 tot 30 procent moeten dalen, zijn oliemaatschappijen van plan hun productie juist met 25 tot 30 procent op te schroeven. Ze zeggen dat ze dat doen op basis van de verwachte vraag naar olie. Maar het is complete waanzin.”

Om klimaatverandering zoveel mogelijk te voorkomen, kunnen we een groot deel van onze fossiele brandstoffen niet opstoken, zegt Campanale. Het is unburnable carbon, een uitdrukking waarmee Carbon Tracker school heeft gemaakt – vorig najaar werd de term zelfs overgenomen door Mark Carney, gouverneur van de Bank of England en voorzitter van de financial stability board van de grote industrielanden (G20). Een deel van de wereldwijde voorraad aan fossiele brandstoffen zou wel eens „letterlijk onverbrandbaar” kunnen worden, aldus Carney. En dat kan grote gevolgen hebben voor investeerders.

Tijdens de klimaattop in Parijs kondigde Carney daarom de oprichting aan van een Task Force on Climate-related Financial Disclosures (TCFD). Afgelopen donderdag werden de leden bekendgemaakt die, onder voorzitterschap van oud-burgemeester van New York Michael Bloomberg, de financiële risico’s inventariseren die bedrijven lopen nu het klimaat verandert. En manieren waarop ze meer openheid kunnen geven over hun klimaatbeleid.

Het is precies wat Campanale al zo’n twintig jaar bepleit. Eind jaren negentig bestudeerde hij de rapporten van het IPCC, het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties. Tegelijkertijd zag hij de aandelenkoersen van de fossiele-brandstoffen-industrie snel in waarde stijgen. Met verbazing las hij een prospectus van Xstrata, een Brits-Zwitsers mijnbouwbedrijf en destijds een van de grootste kolenmaatschappijen ter wereld: driehonderd pagina’s en slechts een paar zinnen over het klimaatverdrag dat een paar jaar daarvoor in Kyoto was gesloten.

Campanale: „De toon in het prospectus was een beetje van: ach, dat wordt toch niks. Klimaatverandering is geen serieus gevaar voor onze bedrijfsvoering. Toen dacht ik: laten we dit logisch aanpakken. Neem de top-200 van energiebedrijven. Bekijk hun reserves en hun strategie voor de komende decennia. Berekenen hoeveel CO2 er zit in een ton steenkool, een vat olie en een kubieke meter gas. En tel alles bij elkaar op. Dat is, simpel gezegd, wat we hebben gedaan.”

Zo ontstond het idee van een ‘carbon bubble’, een koolstofzeepbel. Maar wat kunnen we met die informatie?

„Er zijn twee mogelijkheden. We kunnen doorgaan tot het laatste moment. Bedrijven voor fossiele brandstoffen doen wat ze altijd hebben gedaan, regeringen zijn bang om harde maatregelen te nemen en een koolstofprijs in te voeren. Dan is het wachten op het holy shit-moment, door de fysieke gevolgen van klimaatverandering. Daarna zal de oude energiemarkt instorten, we zullen noodgedwongen energiecentrales op fossiele brandstoffen uitschakelen, we krijgen dus te maken met stroomuitval. Het zal leiden tot een chaotische overgang.”

En wat is het alternatief?

„Een gereguleerde overgang, op basis van het koolstofbudget dat de wereld nog rest. Dat gebruiken we om uit fossiele brandstoffen te stappen en de overgang te maken naar duurzame energie. De meest rationele keuze zou zijn om alleen de goedkoopste olie te gebruiken. Saoedi-Arabië kan zijn olie winnen voor 10 dollar per vat. Veel private oliemaatschappijen hebben reserves die alleen voor 60 of 70 dollar gewonnen kunnen worden. Dat is kapitaalvernietiging. Logisch zou dus zijn om de Saoediërs het recht te geven op de resterende oliewinning.

„Maar zo zit de wereld natuurlijk niet in elkaar. Dus zal de markt het proces moeten rationaliseren. Dat moet wel gecontroleerd gebeuren: via risicoanalyses, openbaarmaking van de hoeveelheid CO2 in bedrijfsvoorraden, aandacht voor de langere termijn.

„Daarvoor zijn accountants nodig, institutionele beleggers, kredietbeoordelaars en vooral ook degenen die de financiële markten reguleren. Daarom waren we zo blij met wat gouverneur Mark Carney zei.”

Energiebedrijven zeggen dat de vraag naar olie en gas nog decennialang zal toenemen.

„Er zal in de komende decennia nog veel olie en gas worden gebruikt. Maar volgens onze analyse, uit november, dreigt Shell in de komende tijd 70 miljard dollar uit te geven aan projecten die niet passen bij de tweegradenwereld. In feite zeggen Shell en andere maatschappijen: ‘Wij gaan door met investeren in projecten waarvan we weten dat die ons boven de drie graden temperatuurstijging zullen brengen’. Dat is onverantwoord. Zo dagen oliemaatschappijen hun aandeelhouders uit: back us or sack us. Mijn vrees is dat de aandeelhouders worden meegesleurd in de verkeerde richting.”

Als pensioenfondsen uit de olie stappen, nemen hedgefondsen het over die misschien wat minder ethisch zijn?

„Ik zeg ook niet dat ze eruit moeten stappen.”

U bent geen voorstander van desinvesteren?

„Ik ben er voorstander van dat oliemaatschappijen hun geld niet langer stoppen in projecten die niet passen in een tweegradenwereld. Nieuwe velden liggen in het Noordpoolgebied of in de diepzee. Die moeten we vergeten. Volgens onze analyse is 1.400 miljard dollar aan geïnvesteerd vermogen in gevaar. Haal dat geld weg uit riskante projecten en gebruik het om het bedrijf te verbreden, door in zonne-energie of wind te investeren. Of geef het terug aan het pensioenfonds, aan de institutionele belegger die het kan gebruiken voor investeringen in nieuwe bedrijven voor schone energie.”

Als die bedrijven dat niet doen?

„Dan moeten de aandeelhouders hun macht gebruiken en het bestuur naar huis sturen. Pensioenfondsen moeten niet alleen de waarde van hun fonds beschermen. Ze moeten ook zorgen voor een aantrekkelijke wereld om met pensioen te gaan. En ze hebben een verantwoordelijkheid voor jongeren die de komende veertig jaar betalen om het fonds op peil te houden.”

Is er wel genoeg tijd voor zo’n gereguleerde transitie?

Het blijft even stil. „Mark Carney sprak over ‘de tragedie van de horizon’. Hij doelde op het kortetermijndenken van financiële markten, terwijl we voor klimaat juist naar de toekomst moeten kijken. Op de klimaattop in Parijs is afgesproken dat we eigenlijk zouden moeten streven naar maximaal anderhalve graad opwarming. Om dat te halen moet de overgang een stuk sneller gaan. Voor twee graden hebben we nog een beetje tijd. Maar lang niet zoveel als we zouden wensen. Twee graden wordt al een grote uitdaging.”