Alles is onecht in ‘Oost/West’

„What does Marsellus Wallace look like?”, roept acteur Thijs Prein met getrokken pistool naar Chiem Vreeken achter een deur. Pas als die de hele scène uit Tarantino’s Pulp Fiction heeft meegespeeld mag hij naar binnen.

De acteurs spelen broers die in een verre toekomst alleen nog middels film-, theater- en boekcitaten communiceren. Vrij naar de Bijbel en de Koran noemen ze elkaar Karel en Abel.

Buiten komen de broers nauwelijks. Ze zeggen dat er een bitterernstig kalifaat heerst dat elke vorm van toneel verboden heeft. Al is ook dat misschien fictie. In een geprojecteerd fragment uit de staatsshow Sterf voor Film dragen de deelnemers slechte nepbaarden.

Als de broers een oude briefwisseling ontdekken tussen hun vader en opa, kijken ze ook in rollenspellen terug op hun familie. Authenticiteit is in deze toekomst ver te zoeken. In de vernuftige tekst vol verwijzingen en droste-effecten blijkt hun lot steeds meer verbonden met de vaders en zonen die ze naspelen.

Preins eigen vader – ook acteur – schreef mee aan de tekst, net als onder meer Arnon Grunberg, Ramsey Nasr, Tommy Wieringa en Arthur Japin. Het nieuwe gezelschap Kat op het spek is in deze eerste voorstelling merkbaar een afsplitsing van De Hollanders, het collectief dat steeds grote schrijvers weet te strikken voor frisse montagevoorstellingen.

Voor acteurs is dat een snoepwinkel. Prein en Vreeken smullen met plezier en veel slagroom van wisselende rollen en stijlen. Een nadeel van de vorm is dat veel thema’s en emoties slechts oppervlakkig voorbij razen. Na alle lagen ga je toch die ware kern missen.