brieven over het vak nederlands

Hoe kan het vak Nederlands spannender, vroegen we vrijdag 22 januari aan docenten en scholieren. Hieronder een greep uit de reacties.

Ik ben een lesboer

Het vak Nederlands moet anders. Ik zou niets liever willen, maar zit klem. De wettelijke eindtermen, de inspectie, het gebrek aan vertrouwen in de professionaliteit van de docent, het geloof in meetbaarheid en maatschappelijk nut, de angst voor assertieve ouders: ze maken me tot lesboer. En dus modder ik voort met onnutte grammatica, sullige vragen over sullige eindexamenteksten en goed bestudeerde uittreksels van slecht gelezen boeken. En af en toe iets nuttigs dat niet mag. Maar dat weet niemand.

Maak lezen leuk – niet verplicht

Ik ben een groot liefhebber van lezen en dan vooral van de betere literatuur. Dat is niet altijd zo geweest: de eerste jaren van mijn studententijd heb ik geen boek aangeraakt. Het plezier in lezen was mij wel vergaan in de jaren van de verplichte boekenlijst op school. Pas na jaren durfde ik weer eens een boek ter hand te nemen. Vrienden wezen me op fantastische boeken. Naarmate ik meer las, waagde ik me ook aan ‘moeilijker’ boeken of zelfs oudere boeken. En nu geniet ik met volle teugen van onder meer Couperus en Tolstoj.

Alsjeblieft, docenten Nederlands, leer leerlingen dat lezen léuk is, en niet verplicht. De interesse in ‘moeilijker boeken’ met meer diepgang komt vanzelf. Of niet.

Coen Huisman, Valkenburg (ZH)

Blijf vooral zeuren over Multatuli

Brugklassers lezen nog vijf minuten per dag. Ze beschouwen lezen bovendien als saai en suf. Thuis lezen ze nauwelijks, alleen via school komen ze in contact met literatuur. De leraar heeft Mammoetwet, studiehuis en profiel achter de kiezen. Hij is geen leider meer maar een begeleider in een supergezellige zithoek. Alles is hem afgenomen, vooral tijd. Leesplezier, dat moet. Niet zeuren over Multatuli, dan wacht het strafkamp. Maar hoeveel kinderen zullen van nature naar Jacob van Maerlant grijpen? Als de leraar niet over hem had gezanikt, had je nooit van hem gehoord. Natuurlijk kan een leraar woorden als ‘cool’ en ‘wauw’ gebruiken. Dan bespreekt hij in de les de laatste aflevering van GTST.

Cora Duin, ex-bibliothecaresse

Geef docent zijn vrijheid terug

Het vak Nederlands is niet saai. Het keurslijf waarin het is gegoten, maakt het vak saai. Geef docenten Nederlands de vrijheid over hun curriculum terug. Verlos hen van het juk van de eenvormigheid. En verlos daarmee ook de leerling. De afrekencultuur schrijft voor dezelfde stof op hetzelfde moment te behandelen, het liefst in exact dezelfde onderwijsstijlen, en dezelfde toetsen af te nemen. Dit alles om klachten van leerlingen en hun ouders te voorkomen. In die zin werken leerlingen zelf mee aan hun eigen murw zijn. Jongeren vinden het vak niet leuk, maar hun docenten Nederlands vinden ze wél leuk. Die zijn creatief en belezen, houden van taal en cultuur, hebben vaak een andere kijk op de dingen en schuwen de grote (literaire) thema’s niet.

Dus, alsjeblieft, niet nog meer voorschriften. Wil je taal tot op het bot analyseren, omdat je leerlingen dat interessant vinden? Doe het! Ga je liever met hen aan de slag met media en communicatie? Doe het! Lees je graag Het Behouden Huis voor? Doe het! Maar verplicht mij daar niet toe.

Trudy Sas, docente Nederlands bovenbouw vwo Beatrix College, Tilburg

Opzitten en pootjes geven

Zelfs als je te dom bent om te poepen, kun je het Centraal Schriftelijk Examen (CSE) Nederlands op havo/vwo-niveau halen. Het is een cryptogram. Een gezond verstand en puzzelwoordenboeken/eindexamenbundels zijn genoeg. Daarin staan patronen en vragen/antwoorden op de woordzoekers die de scholieren in mei krijgen voorgeschoteld. Leerlingen moeten structuren herkennen en antwoorden formuleren conform correctiemodel - ‘op z’n hondjes’ conditioneren. Dat heeft niets met de kerndoelstellingen van het vak Nederlands te maken.

Een intrieste werkelijkheid. Het CSE telt officieel vijftig procent mee voor het totale eindexamencijfer; de andere helft bestaat uit Schoolexamens (SE’s) waarin taalkunde, literatuur, spreek- en schrijfvaardigheden grondig worden getoetst. Dankzij overheidsmaatregelen weegt de CSE-helft zwaarder. De cijfers mogen niet lager liggen dan die van het Schoolexamen, anders brandmerkt de inspectie de onderwijsinstelling als ‘zwakke school’.

Nee, het vak Nederlands verandert pas écht als er niet alleen op statistieken wordt gemanaged. Vanaf februari gaan mijn eindexamenleerlingen weer opzitten en pootjes geven.

Ben Oerlemans, eerstegraads docent Nederlands

Eerst de basisvaardigheden

Tien jaar ‘spannender’ en ‘uitdagender’ wiskundeonderwijs heeft een generatie van dyscalculisten voortgebracht. We moeten accepteren dat niet iedereen inzicht in taal en/of wiskunde kan ontwikkelen. Rijtjes of regels bieden dan uitkomst, juist voor hen. Waarom is rijtjes leren opeens verkeerd? Stampen is namelijk een belangrijk onderdeel van onderwijs.

Het onderwijssysteem heeft als doel iedere leerling een solide basis te bezorgen. Experimenten met het onderwijs zijn prima, anders ontwikkelen we het onderwijs niet verder, maar bij gebrek aan basisvaardigheden kunnen leerlingen niet méér leren. Laten we ons daarom concentreren op het bijbrengen van basisvaardigheden, want dat is al jaren een onderschoven kindje in belangrijke vakken als Nederlands en wiskunde.

Salo Ooft, Amsterdam