Suggestie van doofpot treft VVD

Ook na nieuwe onthullingen ziet Tweede Kamer nog geen aanleiding voor parlementaire enquête.

Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) stond vanochtend vroeg in Amsterdam de pers te woord over de nieuwste onthullingen van Nieuwsuur. Foto ANP / Remko de Waal.

Weer pijnlijk nieuws over het ministerie van Veiligheid en Justitie. En weer over de ‘Teevendeal’. 

Gisteravond toonde televisieprogramma Nieuwsuur e-mails waaruit blijkt dat aan ICT’ers opdracht is gegeven niet verder te zoeken naar een afschrift van de schikking tussen het Openbaar Ministerie en drugscrimineel Cees H. Terwijl die ICT’ers dat juist bijna hadden gevonden.  

De publieke discussie over de ‘Teevendeal’, die zo is gaan heten omdat VVD’er Fred Teeven als officier van justitie in 2000 de schikking met Cees H. sloot, is hiermee officieel heropend en verschoven naar de vraag of sprake is geweest van een doofpot.

Is geprobeerd informatie níet te vinden? In het zware debat dat premier Mark Rutte en minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) in december vorig jaar over de kwestie met de Tweede Kamer hadden, zei Rutte dat „op geen enkele manier een poging is gedaan om iets toe te dekken. Dat zegt de commissie-Oosting ook niet”. Maar nu gaat oud-Ombudsman Marten Oosting, die de Teevendeal onderzocht, die vraag opnieuw beantwoorden. Kernvraag is volgens hem wie die opdracht heeft gegeven en wie daarvan wisten.

Een chronologie van de 'Teevendeal':

ICT'ers waren niet het probleem

Ook voor Oosting en zijn commissie zijn de opgedoken mails nieuw. Van der Steur zei in het debat over Oostings rapport dat zijn ambtenaren het bonnetje eerder hadden kunnen vinden: „Dat had een jaar eerder al gekund, als ze de juiste mensen voor de ICT hadden gehad.” Zoiets kan de ICT’ers in kwestie natuurlijk geïrriteerd hebben.

De ICT’ers bleken het probleem dus niet. Van der Steur schoof bij netelige kwesties al vaker de schuld richting zijn ambtenaren. Zijn verhouding met die ambtenaren is een lastige. Het is een publiek geheim dat de VVD hem aanstelde om orde op zaken te stellen aan de top van het ministerie.

Met het nieuws over de e-mails deed Van der Steur wat hij moest doen: hij is niet zelf gaan rommelen om informatie boven te krijgen, maar vroeg Oosting zijn onderzoek te heropenen. „De suggestie is dat een opdracht is gegeven tot stoppen van het onderzoek”, zei Van der Steur vanochtend. „Duidelijk moet nu worden of dat ook zo is.”

Het is om moedeloos van te worden, vinden Tweede-Kamerleden. Jeroen Recourt van coalitiepartij PvdA zei tegen de NOS: „Er is een minister op afgetreden, er is een commissie die onderzoek heeft gedaan. Nu is de modderpoel weer groter dan die al was.”

Gênant voor de VVD

Over de vraag of zij niet zelf méér moeten doen in hun controlerende taak – denk aan een parlementaire enquête – is een meerderheid voorzichtig. „We moeten dit stap voor stap bekijken”, zegt CDA’er Madeleine van Toorenburg. „Als blijkt dat deze opdracht uit de top kwam, is het probleem overzichtelijker.”

Journalist Bas Haan van Nieuwsuur zegt desgevraagd dat hij heeft geprobeerd te achterhalen wie de opdracht aan de ICT’ers heeft gegeven, maar „dat bleef zonder resultaat”. Op het ministerie is bekend van wie de mails zijn. Ze bleken op de server van het Rijk te staan.

Het is lastig te voorspellen hoe lang Oosting voor zijn onderzoek nodig heeft: dat kan weken of maanden zijn. Maar hoe dichter bij de verkiezingen, hoe beter de kiezer zich bij de stembus de ‘Teevendeal’ zal herinneren. Gênant voor de VVD, zeker als de kritiek de premier raakt, die Van der Steur steeds moet blijven verdedigen. Veiligheid: ooit speerpunt, nu bron van ellende.