Sacagawea

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Een vriend drukt me een goudkleurige dollar in de hand. „Voor jou”, zegt hij. „Deze munt ligt al vijftien jaar op mijn nachtkastje. Als ik hem zie, moet ik altijd aan jou en je dochter denken.”

Ik bekijk de munt. De speciale uitgave is iets groter dan een Amerikaans kwartje. Erop afgebeeld staat Sacagawea, het indianenmeisje dat meeging met Lewis en Clark, de beroemde eerste expeditie naar het westen van Amerika uit het begin van de negentiende eeuw. Ze kijkt in de verte, met een vastberaden blik. Op haar rug draagt ze haar pasgeboren baby.

Dat er een vrouw op een munt staat is al bijzonder, een Indiaanse al helemaal. Het jongetje, Jean Baptiste, is de enige baby op een Amerikaanse munt.

Sacagawea was dan ook een bijzondere vrouw. Ze werd geboren in mei 1788 in de Shoshone-stam in Idaho. Als kind werd ze gevangengenomen door een andere stam en ontvoerd naar North Dakota. Op haar dertiende werd ze, samen met een ander meisje, de vrouw van de Franse stroper Toussaint Charbonneau. Hij won hen met gokken. Die ruige wereld van stropers en indianen is met de film The Revenant de grote kanshebber bij de Oscars dit jaar.

Toen Sacagawea zestien was en in verwachting van haar eerste kind, waren Lewis en Clark voor hun expeditie op zoek naar een gids. Ze kozen voor Charbonneau, voornamelijk vanwege zijn vrouw. Ze wisten dat ze iemand nodig zouden hebben die Shoshone sprak.

En zo geschiedde het dat de zwangere Sacagawea met haar Fransman aan boord ging van een van de spannendste ontdekkingsreizen uit de Amerikaanse geschiedenis. William Clark viel als een blok voor Sacagawea. Hij ergerde zich aan haar man, die weinig om haar gaf. Toen die haar onderweg een keer sloeg, greep Clark in, iets dat zeer ongebruikelijk was in die tijd.

Op 11 februari 1805 schonk Sacagawea het leven aan Jean Baptiste. Clark was gek op het jongetje, dat hij de bijnaam Pompey gaf, naar de Romeinse staatsman Pompeius de Grote. Waarschijnlijk werd de hachelijke tocht, die leest als een avonturenroman, goed ten einde gebracht vanwege de aanwezigheid van moeder en kind. Sacagawea redde de expeditie keer op keer uit levensbedreigende omstandigheden. De vrolijke Pompey danste graag om het vuur en maakte iedereen aan het lachen, zo noteerde Clark in zijn dagboek.

Nadat de expeditie voltooid was, deed Clark zijn uiterste best om haar met man en kind bij zich in de buurt te krijgen, wat drie jaar later lukte. Clark kreeg de voogdij over het jongetje en betaalde zijn opleiding. Sacagawea kreeg daarna nog een dochtertje, Lizette, maar werd daarna ziek. In 1812 stierf ze op vierentwintigjarige leeftijd.

Ik kijk naar de munt. Van Sacagawea bestaat geen afbeelding, een andere Soshone-vrouw stond model voor haar. Liberty, staat boven haar hoofd geschreven. Maar vrij was ze niet. In God we trust, staat er ook. Tja, maar welke god?

Ongelooflijk, wat een leven leidde deze vrouw. Uit haar familie gehaald, door een bedenkelijk type als prijs gewonnen bij een kaartspel. Geen rechten. Geen vrijheid. En toch, wat een moed, wat een kracht.

Ik laat de dollar aan Charlotte, mijn dochter, zien. „Zo droeg ik jou ook, toen je een baby was”, zeg ik.

Ze draait de munt tussen haar vingers.

„Hé, wat toevallig”, zegt ze dan. „Hij is uit 2000. Mijn geboortejaar.”